Banner

Benjamin Clementine

8 november 2017, AB

Toon Heylen - 09 november 2017

Prima gozer, die Benjamin Clementine. Prima songs ook. Maar iemand moet ‘m eens vertellen dat het tot in den treure uitleggen van zijn nummers en het verklaren van werkelijk élke metafoor in zijn teksten, niet bepaald voor een strak concert zorgt.

Dat Clementine een apart avondje in petto had, daar kon je vooraf een pint om verwedden. Wie zijn bijzondere tweede album had beluisterd, die wist: hapklare pop wordt het daar in Brussel niet. Op die meest recente plaat pakt Clementine de miserie van vandaag bij het nekvel en wringt ze in songs waar voor de luisteraar nog behoorlijk wat werk aan is. Songs die uit twee of drie afzonderlijke nummers in evenveel genres lijken te bestaan, die meer van tempo wisselen dan eigenlijk goed voor ze is en waarvan je niet zelden denkt: waar gaat dit héén?

Wanneer Clementine na twintig minuten met “Calaisfornia” -- alleen al voor de titel is het jammer dat die niet op de plaat is terechtgekomen -- even in de richting van soulpop afdreef, had de AB al een klassieke ouverture (“Farewell Sonata”) en het spookachtige “God Save The Jungle” achter de kiezen. Ietwat rommelig en bevreemdend, maar tegelijkertijd ook intrigerend; je wist niet goed wat ervan te denken, maar je voelde wel dat er anderhalf uur lang iets zou gebeuren.

De opzichtige set-up versterkte dat gevoel nog wat. Nadat Clementine, zijn drummer en zijn bassist een minuut lang hadden rondgecirkeld tussen de mannequinpoppen die over het podium verspreid stonden, kozen ze hun plek: de muzikanten op een extra verhoogd podium, de protagonist op een heen en weer rollend stuk podiumconstructie. Die truss zou zich trouwens gaandeweg manifesteren als een terugkerend attribuut in de performance die het concert was, een piepklein vluchtelingenbootje symboliserend.

En over symboliek gesproken: daar is de heer Clementine nogal genereus mee. Visueel en tekstueel stapelden de verwijzingen zich op: naar de hel van Aleppo, naar het lot van die miljoenen vluchtelingen en naar de rechtse leiders die hun poorten gesloten willen houden. Die metaforen en referenties lagen niet allemaal even makkelijk voor het oprapen, en dus besloot Clementine halfweg de set een kwartiertje uit te trekken om elk nummer van wat duiding te voorzien. Nadat hij “Turkish Boy” afrondde met het ten grave dragen van een kinder-etalagepop (nee, dat hadden wij ook nog nooit tijdens een concert gezien), werden de eerste zeven nummers -- allemaal nieuwe -- vakkundig ontleed en verklaard voor wie niet helemaal mee was. “It’s a bit strange I know, all this shit in my show. Let me explain ...” klonk het. Dat was niet gelogen, maar een optreden stilleggen om elk nummer van het voorbije uur tekstueel te gaan ontbinden, is natuurlijk ook best vreemd, dacht de rest van de zaal. Gelukkig trapte de boomlange Brit met de single “Jupiter” de boel weer op gang, net voor het iets té gezellig dreigde te worden.

Een bijzondere kerel is het, die Clementine. Op zijn recente I Tell A Fly bewees hij al dat klassieke songstructuren en lekker in het oor liggende soulliedjes voor hem niet zo hoeven, nu gooide hij ook nog eens de wetten van een popconcert glimlachend overboord. Na die pauze ging Clementines trip verder over steeds diverser terrein: de lugubere vertelling “Paris Cor Blimey” kroop de zaal door en de meezinger “By The Ports Of Europe” ontketende iets wat op een vrolijk kampvuursfeertje leek, waarna de piano van “Quintessence” alles en iedereen verstilde.

Het contrast tussen die tweede plaat en Clementines mooie debuut van twee jaar terug is zo groot, dat zijn keuze om in de reguliere set alleen maar nieuwe nummers te brengen niet eens wrong. Want dit is duidelijk een andere artiest dan toen. De schuchtere chansonnier is een excentrieke performer geworden, die zich niets aantrekt van verwachtingen of commerciële opportuniteiten.

Pas bij de bisronde kwam de vleugelpiano het podium op, en daarmee ook de Benjamin Clementine van 2015 op wie heel wat mensen zaten te wachten. Het luidste herkenningsapplaus was dan ook voor “I Won’t Complain”, wat later overtroffen door dat van “Condolence”. Die bisnummers toonden Clementine op zijn beheerst en voelden een beetje aan als goedmakers. Een beloning voor het volhouden, een zachte knuffel om afscheid te nemen. Helemaal het licht uitdoen deed hij overigens met “The Great Lafayette”, een stevige gitaarsong waarmee hij lijkt te zeggen: de volgende keer kan het even goed een rockplaat worden, boys and girls.
Niemand die er zou van opkijken.

E-mailadres Afdrukken