Banner

De Beren Gieren & Unnatural Ways

28 september 2017, Handelsbeurs

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 30 september 2017

Het was een week vol Belgische releases, en voor (vermoedelijk) de eerste keer ooit belandde ook het verse Beljazz-aanbod in zowat alle media. Voor ons was het vooral ook uitkijken naar De Beren Gieren, die voor de derde keer in de Handelsbeurs stonden om een album voor te stellen, hun sterkste totnogtoe. De double bill deelden ze met Unnatural Ways, het powertrio van gitariste Ava Mendoza. Het werd een wat eigenaardige avond.

Eerst dat onvermoeibare trio uit het Gentse, waarvan de leden ook nog eens opduiken in uiteenlopende bands als Stadt, Black Flower, Beraadgeslagen, Moker en meer. Pianist Fulco Ottervanger werd intussen ook aangesteld als stadscomponist, maar voorlopig blijft het pantser intact. De Beren Gieren leverde met Dug Out Skyscrapers een bijzonder geslaagd album af, eentje dat uitblinkt in heel wat vroegere sterktes, maar nu iets meer de donkerte en elektronica opzoekt. Het concert werd aangegrepen om zowat het hele album binnenstebuiten te keren, al was het duidelijk nog een beetje zoeken voor de muzikanten.

Heel wat nieuwe composities zetten in op (schijnbare) eenvoud en repetitieve ideeën, en baden bovendien in allerhande effecten. Om die allemaal in goede banen te leiden, moest de concentratie bewaard worden, maar het leek wel alsof dat een beetje beslag legde op de flow en spontaniteit van het concert. Hier en daar ontglipte de spanning of intensiteit, waardoor het soms aanvoelde als zoeken. Niets mis mee, ook dat is jazz. En het begon ook allemaal fijn, met een volgorde die een omkering van de albumchronologie suggereerde. “We Dug Out Skyscrapers” was een onverstoorbare, potige processiegang, met Ottervanger die meteen in de weer was met talloze effecten om de iele, wat afstandelijke sfeer van het album binnen te laten.

Die werd regelmatig onderbroken door meer energieke stukken, waardoor je voortdurend heen en weer gesleurd werd tussen ingetogen muzikale vergezichten vol galm en herhaling (“Distrusters”, “Zeeland”) en composities die de deur weer op een kier zetten voor de bekende, hectische gekte, zoals het krachtig botsende “Weight Of An Image”, het mechanisch rollende “Oude Beren” (dat vergezeld werd door geinige visuals op de centraal opgestelde kubus) waarin Ottervanger ineens enorm herinnerde aan Misha Mengelberg, of “De Belofte Treurwals”, dat eigenlijk een tweeluik werd met een langere aanloop als een klassiek recital en een intens crescendo in de tweede helft.

Met “Rebel Jazz To Rebel Against” werd even teruggegrepen naar One Mirrors Many (het voelde dan ook anders aan dan al het voorgaande), maar afsluiten gebeurde uiteindelijk met “Voorlopige Dagen”. Op het album een bezwerende compositie die de poort naar nieuwe oorden helemaal opengooit, maar hier een wat vreemde keuze, omdat het de kloeke set (bijna goed voor anderhalf uur) afrondde met een stuk dat vooral sfeer zette en geen uitroepteken was. Dit was vermoedelijk niet het beste of meest consistente concert dat we van de band zagen, maar ook geen teleurstelling. Het was bovendien nog maar het tweede van een forse reeks, en het zit er dik in dat wat meer concerten voor de nodige extra scherpte zullen zorgen.

Unnatural Ways zou daarna aantonen dat programmeren altijd een beetje risicoplanning is. De Beren Gieren hanteren dan wel een sound en stijl die je bezwaarlijk doorsnee kan noemen, maar het is nog altijd een pianotrio, weliswaar eentje dat zich graag bedient van allerhande effecten. Meestergitariste Ava Mendoza, bassist Tim Dahl en drummer Sam Ospovat lieten een radicaal verschillend geluid horen. Het trio komt uit Brooklyn en dat viel eraan te horen. Ze stonden er al met een nonchalante cool, nog eens aangedikt door zonnebrillen, en pakten vervolgens uit met een stomende set avant-rock, die naadloos aansloot bij de knoestige, grootstedelijke experimenten van verwante bands als Massacre, Ceramic Dog, The Contortions en Carbon, aangevuld met de freejazz-meets-punk van de gouden SST-jaren.

Best wel taai, want de songs blonken uit in onvoorspelbare, complexe en soms labyrintische structuren vol merkwaardige wendingen, theatrale zanglijnen en een daverend volume. Wat zich vervolgens voltrok in de zaal was opvallend: een aandeel van het publiek dat al even met lichte paniek zat rond te kijken droop snel af, gevolgd door steeds meer afhakers. Ergens wel te begrijpen: deze hoekige, elektrische artrock was geen spek voor ieders bek, maar de opgevers misten dan wel een gitariste die loosging met een opvallende verbetenheid en een sound die ergens het midden hield tussen Sylvia Juncosa, Robert Fripp en Eddie Van Halen (met veel tapping), al hoorde je net zo goed referenties als Saccharine Trust en Nels Cline, aangevuld met gescandeerde rants à la Adrian Belew.

En als de groep aanvankelijk nog een morsige indruk maakte, dan werd het samenspel steeds strakker en harder, ging pokerface Dahl (zie Lydia Lunch, Teun Verbuggens BOAT en de geweldenaars van Child Abuse, Pulverize The Sound en CP Unit) steeds excentrieker effecten gebruiken, en kwam ook Ospovat (die we voorheen enkel kenden van die prachtige, laatste plaat van Enablers) steeds meer op de voorgrond met een even wendbare als strak stuwende kracht. Het resultaat was een explosieve cocktail van mathrock-scherpte, prog-complexiteit, de dissonantie van noiserock en zelfs een vrije dreiging die herinnerde aan de improvisatoren van BB&C. Alleszins genoeg muzikaal geweld om ervoor te zorgen dat er aan het einde van de rit nog maar een paar dozijn geïnteresseerden overbleven. De rest had de benen genomen. Uit desinteresse, verveling of schrik? Wie zal het zeggen. Er werd op grote schaal gepast voor de uitdaging en dat zet de befaamde open geest van de jazzliefhebbers (ja toch?) alleszins even tussen voorwaardelijke haakjes.

E-mailadres Afdrukken