Banner

Weezer

18 oktober 2017, AB

Matthieu Van Steenkiste - foto's: Jan Van den Bulck - 19 oktober 2017

Weezer weet het niet meer, maar Weezer kan het nog. Met zo'n dubbel gezicht stond de legendarische indiegroep woensdag in de AB. Waar oud werk nog steeds aanvoelde als de hits van weleer, viel het nieuwe werk wel erg bleek uit.

Zestien jaar geleden is het dat Weezer nog eens op Belgische bodem stond. De Pyramid Marquee in Werchter was dat, als we ons niet vergissen, en de groep had net zijn derde album, The Green Album, uit. Wat hebben we zoal gemist sindsdien? Gelukkig niet veel. "Beverly Hills" lokte vier jaar later niet meer dan een gaap uit, enkel "Pork And Beans" was in 2008 de geinigste onzinsingle van de vijf omringende jaren. Veel platen zouden volgen, weinig singles eindigden nog in De Afrekening of andere hitlijsten. Dat Rivers Cuomo en co de laatste jaren opnieuw wél de weg naar Europa wisten te vinden, en deze keer zelfs het onooglijke België, lijkt dan eerder een amechtige poging alsnog verloren tijd in te halen.

Want er was een tijd dat de Amerikaanse indieband belangrijk was. Dat Cuomo de stem van een halve generatie was, meer bepaald die kliek bleke jongentjes die maar niet aan een lief geraakten, terwijl ze verdomme zoveel over muziek en andere boeiende comics wisten. En van die spichtige meisjes die die opgeschoten slungeltjes wél leuk vonden, maar niet goed wisten hoe ze dat moesten duidelijk maken. Kortom: frustratie en hormonen alom, en Weezer wist hoe daar heerlijke popsongs uit te distilleren.

Dat was 1995, en de titel was Weezer, in de volksmond The Blue Album genoemd; een plaat die anno 2017 nog steeds als een molensteen om de hals van de groep hangt. Ja, de aanvankelijk geflopte opvolger Pinkerton -- waarop Cuomo zijn depressie uitzweette -- werd achteraf gezien ook een klassieker, maar zo poptastisch, zo aanstekelijk als op die eerste werd het niet meer. En als je daar de lat hebt gelegd, tja, dan word je daar tegen afgemeten.

Het is dansen op een dun koord, dus, met een setlist die heel hard wil schreeuwen dat er volgende week vrijdag een nieuwe plaat op uitkomen staat (Op vraag van de marketingafdeling van Warner: die heet Pacific Daydream) en een publiek dat al bij voorbaat vindt dat die toch niet zo goed is als toen. Raar begin dus, dat "Mexican Fender", met zijn cheesy refrein, dat meteen wordt weggeblazen door "Surf Wax America", een eerste van dat debuut, en duchtig meegebruld.

De spreidstand is pijnlijk. Heeft Cuomo ooit wereldnummers geschreven, dan lukt het de laatste jaren duidelijk niet meer. Uit "Weekend Woman" spreekt geen enkele verbeelding, "Happy Hour" -- de nieuwe single die vandaag in wereldpremière live wordt gespeeld -- is de onzalige 'funky one' en "Thank God For Girls" is het moment waarop Weezer even de bezopen gedachte kreeg 21 Pilots te moeten zijn. Eigenheid? Nul. Kwaliteit? Min tien. Er is niet genoeg bier op de wereld om dat laatste nummer door te spoelen.

Het is dus maar goed dat we ondertussen toch al "My Name Is Jonas" hebben gekregen, waarbij een zaal nerds zich tot voetbalkoor ontpopt. Cuomo, gitarist Brian Bell en bassist Scott Shriner laten zich meteen even gaan en gaan gedrieën op de rand van het podium wat rockposes aannemen. De Outkastcover "Hey Ya!" (Wat is dit, 2005?) is een raadsel: is het zielig om de frontman de coole routines van André 3000 te zien overnemen, of net heerlijk ironisch?

Het is een slordige cover, maar zo speelt dit Weezer. Al vroeg in de set valt in "The Good Life" op dat drummer Patrick Wilson al eens de weg kwijtraakt. De band heeft gelukkig afgesproken bij de verdwaalpaal met de floortom, en dus komt alles altijd goed, maar nooit wil dit vierspan echt een geoliede machine worden. Slackermentaliteit of gewoon geen zin? Cuomo mag nog zo hard bindteksten in zijn beste Frans debiteren, het lijkt er toch niet op alsof hij heel hard staat te genieten.

Het maakt allemaal niet meer uit eenmaal de band de eindspurt heeft ingezet. Met alleen maar oude sterkhouders in het magazijn geladen, wordt dat een spervuur van hits, en bijbehorende vrolijkheid. Dan pas merk je wat voor impact de oude Weezer ooit heeft gehad: als je een echte mama van veertig uit volle borst ziet meezingen met "Undone - The Sweater Song". Ze is niet alleen: ook "Buddy Holly" wordt meegebruld als ware dit een Nationaal Zangfeest, in "Island Of The Sun" laat Cuomo het refrein dan maar volledig aan het publiek over.

Het zijn stuk voor stuk heerlijke momenten, en daartussen voelt zelfs "Beverly Hills" bijlange zo slecht niet meer. Als Weezer dan toch klaar is voor het nostalgiecircuit -- hoe zou "Hash Pipe" trouwens klinken met de strijkers van The Night Of The Proms? -- dan wordt het in elk geval een act die dat goed zal doen. Al hopen we dat ze niet kiezen voor "Feels Like Summer", een eerdere single van Pacific Daydream waarin Weezer gaat stoeien met R&B-beats en Cuomo zich een falset aanmeet. Alweer is het gebrek aan identiteit stuitend; laat Max Colombie dit op zijn typische lijzige manier mompelen en je geloofde grif dat het een Oscar & The Wolfsong was.

"Say It Ain't So" redt de meubelen in de bisronde. Nog één keer meebrullen, nog één keer feest. De liefde vanuit het publiek voor deze band is voelbaar. En dan een grote collectieve buiging van op het podium: Weezer heeft eindelijk nog eens in België gespeeld, dat het too little, too late was, dat moet dan maar. We koesteren de herinnering aan de goeie momenten, want whatever happens, we zullen altijd die eerste twee platen hebben.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Weezer