Banner

Protomartyr

21 november 2017, Botanique

Lennert Hoedaert - 22 november 2017

Kunnen de makers van een van dé albums van het jaar de intensiteit van die plaat ook live waarmaken? Protomartyr klonk in een uitverkochte Botanique behoorlijk geweldig, al liet de postpunkband uit Detroit toch ook een paar steken vallen.

Op zijn vierde boreling, Relatives In Descent, laat Protomartyr de luisteraar alle uithoeken van het postpunkgenre zien. Het duistere pareltje bevat echo’s van The Pop Group, The Fall, The Clash, Nick Cave én Joy Division. Eerder deze maand zagen frontman Joe Casey en co al op het podium van het Utrechtste stadsfestival Le Guess Who?, maar daar gingen ze gebukt onder een erbarmelijke geluidsmix en een vroeg speeluur. Hoewel het allesbehalve een slechte show was, mocht het toch net iets meer zijn.

Een volgepropte Rotonde en een publiek dat de band, en vooral de zanger, enthousiast en liefdevol (“I love you, Joe!”) onthaalt: de voortekenen zijn alvast gunstig. Opener “My Children” klinkt echter nog niet helemaal zoals het moet. Casey, met in elke zak van zijn blazer twee flesjes Maes, bestookt ons met een eindeloze woordenstroom zoals hij dat alleen kan. Wat Casey doet, is eigenlijk iets anders dan gewoon zingen, het is meer een afkondiging van zijn, overigens, briljante teksten. Ook de ritmesectie laat zich meteen gelden – correctie: dondert en davert doorheen de intieme zaal. Het probleem is de veel te stil afgestelde gitaar van Greg Ahee. Zo komen zijn prachtige melodieën, ook in “Windsor Hum”, niet volledig tot hun recht.

Vanaf een verzengend “Up The Tower” zit het spel plots wel op de wagen. Dit is hoe Protomartyr live moet klinken: als een kopstoot in het aangezicht maar met nummers met een retespannende opbouw. “Knock it down! Knock it down! Knock it down!”, roept Casey als een bezetene. Die repetitieve zinnen spoken trouwens ook door andere nummers als mantra’s -- let maar eens op de “She’s Trying To Reach you”-passage in “Half Sister. Met een daaropvolgend “Male Plague”, “Cowards Starve” en “The Devil In His Mouth” scoort de band op verschroeiende wijze een vier-op-een-rij.

Maar zo imposant “A Private Understanding” op plaat klinkt, zo teleurstellend is het resultaat live. Niet alleen gaat de band een beetje rommelig spelen, van die weergaloze gitaaruitbarsting blijft maar een knalletje over. Ligt het aan onze plaats in de zaal of, nog altijd, aan de gitaar van de heer Ahee? We vinden het in ieder geval een spijtig euvel. Met zo’n wereldnummer maak je als band het verschil, ook live. De fans laten dat echter niet aan zijn hun hart komen, er stijgt zelfs euforie wanneer het geluidstormpje in het nummer even gaat liggen.

Op het einde van de set slaagt Protomartyr er wel weer in het verschil te maken met zijn eigenzinnige postpunk. “Half Sister”, nog zo’n topper van Relatives In Descent, kan wel volledig overtuigen. Casey vraagt eerst nog om de discobal te verlichten. Het past wonderwel bij de ingehouden woede. Bijna volledig hypnotiserend worden we naar de toegift geleid en murw geslagen door “Why Does It Shake?” en “Scum, Rise!”.

Twee jaar geleden stond Protomartyr ook in de Rotonde. Het is vreemd dat een band met zo’n indrukwekkende plaat nog niet in de Orangerie geprogrammeerd kan worden. Misschien moet de band eerst nog de rommelige momentjes wegwerken en een hele show kunnen imponeren (waarom niet op Pukkelpop?). Of misschien zijn deze postpunkers niet geïnteresseerd in de volgende stap. Dat kan ook en daar is helemaal niets mis mee. Want geweldig, dat zijn ze al.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Protomartyr