Banner

De Mens

25 november 2017, Het Depot

Filip Hermans - foto's: Matz Nilsson -- Thematz.com - 26 november 2017

Vijfentwintig stevig rockende verjaardagskaarsjes mogen uitblazen; lang niet elke Vlaamse band kan bogen op zo’n granieten carrière. Voor een enthousiast publiek speelden Frank Vander linden en de zijnen dan ook twee terecht uitverkochte concerten afgelopen weekend. En yep, zowel 's mans bindteksten als de songs waren als vanouds om door een zorgvuldig gepoetst ringetje te halen.

Dat begon al met het heerlijke “Dit Zou Het Kunnen Zijn”, opener op het dit jaar verschenen 24 Uur -- een plaat die de groep in, jawel, krap 24 uur heeft ingeblikt. Onmiddellijk viel op hoe toetsenist David Poltrock, door grapjurk Vander linden heel de set lang koppig voorgesteld als “de stagair die nog maar vijf jaar bij de band zit”, de o zo typische sound van De Mens geweldig opentrok. Om maar te zeggen dat Poltrock zijn suikerspinnen Hammondorgel een snoepje was dat je eeuwig binnensmonds wilde houden.

Een massaal meegezongen “Dit Is Mijn Huis”, al verrassend vroeg in de set, stond al gauw model voor het ganse concert: prachtige baslijnen en –solo's van spring-in-het-veld en mede-oprichter Michel De Coster, de net geciteerde mooie aanvullende toetsen van Poltrock, knetterende drums van Dirk Jans en een Vander linden die glundert als had hij net een gezinsverpakking Prozac geslikt. En dan hebben we het nog niet over Vander linden zijn steevast verrassend snedige bindteksten gehad. Zo vertelde hij, ook al vroeg in de set, dat hij vast van plan was om alle 93 nummers van de duizendjarige carrière van de band te spelen en dat de buitendeuren professioneel waren vastgeplakt.

En uiteraard bleef het hits als -- excusez le mot -- oude wijven regenen. Na dat heerlijke delay-effect en het staccato ritme van “Sex Verandert Alles” speelden de heren met de gretigheid van een roedel jonge wolven de recente single “Vier Akkoorden”; al greep de band ook soms naar een minder bekende song uit zijn rijk gevulde oeuvre. Het door Vander linden met veel poeha aangekondigd (want uitzonderlijk door Michel De Coster gezongen “Denk Aan Mij”) katapulteerde ons dan ook welgemikt naar de herfst van '92. Voor een uitverkochte Beursschouwburg tjokvol rockjournalisten gaf de groep toen, massa's zenuwachtiger dan nu, haar debuutconcert.

Vijfentwintig lange jaren op plankgas spelen, het is niet niks. En toch smeet De Mens zich met de energie van een dozijn opgepepte bodybuilders op haar noeste taak: een dermate goed concert spelen dat je als toeschouwer nadien wel op wolkjes naar huis moést zweven. Wat te denken van de tristesse én lust for life van “Kim Is Dood”? Of de ook best wat wrange tekst van het recente “O Wat Ben Je Mooi (Als Je Weer Wegloopt)”? Maar De Mens was afgelopen weekend niet voor één gat te vangen. Plotsklaps verrasten de vier heren vriend en vijand door van het podium pardoes naar enkele micro's in het midden van de concertzaal te verkassen. Akkoord, we hebben het al meer artiesten zien doen, maar toch: verandering van spijs doet eten, nietwaar?

Wat volgde, was een heerlijk akoestische set met lekkers als “Jeroen Brouwers Schrijft Een Boek”, “Soms Denk Ik Dat Ik Een Weeskind Ben” (met de nodige excuses aangekondigd: "Mijn moeder zit hier in de zaal en ze was niet blij met deze song"), de ragfijne liefdesmelancholie van “Lukt Het Met Hem”, het loepzuivere “Angst”, geschreven door Herman Brusselmans, en de heerlijke toetssolo van Poltrock in het ook akoestische vinnige “En In Gent”. Op de dia's aan de zijmuren: een foto van Vander Linden en wijlen Luc De Vos. Lichte krop in de keel, zeker toen Vander linden enkel gewapend met zijn akoestische gitaar zonder micro “Billy Heb Je Mij Gehoord” zong.

En het sprookje was nog steeds niet uit: de band verzamelde terug naar de elektrische gitaren op het hoofdpodium voor wat één langgerekte eindsprint zou worden: wij noteerden energieke, staalbetonnen versies van onder meer “Lachen En Mooi Zijn”, “Patti Blues”, “Kamer In Amsterdam” en “Zonder Verlangen”. Echt, wij willen er niet aan dénken hoe sterk de koffie van die heren wel niet is … Een door de zaal volledig meegezongen “Irene” én een stevige omhelzing tussen partners in crime De Coster en Vander Linden vormden een ontroerend slotakkoord voor een dijk van een concert dat meesterlijke teksten en tonnen onversneden rock’n roll moeiteloos combineerde. In de bissen nog het gevoelige “Sheryl Crow I Need You So”, het sterk pompende “Nooit Genoeg”, het machtig swingende “Maandag”, het berustende “Ergens Onderweg” en -- kwestie van de puntjes finaal op de i te zetten -- een tweede keer “Irene”: een hymne, een gedicht, een volkszang. Een onwaarschijnlijk straf concert waar geen haarspeld tussen te krijgen viel. En yep, we vlogen op wolkjes terug naar huis. Vrieswolkjes, dat spreekt.

E-mailadres Afdrukken