Banner

Wolves In The Throne Room + Wolvennest

14 december 2017, STUK

Bart Van Put - 15 december 2017

We hopen dat ze in het STUK genoeg Febrèze hebben om die wierookgeur uit de gordijnen te krijgen.

Al van buiten de ingang hadden we het in het snotje: de kleren gaan vanavond in de was. De Brusselaars van openingsact Wolvennest koketteren graag met occultisme en al dat ander ongein, dus in het midden van het podium staat een altaartje opgesteld met de obligate doodskop en wat kelken waar dikke walmen kruidengeur uit staan te dampen. Kortom: we wanen ons meteen in de slaapkamer van een 14-jarige goth-chick. Niet dat we daar onlangs zijn geweest.

Gelukkig is het allemaal wat serieuzer als het op de muziek aankomt. Drie nummers draait Wolvennest erdoor in drie kwartier. We hebben het dus duidelijk niet over punkpop. Au contraire: het zestal (bas, drum, drie gitaristen en een zangeres met elektronica) houdt zich ledig met het bouwen van kathedralen van psychedelische sludgekolossen. Die dikke, hypnotiserende grondlaag wordt onder meer gelegd door Michel Kirby (ex-DV8, La Muerte) en Marc De Backer (die ooit nog bij Dog Eat Dog speelde), dus qua lappen rond de oren kan dat alvast tellen. Het unieke van Wolvennest is dat het geheel wordt ingezwachteld met een dikke laag gitaargefröbel en theremin. Tel daarbij nog de diepe, bezwerende vocalen van zangeres Shazulla Vultura en je krijgt een straf optreden van een Belgische band om heel goed in het oog te houden.

Qua protserige podiumaankleding en te koop lopen met onbestemde kruiden moet hoofdact Wolves In The Throne Room allesbehalve onderdoen voor zijn voorprogramma. Blinkende schilden, banieren met Keltische symbolen en frietzak gedroogd steppegras (zo ruikt het tenminste) moeten het uitverkochte STUK klaarstomen voor een lang geanticipeerd paganistisch ritueel.

Want het is lang stil gebleven rond de broers Aaron en Nathan Weaver. Na een stroom geniale albums in de tweede helft van het vorig decennium produceerden deze Amerikaanse black metal-pioniers immers geen noemenswaardige plaat meer (tenzij u het ambient elektronisch uitstapje Celestite meetelt). De broers hadden even genoeg gehad van het musiceren en trokken zich enkele jaren terug op hun bioboerderij in de bossen van Washington State. Met het uitbrengen van Thrice Woven kwam daar verandering in en nam WITTR weer zijn plaats in als groep die de Amerikaanse black metal op de kaart zette en een van de aanstokers was van de hele black metal-revival die nu hoge toppen scheert.

Voor deze tour bleef drummer Aaron Weaver helaas thuis (die asperges planten zichzelf natuurlijk niet) en wordt hij vervangen door jong geweld Trevor Deschryver. Zanger/gitarist Nathan Weaver krijgt versterking van vaste gitarist Kody Keyworth, Peregrine Somerville (ook gitaar) en Brittany McConnell op keyboards en elektronica. Een combinatie die eerder dit jaar al zorgde voor een sterk optreden op Roadburn, dus gegarandeerd succes.

Maar dat valt in het begin enigszins tegen. Bij de grandioze opening van "Born From The Serpent's Eye" staat het geluid zo kaduuk dat de impact van deze black metal-stortvloed plat op de buik gaat. Drums te luid, gitaren te vlak en synth-baslijnen die storend zoemen. Het duurt dan ook een tijd vooraleer dat euvel min of meer hersteld is. Gelukkig is het nummer lang genoeg om de meubelen enigszins te redden. Het tweeluik "Dea Artio" en "Vastness And Sorrow" doet het feest pas echt losbarsten. De twee nummers uit het meesterwerk Two Hunters tonen de band in hun beste vorm: opzwepend, energiek, bezwerend maar tegelijkertijd ook topzwaar en loeihard. Het is niet voor niets dat WITTR zich met deze nummers naar de top van het black metal-peloton koerste.

Daarna gaat het tempo wat naar beneden. De lange pauzes die de groep tussen de nummers inlast om uitgebreid gitaren te stemmen, nog wat extra wierook op te fikken en de fles wijn uit te kuisen, helpen daarbij niet bepaald. Gezellig allemaal, maar het haalt enorm de vaart uit de set. "The Old Ones Are With Us", op zich al niet het sterkste nummer uit Thrice Woven, onder-vindt enorm last van die energiedip. "Prayer Of Transformation" (ooit uitgebracht op een live-EP) brengt het er beter van af op zijn trage, plechtstatige maar niet minder indrukwekkende manier.

Afsluiter "I Will Lay Down My Bones Among The Rocks And Roots" (ook uit Two Hunters) moet ook weer uit het dal van de ellenlange pauze worden gesleurd, maar haalt het gemakkelijk met zijn duurtijd van over het kwartier, waarbij woeste blastbeats afgewisseld worden met intieme passages en grandioze arpeggio’s. Het levert een knappe finale van een concert dat geldt als bevestiging van Wolves In The Throne Room als black metal royalty, maar duidelijk ook niet meer als spitsroedenlopers van het genre. Dat mag met zo’n palmares, maar de valkuil van de laksheid was bij momenten wel heel dichtbij. Volgende keer misschien toch wat meer oppeppend spul in die wierook draaien, jongens?

E-mailadres Afdrukken