Banner

Metallica

3 november 2017, Sportpaleis

Philippe Nuyts - foto's: Jan Van den Bulck - 05 november 2017

De ellende voor Metallica begon toen ze in de nasleep van hun commerciële doorbraak met The Black Album de “U2 van de metal” wilden worden. Het leidde tot een spectaculaire Icarusval waar de band nooit van zou herstellen. In het Sportpaleis bevestigden ze die dubieuze status echter meer dan ze zelf willen.

Voldoende parallellen te trekken tussen beide bands -- daarover straks meer -- maar wat ze sowieso gemeen hebben, is een ziekelijke perfectiedrang. Het leidde ertoe dat de tweede Sportpaleisavond een duchtige facelift van de eerste, en op gemengde gevoelens onthaalde avond werd. Zo was het geluid véél helderder, bijwijlen zelfs loepzuiver op het middenplein. De verkeerde en lauw onthaalde coverkeuze van The Kids was wijselijk vervangen door een cover van Plastic Bertrands “Ça plane pour moi”, maar niettemin even overbodig. Tegen dan was de zaal al een stuk opgewarmder dan twee dagen eerder, tot zichtbare opluchting van de band zelf.

Ook de setlist was duchtig hertimmerd, al bleef de mix van oud en nieuw werk intact. Maar liefst zeven nummers van ’s bands laatste, wederom wisselvallige plaat Hardwired… To Self-destuct werden erdoor gejast. Het tekent het gevecht voor hun eigen relevantie dat de band blijft aangaan -- zie ook hier weer U2, wat bij beide bands tot een enorme verstarring en verkramping leidt met zwakke, overbodige platen tot gevolg. De onzekerheid bij Metallica daarin is aandoenlijk: tot twee keer toe vraagt Hetfield het publiek of het “the new stuff” ook smaakt.

Dat de band de juiste songs uit het van de weeromstuit veel te lange Hardwired kiest, helpt daarin. Dat die songs de meeste toeters en bellen meekrijgen tijdens een visueel uitstékende show ook. Zo ontpopt “Moth Into Flame” zich tot een hoogtepunt door een inventief lichtspel met drones -- dat zal zonder twijfel op de tekentafel voor U2’s nieuwe tour belanden. Tijdens “Now That We’re Dead” slaat de band in z’n geheel aan het drummen -- best wel ironisch dat Ullrich hierbij het ritme aangeeft, maar goed. De trashkopstoot “Hardwired”, het beste nummer van de band sinds 1991, mag de set verschroeiend en cum laude openen. “Spit Out The Bone” ontpopt zich als eerste nummer van de bissen tot een nieuwe liveclassic -- weliswaar met artilleriedrums van Ullrich aan het begin van dat nummer op tape. Zonde, want dat was mogelijk lachen geweest te horen aan de enkele keren dat hij er in de loop van de avond weer ferm naast mepte. Heerlijk, zulke zekerheden.

Aandoenlijk dus hoe de band zich uitput om duidelijk te maken dat ze meer willen en kunnen zijn dan een jukebox. Vandaar wéér de lang uitgesponnen vraag voor wie het de eerste Metallicashow was, gevolgd door een eerbetoon aan wéér een kind -- deze keer een 11-jarige -- om duidelijk te maken dat er aanwas is en dat de band géén nostalgie-act is voor steeds minder volk aangezien er steeds minder volk in hun zalen kan door aandikkende pensen. Dat kan allemaal goed zijn, maar het échte vuurwerk zat ‘m weer in de indrukwekkende klassiekers die de band de legende in katapulteerde.

Die classics werden dan ook verrassend scherp gespeeld: “One” klonk minder afgeraffeld dan het al eens durft te klinken, “Seek & Destroy”, “For Whom The Bell Tolls” en “Sad But True” zijn anthems die evenknieën van andere metalgrootheden het bloed uit de ogen kunnen staren. En “Master Of Puppets” hoeft nooit een staatsgreep op z’n troon te vrezen. Van gratuite crowdpleasing kan de band evenmin beschuldigd worden: een “Battery” en “Fight Fire With Fire” ontbreken al een hele tour op de setlist, “Fade To Black” wordt op de tweede avond vervangen door het minder evidente “The Shortest Straw”. “Fuel” duikt ook op als verrassing, als enige nummer uit de periode 1996-2016 dat gespeeld wordt, maar haalt fors uit.

Het zorgt er echter voor dat het concert het “je had erbij moeten zijn”-etiket niet opgekleefd krijgt. Dat was bij U2’s “Joshua Tree”-concert eerder dit jaar wel het geval. Het was een pletwals aan classics die duidelijk maakte waaraan de band die torenhoge status te danken had en waarom je er zo mee dweepte destijds. Je zag een band die zich eindelijk leek neer te leggen bij hun huidige status, losgekomen van die verkramping die de miskleunen van de afgelopen jaren verklaarden. In de bisnummers, de fun en de hits van deze eeuw, werd de breuk met het huidige, magere niveau er niet minder om, maar de rest van de avond reikte een mantel der liefde aan. Dat zou Metallica zo ook maar even te beurt kunnen vallen. Live haalt de band vandaag immers een uitstekend niveau, absoluut hoger dan op de vorige tournees, maar bewijst dat te weinig met het werk uit hun eerste vier (vooruit dan maar: vijf) platen die tot vandaag letterlijk onnavolgbaar zijn. Die combinatie geeft immers vonken deze tour, maar dus te weinig op een avond als deze.

Tijdens die vonken is Metallica zo’n band die met een grijns niets meer te bewijzen heeft, maar als je dat dan toch wilt doen, mag de lat ook hoger liggen dan de platte meuk die ze de afgelopen 25 jaar hebben uitgebracht. En dat zou pas een dankuwel zijn aan de fans die op het gênante af omstandig bedankt werden na afloop van het concert, al was het maar omdat het geen mantel maar een nekmat der liefde om de strapatsen van de afgelopen 25 jaar heeft geworpen. Al is dat ongetwijfeld ook een dankbetuiging van de Metallica NV, een band die transformeerde van trash metal naar business metal. In de optiek van dat laatste is dat nostalgie-act-plan nog zo slecht niet, James.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Metallica