Joe Henry

5 februari 2018, AB

Bjorn Weynants - foto's: Stefan Vandenberghe - 07 februari 2018

Met Joe Henry haalde de AB een van de meest onderschatte songschrijvers van de voorbije twee decennia naar Brussel. Solo zorgde hij voor dik anderhalf uur verstilde klasse.

Het is een schoolvoorbeeld van de inherente onrechtvaardigheid van de muziekwereld. Als songsmid mag Joe Henry dan ondertussen een oeuvre bij elkaar geschreven hebben dat niet moet onderdoen voor dat van bekendere namen, toch blijft hij een nobele onbekende bij het grotere publiek. Leunde zijn werk in de beginjaren van zijn carrière nog dicht aan bij de pure alt.country dan zorgde hij op latere platen voor een uitgepuurde mix van folk, country, blues en jazz. Zeker sinds Tiny Voices resulteerde dat in een hele reeks consistent knappe albums die in elkaars verlengde liggen. ‘s Mans muziek is een beetje zoals een goede single malt whisky: het heeft tijd nodig om zich te ontplooien en gedijt het beste aan de haard, bij wat mistroostig herfstweer.

Met zijn nieuwste album Thrum onder de arm kwam hij op zijn eentje naar de AB. Zonder zoon Levon dus -- die er vier jaar geleden in de Gentse Handelsbeurs nog bij was -- want die was in New York met een eigen project bezig. Dat nieuwe album -- nummer veertien in de rij -- is meer nog dan zijn voorgangers een werkstuk dat tijd nodig heeft om te groeien. Klonk het bij de eerste luisterbeurten nog een beetje als Joe Henry op automatische piloot, dan is het pas na verloop van tijd dat het album zijn valse bodems en geheime ruimtes prijsgeeft.

Het was vooraf afwachten of iemand die vooral ‘weinig modieuze walsjes’ -- zijn eigen woorden -- schrijft er wel gedurende al die tijd in zou slagen het publiek op zijn eentje te blijven boeien. Openen deed hij met het oudje “Trampoline”; het daarop volgende “Odetta” was in zijn doorleefde versie een vroeg hoogtepunt. Het tempo ging een beetje de hoogte in met nieuwe nummers als “Climb” en “Believer” -- dat laatste omschreef hij zelf als een kruising tussen “Amazing Grace” en “Let’s Get It On” -- waarmee hij meteen bewees dat die nummers in die kale uitvoering inderdaad gerust naast vroeger werk mogen staan.

Al zat daar misschien ook een beetje de angel, zeker voor de minder doorwinterde Henry-liefhebber. Hoe knap die liedjes apart allemaal wel niet zijn, ze zitten allen in dezelfde weemoedige sfeer en volgen een vergelijkbaar, wat gezapig tempo. Zeker als Henry ze dan op zijn eentje brengt kan dat misschien wat eentonig overkomen. Maar dat is relatief, want wat zijn het knappe nummers die Henry bracht. “Blood Of The Forgotten Song” bijvoorbeeld. Niet alleen een geweldige titel, het is ook een nummer dat er ook in de uitgebeende versie staat. Want dat Henry zich inleefde in de songs is een understatement. “Grave Angels” is nog zo’n niet kapot te krijgen nummer, of wat te denken van een slepend “Sold”. Halverwege “Hungry” was Henry even de draad kwijt -- die verdomde vlieg toch -- maar die imperfectie maakte het nummer net af.

Voor één nummer ging hij achter de piano zitten. Al grapte hij wel dat hij zich wat ongemakkelijk voelt om een vleugelpiano op het podium te vragen omdat hij er toch maar een halve meter van gebruikt. “Our Song” was het nummer, zijn state of the union noemde hij het. Het was een van de momenten waarop hij de politieke situatie in zijn land aanhaalde (“er is een soort burgeroorlog bezig”). Over hoe zijn vriend en mentor Harry Belafonte hem aanmaande ondanks zijn ontgoocheling niet bij de pakken te blijven zitten, maar verder te doen. “Keep Us In Song” was het nummer dat hij daarop schreef en ook gisteren viel nog te zien hoe Henry het er ook nu nog altijd moeilijk mee had.

Tijdens de bisronde kreeg het publiek met “Short Man’s Room” nog een nummer uit Henry’s beginperiode voorgeschoteld waar Kris Kristoffersons “For The Good Times” naadloos aangeplakt werd. Nieuwe zieltjes zal Henry met dit optreden niet gewonnen hebben, maar het was wel weer een illustratie van de tijdloze klasse van de Amerikaan. Maar evengoed een illustratie dat zijn nummers ook zonder het organische, warme groepsgeluid in hun naakte eenvoud als een huis staan.

E-mailadres Afdrukken