Banner

Lucinda Williams

31 augustus 2017, OLT Rivierenhof

Bjorn Weynants - 02 september 2017

Voor de laatste avond van de zomervakantie had de programmator van het OLT Rivierenhof een triple bill samengesteld met drie boeiende artiesten uit de rootsscene. Het was dan ook een beetje jammer dat het Rivierenhof niet veel meer dan half gevuld raakte.

Laten we met een bedenking beginnen. Zo’n met zorg samengestelde affiche is best fijn. Maar als dat betekent dat de hoofdact plotsklaps na iets meer dan een uur meedeelt dat ze moet stoppen omwille van de avondklok, dan blijf je toch op je honger zitten. Het resultaat is een gekortwiekt optreden van Lucinda Williams dat na twee derde van de duur van een normaal optreden plots eindigde. Was het echt nodig om toch twee voorprogramma’s te programmeren als die beiden ook een (te) kort optreden moeten brengen? Genoeg gezeurd, terug naar de muziek want die was wel dik in orde, daar in het sfeervolle amfitheater in Deurne.

Openen deed John Moreland die met zijn voorbije albums al indruk maakte met zijn spaarzame, in de muzikale traditie van de Amerikaanse platteland gedrenkte folk. Moreland is een imposante figuur, zoals steeds sjofel gekleed, zonder zijn kenmerkende pet maar met zonnebril deze keer en met evenveel tatoeages als de gemiddelde stervoetballer. Werd zijn laatste album Big Bad Luv gekenmerkt door een voller groepsgeluid dan opende hij hier met twee nummers uit dat album (“Sallisaw Blues” en “Old Wounds”) die in hun uitgebeende versie rauwer en directer klinken dan op het album. Ook “Lies I Chose To Believe” is hier korrelig en lijkt zo afkomstig uit het universum van Springsteens Nebraska.

Verder kiest Moreland voor een kleine selectie ouder werk waarbij “Oh Julia” even wat meer up tempo is en een pakkend “Heart’s Too Heavy” een hoogtepunt was. Ook met een pakkend “God’s Medicine” greep hij naar de keel. Amper een half uur krijg hij de tijd, maar dat was ruim genoeg om opnieuw -- zie ook zijn voorprogramma bij Jason Isbell twee jaar geleden in de Botanique -- te tonen dat hij een van de boeiendste nieuwe stemmen is in de rootsscene. Wij wachten dan ook vol ongeduld op een programmator die deze John Moreland een volwaardige set wil gunnen, in een zaal op zijn maat.

The White Stripes! The Black Keys! Zo, daar zijn we van af. Want Shovels & Rope is net zoals die bands een gitaar-en-drum duo. Het uit South Carolina afkomstige echtpaar Carrie Ann Hurst en Michael Trent brengt net zoals de twee bekendere duo’s muziek die duidelijk schatplichtig is aan blues, country en folk. Toch zijn er duidelijke verschillen met beide bekendere acts. Zo is er bij Shovels & Rope geen duidelijke rolverdeling. Beiden nemen de frontman/vrouw-rol op en tijdens het optreden wisselen ze onderling gezwind van instrumenten. Het lijkt misschien op een gimmick -- en dat is het misschien ook -- maar het werkt wel. Hun samenzang is niet de technisch perfecte variant, maar zit vol inleving en durft al eens te schuren.

Hun set mixte knap tussen verschillende stijlen. Waande je de ene keer in de mangroves van de Deep South (“Swimmin’ Time”), dan kreeg je wat later rauwe, op een stevige riff gebaseerde, rock geserveerd (“I Know”). “Gasoline” stak zoals de naam al doet vermoeden het vuur aan de lont, terwijl “Save The World” begon als een traditional om daarna ook loos te gaan. Was “O Be Joyful” sterke southern rock, dan kreeg je meteen daarna de rustigere folk van “Birmingham” of “Mourning Song”. Tegen het einde aan kwam er dan nog een hoogtepunt met “St. Anne’s Parade” dat onheilszwanger was als voodoo uit New Orleans. Afsluiten deden ze met een zompige versie van Chuck Berrys klassieker “You Never Can Tell”.

Net zoals vorig jaar in Brussel had Lucinda Williams ook deze keer haar ondertussen min of meer vaste begeleidingsband Buick 6 meegebracht, bestaande uit gitarist Stuart Matthis, bassist David Sutton en de van eels bekende drummer Butch Norton. Met deze band heeft ze haar muziek voorzien van een stevige bluesinjectie en dat was gisteren niet anders. Nochtans begon het concert wat aarzelend. “Steal Your Love” klonk aarzelend en ook in “Protection” leek Williams nog wat op zoek naar het vuur. Gelukkig bleek ze gewoon wat te moeten opwarmen want met “Pineola” was het goed raak. De manier waarop Williams dat nummer over de zelfmoord van een familievriend brengt klinkt nog altijd rauw en kwam aan als een mokerslag. Thema’s van verlies en gemiste kansen zijn legio in het oeuvre van de Amerikaanse. “Drunken Angel” klonk als een hortende klaagzang, een sterk “Doors Of Heaven” klonk bluesy en benauwd.

Daarna was de tijd gekomen voor wat rustigere, maar des te pakkendere, momenten. De band trok even de coulissen in en we kregen een solo gebracht “Ghosts Of Highway 20” waarin Williams herinneringen ophaalde aan haar jeugd. “En ook, niet iedereen uit het Zuiden is een slechte persoon”, voegde ze er veiligheidshalve aan toe. Dezelfde nostalgische sfeer is er met “Lake Charles”, waar gitarist Matthis voor wat subtiele begeleiding zorgt. Later dit jaar komt haar nieuwe album This Sweet Old World uit, een heropname van haar 25 jaar oude, bijna gelijknamige album Sweet Old World. Het titelnummer kreeg hier een pure, meeslepende bewerking mee.

Het gaspedaal werd daarna ingeduwd. “Changed The Locks” was rafelige bluesrock, een zompig “Foolishness” was voorzien van een niet al te subtiele politieke boodschap (“I don’t no walls in my life”). Net als je dacht dat er een fameuze eindspurt ging aankomen kwam Williams na “Joy” met de droge mededeling dat de avondklok roet in het eten gooide. Even kwam ze nog terug voor een gejaagd “Get Right With God” dat eindigde als swingende gospel. Ondanks het abrupte einde toonde Lucinda Williams in het Rivierenhof nogmaals dat ze nog altijd tot de absolute top van de rootsmuziek behoort.

E-mailadres Afdrukken