Banner

Feeërieën 2017: Otto Lindholm + Echo Collective

21 augustus 2017, Warandepark

Maarten Langhendries - foto's: AB - 23 augustus 2017

Voor wie zich graag laat betoveren onder een sterrenhemel (of verlichte bomen), was het concert van Echo Collective op Feeërieën een muzikale ervaring waar je een uur lang je adem bij inhield.

Eerst was het de beurt aan Otto Lindholm, die vorig jaar een intrigerend debuut uitbracht en wiens tweede plaat binnenkort zal verschijnen. De contrabassist, uitgekozen door Echo Collective zelf, grossiert in koude klanktapijten waarbij zijn instrument slechts een eerste aanzet vormt voor zijn muziek. De eerste minuten loopt hij kille drones boven elkaar, om vervolgens zijn contrabas even opzij te zetten en de muziek te vervormen met een batterij effectenpedalen tot van de akoestische klanken weinig overblijft. De aan flarden geschoten muziek lijmt hij daarna weer aan elkaar door terug te keren naar de contrabas. Ook al weet hij zo op een inventieve manier met zijn instrument om te gaan, toch zijn het de akoestische stukken -- die soms zó uit platen van A Silver Mt. Zion of Set Fire To Flames lijken te komen -- waarin Lindholm er het meest in slaagt de desolate sfeer op te roepen die rillingen over je rug jaagt. Zijn capriolen met effectenpedalen blijven soms te veel steken in nietszeggend gepringel en musician’s music. Zeker in deze setting, met de bassist hoog in het paviljoen van het Warandepark, had hij soms moeite de afstandelijkheid die deze opstelling met zich meebracht te overbruggen -- iets wat hem wel lukte toen wij hem vorig jaar in Leuven zagen optreden.

Echo Collective kostte het daarentegen geen enkele moeite een connectie te maken met het publiek. Het klassieke collectief, dat onder andere al hand- en spandiensten verleende aan Stars of The Lid, Blixa Bargeld, Jóhann Jóhannsson en A Winged Victory For The Sullen, kwam in het sfeervol verlichte park Amnesiac van Radiohead binnenstebuiten keren. Ze deden dat op vraag van de AB -- “in dit Radioheadjaar 2017”, dixit Kurt Overbergh -- nadat de groep enkele jaren geleden al eens een plaat van Burzum integraal herinterpreteerde. Amnesiac is altijd een beetje het ondergesneeuwde broertje van Kid A geweest, hoewel de plaat bol staat van de prachtige nummers en experimenten met jazz en klassiek. Het is dan ook, meer nog dan zijn elektronische tegenhanger, dé ideale plaat voor Echo Collective om mee aan de slag te gaan.

Vanaf opener “Morning Bell” is meteen duidelijk dat het collectief alle emotionele registers opentrekt vanavond. Ze zal het komende uur zo wat warmte blazen in het beklemmende universum dat Radiohead anno 2000 was. Er volgt een huiveringwekkend mooi “Knives Out”, waarbij viooluithalen de surrealistische woorden van Thom Yorke omzetten naar in de ziel krassende muziek. Ondertussen valt ook de klasse van de drummer van het collectief op, die een hele avond lang subtiel de juiste jazzy sfeer aan de nummers geeft. In “Dollars And Cents” mag hij zich nog meer uitleven en draagt hij het nummer met zijn expressief spel. Ook in “I Might Be Wrong” houdt hij alles dwingend bij elkaar en zet de sinistere baslijn uit het origineel om in felle ritmes. Daar wikkelt zich een basklarinet omheen, terwijl de strijkers je de paranoia van het nummer lijfelijk doen ervaren. “Hunting Bears”, dat heel vrij bewerkt wordt en weinig overlaat van het kale gitaarnummer, is één en al ingehouden spanning, met krassende violen die littekens op je rug achterlaten.

Even vaak liet het collectief echter ook een streepje licht binnen in Amnesiac. “Pyramid Song” was betoverend mooi, met die kenmerkende repetitieve piano die hier omhelst wordt door een hobo. Even bevindt het Warandepark zich onder de zeespiegel, terwijl aan het aardoppervlak alleen stilte overbleef. “Like Spinning Plates” maakt Feeërieën zo mogelijk nog sprookjesachtiger dan het al was. Harp en belletjes doen je even alle waanzin van de wereld vergeten. Alleen in “You And Whose Army” werkte die aanpak niet. Het nummer haalt zijn kracht uit de spanning tussen de liefelijke muziek en de donkere tekst, iets wat in deze instrumentale uitvoering -- uiteraard -- ontbreekt, en het bleek moeilijk deze afwezigheid met iets anders op te vullen. Zelfs het emotionele einde was te zwak om meeslepend te zijn.

Maar laat dat detailkritiek zijn. Na afsluiter “Life In A Glass House“ (“Pulk/Pull Revolving Doors” werd wijselijk achterwegen gelaten), waarin het collectief zich nog eens helemaal kan laten gaan, elk instrument perfect zijn plaats inneemt en wij ons in nachtelijke Parijse straten wanen, kon je alleen verbluft achterblijven. Echo Collective maakte zich Amnesiac helemaal eigen zonder het origineel onrecht aan te doen, om te ontroeren tot op het bot.

E-mailadres Afdrukken