Banner

Potter, Taborn & Harland

7 december 2017, Handelsbeurs

Jan Van Steenbrugge - foto's: Geert Vandepoele - 09 december 2017

Piano, Fender Rhodes, effectenbakjes bij de sax en een drumstel met een dubbele basdrumpedaal. Géén bas. De opstelling ruikt al voor aanvang naar interessant experiment.

De sfeer is gezapig in een goedgevulde en lekker warme Handelsbeurs. De zomerse tonen van Marc Ribot y Los Cubanos Postizos die de concertzaal opwarmen, laten ons nog even in de waan dat dit een banale concertavond wordt. Hier en daar schuifelen opmerkzame bezoekers zenuwachtig en lichtjes opgewonden op hun roodfluwelen stoel. Ze zijn terecht nieuwsgierig naar die ongewone opstelling. Twee jaar geleden stond saxofonist Chris Potter hier ook. Toen bracht hij een kwartet mee, nu toert hij in trio. Aan de drums zetelt Eric Harland, een drummer met bovenmenselijke capaciteiten. Craig Taborn neemt plaats achter de piano en Fender Rhodes. Een uitmuntende samenstelling van toppers van de hedendaagse jazz.

Die eerste noten horen bewegen, voelt dan ook aan als een ontlading. Potter stuurt een groovy saxlijn uit die Harland van meet af aan uitdaagt. Harland weet met zijn enthousiasme geen blijf. Zijn spelplezier werkt aanstekelijk en voor we het goed en wel beseffen, zitten we onrustig op het puntje van de stoel te genieten. De constante baslijn in Taborns linkerhand is het fundament waarop gebouwd wordt. In de luwte zoekt hij zijn vrijheid op. Maar ook als hij de bovenhand haalt, houdt hij de balans tussen ondersteuning en balans. Van de drie is hij het soberst, het meest dienstig. Op subtiele wijze manoeuvreert hij zich tussen zijn kompanen die in een zoektocht verzeild geraakt zijn. Harland geneert zich niet als hij de ene groove na de andere uitprobeert, om uiteindelijk niet te vinden wat hij zoekt.

Potter vindt gelukkig zijn gading in de effecten. Als wat later het tempo onderuit gehaald wordt, grijpt hij naar zijn dwarsfluit en daalt, eventjes, de rust neer. Nog wat later mag Potter zelf even rusten en schuift Taborn de bescheidenheid opzij om psychedelische sferen te verkennen. Eindelijk! Tot groot jolijt van Harland, die zich als een klein kind met guitige blik laat inspireren door wat zijn collega tevoorschijn haalt. Ritmes worden dooreengeschud en gekneed tot een soepele boetseerpasta. Kiezen is verliezen, moet Harland gedacht hebben. En hij slaat 101 bochten in, om de haverklap iets nieuws aan het proberen. Is hij de inspiratie kwijt? Of heeft hij er te veel? Vast staat dat zijn beide hersenhelften onafhankelijk van elkaar werken en ook al is het niet altijd muzikaal, straf is het op z'n minst.

Potter blaast zich ondertussen terug een weg in het trio. Met zijn scherpe sound snijdt hij moeiteloos door het drum-'n-bassritme waarin Harland hervallen is en Taborn verzinkt in zijn toetseneiland. Het is met zo'n eclectische en koppige input moeilijk om de kern van de melodie beet te hebben. Maar hier en daar lukt het, in een melodramatische song of wat verder, wanneer ragtime gesuggereerd wordt. Dat Harland op het einde van het bisnummer plots stopt met spelen om te klagen over een spotlamp waaraan hij zich stoort, is tekenend voor zijn attitude tijdens het concert. Pretentieus en pedant.

Niettemin was dit een uitmuntend concert. Enkel jammer van de lichte irritaties over een drummer die zich gedroeg als een olifant in een porseleinwinkel. Het werd net geen freakshow.

E-mailadres Afdrukken