Banner

PUKKELPOP 2017

Festivallen in een tijd van Slaapwandelen

(ep), (fl), (jp) en (mvs) - foto's: Guillaume Decock & Nathan Dobbelaere - 17 augustus 2017

Als Pukkelpop een radio is, dan één waar de FM-band zo compact is dat je bij de minste draai van de knop een station verder zit, ruis al dan niet incluis. Uw dienaren -- altijd in voor een klein experiment -- namen het heft in handen, en zochten en zochten. Tot ze even konden stilstaan bij iets dat de moeite waard leek. Verslag van een bende zapverslaafde concertgangers? Hierzo!

Dag Eén :: Liefdesverklaring in multicolor

Eden, was dat niet dat ninetiesgroepje met Roos Van Acker? Nee, deze Eden -- 19 en Iers -- heeft meer gemeen met de oudste Hazard: jonger, actiever, populairder en euh, mannelijker. Zijn r&b-infused drum 'n bass die graag neigt naar meer mainstream pop heeft duidelijk aantrek bij het veelal vrouwelijke tienervolkje. We snappen het ergens wel, met wat goede wil: covers als "Billy Jean" (gevoeliger) en "Hey Ya" (gewoon trager) doen ons wel de oren spitsen. Verder zijn er vooralsnog geen brokken gemaakt op Pukkelpop 2017.

altDankzij onze bedenkelijke aandacht voor Eden zijn we wel te laat voor Donnie in de Dance Hall. Ja, nu gaan we nooit weten of hij al dan niet out of his element was met zijn Amsterdamse hiphop, en of hij die turtleneck and chains rockte zoals op zijn promofoto. Helaas! Ook helaas voor wie zich onderwijl vergiste van podium door gelijkklinkende en op hetzelfde moment geprogrammeerde acts Mickey en Mykki Blanco door elkaar te haspelen. Kan gebeuren! Volgende keer meer geluk?

Met Girls In Hawaii wist Pukkelpop alvast de misschien wel belangrijkste Franstaligen van onze vaderlandse indierockscene te programmeren. Beginnen ze ietwat ingetogen, trekken ze toch ten aanval eenmaal de kop eraf is. Hoewel, het blijft wat middle of the road: geen spektakel, wel ervaring en vakkennis die -tig jongere bands schielijk missen. Eind september mogen we een nieuwe plaat verwachten, en een van die nieuwe songs, met refrein op synths, maakt wel benieuwd. Gaan we deze richting uit? Nog even in spanning wachten dus. Ouder materiaal -- kleine emotionele shoutout naar de moeilijke periode na het tragisch overlijden van drummer Denis Wielemans, tevens broer van zanger Antoine -- blijft duidelijk op handen gedragen. Girls In Hawaii is nog op zijn best als de mooie melodieën de kop opsteken: de nieuwe songs moeten voorlopig nog opboksen tegen de bandklassiekers.

altZo te elfder ure aan de affiche toegevoegd, dat hij op onze planning een leeg gat staat te wezen: de dermate alomtegenwoordige Tamino dat we vermoeden dat hij verdomd wat chantagewaardig materiaal over het Vlaamse festivalprogrammatorengild in bezit heeft gekregen. Het zou hem ook zonder lukken, want net als op Cactus en de Lokerse Feesten eerder deze zomer, imponeert de jonge Mortselnaar ook in de overvolle Club. Natuurlijk is bij de debutant nog niet elke song even goed, maar als het er op is, is het er op: "Reverse" is vocale acrobatie gepaard aan wereldsong, "Cigar" een klein drama in een doosje. En dan mag "Habibi" al afronden; in sneltempo game-set-match. Tamino is er nog niet helemaal, maar flink onderweg naar een toekomst die te groot is voor dit land.

"When the shit goes down, you better be ready": begint het toch wel te motregenen aan de Main Stage? Gelukkig niets ergs: als rappers op het podium "Cypress" zeggen, dan roepen wij nog altijd luidkeels "Hill"! 29 jaar na opstart blijken B-Real en co, inmiddels ouwe rotten, nog te beschikken over de hitmachine van weleer. "How I Could Just Kill A Man" is raak, en ook "Dr Greenthumb" is van de partij. Uiteraard, want ongegeneerd gebruik van het betere geestesverruimend gewas is de überhiphopformatie nooit vreemd geweest. "High, so high" indeed. "Insane In The Brain" en "Tequila Sunrise" mogen de best-of-set vervolmaken. We geven nog bonuspunten voor de creatieve verwerking van onze nationale driekleur in het bandlogo: altijd leuk!

"Ik vrees de Grieken, zelfs als ze geschenken brengen." Zo sprak een wijze Trojaan ooit, terwijl hij bedenkelijk naar dat houten paard keek dat net de stadsmuren was binnengesleurd. Zo twijfelhartig trekken wij naar Petit Biscuit, wetende dat het Ozark Henry was die de jonge Fransoos als zijn tip voor het jaar meegaf. Het is erger. De zeventienjarige Mehdi Benjellou is gewoon de zoveelste die wat tropische riedels van een beat voorziet -- Lost Frequencies, iemand? -- en daarover roept "Pukkelpop, ouait for ze drop!". Wij geeuwen eens, noteren iets over 'Le Mura Masa", en geven een ruk aan de knop. Valt elders iets beters te beluisteren? Zap!

altIntergalactic Lovers is natuurlijk geen kleine band meer, maar hier en nu treedt de formatie rond immer ravissante frontvrouw Lara Chedraoui heel keurig en beleefd aan. Misschien zelfs te braaf, aanvankelijk? De liveshow is duidelijk toegespitst op de persoonlijkheid van Chedraoui. Terecht, want ze schittert in haar zwartrode gewaad. Nieuwe single "Between The Lines" mag gerust verder brokken maken op het daartoe geëigende radiostation. Ook hits van het eerste uur "Shewolf" en "Delay" doen het schitterend. De niet-aflatende energie van Chedraoui -- zie ze kronkelen en draaien op de melodieën, zichtbaar genietend -- blijft straf om aan te zien.

De toetsenist: een Nirvana-T-shirt. Het geluid? Ergens tussen spandex-metal en potige singersongwriterij in. Wat is dit, de jaren negentig? Volgens Ryan Adams wel, en die heeft dit jaar met Prisoner een puike prestatie neergezet, maar dat zijn we natuurlijk al gewoon van de ongekroonde troonopvolger van Bruce Springsteen. 's Mans set vandaag laat wel een potiger geluid horen dan Adams' relatief recente liefdesverdriet zou durven verraden. "New York" krijgt een potige versie mee, en gedachten aan The Boss zijn ook elders nooit ver weg, maar soms is het zelfs daar voorbij, met vlagen die gewoon naar hardrock ruiken. Even kregen we zelfs visioenen van het vermaledijde The Darkness bij die eindeloze solo in "Cold Roses", en zo lijkt Adams eerder op veilig te spelen met een geluid dat weinig angels toont en op deze weide -- het is 2017, Ry -- een beetje belegen meurt. Hij had met Taylor Swift-cover "Bad Blood" nochtans zieltjes kunnen winnen bij de toevallig aanwezige tienermeute.

alt"What is the glorious fruit of our land? Its fruit is deformed children". Met de news alerts uit Barcelona oplichtend op de telefoon hakt de set van PJ Harvey er stevig in. Net als "Let England Shake" of dat "The Words That Maketh Murder" is het nochtans niet nieuw, maar al van die uit 2011 daterende Eerste Wereldoorlogplaat. Vandaag, in tijden van even grote Slaapwandelaars, voelt het hevig accuraat aan. De dichteres is een ziener, Hugo Claus zei het al. Het is bijna exact dezelfde set als Harvey vorig jaar op Werchter bracht, maar de tijd heeft haar bijgebeend. Vandaag hangen Trump en Charlottesville onuitgesproken in de lucht, en krijgen de songs een nieuwe kleur. En het ziet er ook allemaal geweldig uit, de band stijlvol uitgelicht tegen die betonnen backdrop, Harvey leidend als zwarte schikgodin.

Muzikaal is het even smaakvol. Er wordt niet meer gespeeld dan nodig: soms bruut en schurkend als de blazers in "The Ministry Of Defence", soms bluesy en spaarzaam als in een smekend "To Bring You My Love". Even mogen de honden van de ketting in een daverend en dreinend "50ft Queenie", waarin Harvey krijst en dreigt, maar net zo goed worden de teugels keihard aangehaald. "River Anacostia" rondt af met monotone samenzang en een basdrum en sourdine. Het neigt naar perfectie, en dat flirt altijd met de saaiheid, maar Harvey blijft netjes aan de juiste kant. De ijzige look, de genuanceerde afstandelijkheid, de gestileerde bewegingen: ze houden je blik gekluisterd. PJ Harvey weet hoe ze foutloos kan doen zonder te vervelen.

altOok foutloos, nog meer theater: Solange Knowles, die de schaduw van haar zoveel bekendere zus gebruikte om koppig aan haar eigen ding te schaven. Met A Seat At The Table had ze dat vorig jaar dan eindelijk uit: een knappe plaat die naadloos paste in de traditie van de geëngageerde soul van Marvin Gaye's What's Going On. Vandaag, nadat ze haar optreden op Dour eerder deze zomer moest afzeggen, brengt ze op de planken daarvan het verlengde: een strak geregisseerde soulrevue, met iedereen in rode pakjes tegen een witte achtergrond, waarboven een rode zon onder- of opgaat. Dat treft: het is ook net valavond, en de mierzoete songs van Solange zijn daar de perfecte soundtrack bij. Indrukwekkend, is het woord dat we hier net op de vloer naast ons -- slordige collega's in deze barak, meneer -- vonden. Net wat we zochten.

Wie zijn dan wel haar postpunk graag donker en strak heeft, weet waarheen: postpunkicoon (zo mogen we onderhand wel zeggen) Interpol belooft een verjaardagsfeestje ter ere van debuut Turn On The Bright Lights. De klassieker zal binnen 3 dagen 15 kaarsjes mogen uitblazen, dus trakteren de New Yorkers de Pukkelmarquee alvast op een integrale liveversie van hun eerste. Of dat is ons en alleman toch beloofd, maar -- geen kwaad woord over de signature song, daar niet van -- wat doet "Evil" daar dan vooraan in de set? ’t Is maar een aperitiefje, maar wel gebald gebracht. Over naar de orde van de dag dan. 2002 is dan al even geleden, maar de tand des tijds heeft niet voor sleet op Turn On The Bright Lights gezorgd. Alles werkt als vanouds dankzij een waarheidsgetrouwe renditie, die keer op keer de goedkeuring van het publiek meekrijgt. We vrezen wel dat het met een gewone set stukken moeilijker was geweest voor Interpol. Enfin, ’t was goed zoals ’t was.

Ook voor wie zijn gitaarmuziek vuil, gesmeerd, licht gestoord en/of gewoon weird as fuck prefereert, is er plaats op de wei van Kiewit: daar zorgt Ty Segall wel voor. Het vaatje waaruit ook pakweg Thee Oh Sees tapt, kent geen bodem, en maar goed ook. Een song hebben zitten met als titel “Break A Guitar” is één ding, daarmee een set voor geopend verklaren… Moet een soort van humor zijn? Nu, grote songs zal Segall misschien nooit maken, maar hij weet heel goed hoe hij zijn instrument naar de verdoemenis speelt. Donderdag op Pukkelpop is er geen gitaarwerk zo waanzinnig als dat van Segall, weet ook een crowdsurfer vooraan.

altHet ene jaar Werchter, het andere Pukkelpop. Editors heeft de discipline van een Zwitserse koekoeksklok, maar net als dat vogeltje beginnen we ook deze band daardoor wat té goed te kennen. Het vuurgordijn bij "The Racing Rats", de verkrampte gebaartjes van Tom Smith, de gierende uithaal die "An End Has A Start" de bocht injaagt,… We hebben het allemaal al een keertje te vaak gezien om nog te verrassen. Al kun je het natuurlijk ook als een keurmerk zien: bij Editors weet je wat je kunt verwachten, en het wordt vakkundig en ambachtelijk geserveerd. Of zo.

Het is dus goed. Alweer. Iets anders zouden we ook niet meer verwachten na al die jaren. "Smokers Outside The Hospital Doors" knalt als vanouds, "Munich" en "Blood" zijn de oudjes die de beginjaren moeten vertegenwoordigen, toen de groep een gitaargroep pur et dur was. Maar dat kennen we dus al twaalf jaar, en Editors is ondertussen een andere groep geworden. Het industriële kantje dat in het geluid sloop met "Eat Raw Meat = Blood Drool" wordt nog verder uitgewerkt in het nieuwe "Hallelujah"; de drums zijn loodzwaar, Smith geeft een jodeltje als opmaat naar het refrein. Het al even verse "Magazine" hakt met hetzelfde bijltje, en pakt uit met een paar nijdige gitaarbreaks voor een meezingbaar refrein over een 4/4-beat dan toch openvouwt. Als we hierop mogen voortgaan, dan wordt de volgende Editorsplaat een behoorlijk snedige affaire.

De finale is er eentje voor de boekjes. "Ocean Of Night", met zijn trapsgewijs opbouwende pianootje, is de aanloop, het dramatisch openbarstende "Marching Orders" -- Editors in volle doom-'n-gloommodus -- het katharsismoment met weer wat vuurwerk en confettikanonnen. Wanneer we één van de vele blaadjes uit de lucht plukken, zien we dat het hartvormig is. "Vuur liefde af; alle wapens neer", bedenken we, slechts half grijnzend. Het zijn rare tijden als een festival ons zomaar Liliane St.-Pierre doet denken. Natuurlijk is "Papillon" nog de uitsmijter, maar na zo'n climax is het niet meer dan een bijgedachte die niet meer had gemoeten. Nog minder leuk: de nog steeds onverteerbare draak "No Sound But The Wind" die als ultieme uitsmijter aan de slachtoffers van de aanslag in Barcelona wordt opgedragen. Alsof het allemaal nog niet erg genoeg was. Conclusie? Editors flirten nog steeds met de overkill, maar de glimps op de nieuwe plaat maakte toch maar weer benieuwd.

De Club belooft, de Club bevestigt: nergens anders op Pukkelpop kan een act als Mac DeMarco afsluiten. En als de Canadese slacker king in vorm is, staat er geen maat op de ambiance. DeMarco hanteert zijn gitaar zoals een kind dat gitaarheld wil zijn dat doet met een versleten tennisracket: baldadig en met onnodige zwier. Het kan ook aan de drank liggen, want na elke song grijpt hij gretig naar de fles. Daar komt sowieso heibel van. Echte songs komen er zo vaak niet uit, maar wat deert het: dit is zinloos geweldig. Zelfs als de band Vanessa Carltons “A Thousand Miles” (“making my way downtown”, u kent het wel, geef maar toe) en Crystal Waters’ “Gypsy Woman” (allemaal samen: “la-da-dee la-da-da”) bovenhaalt voor een paar minuten lolligheid, kunnen we alleen besluiten dat DeMarco en co gewoon een bende plezante narren zijn. Benieuwd wat dat geeft backstage!

alt"My sister, my queen, my Beoncé!" Oliver Sim kan zijn liefde voor Romy Madley-Croft bijna niet intomen. De gitariste van The XX is jarig, en dat zal Pukkelpop geweten hebben. We zingen samen "Happy Birthday", ze krijgt nog een grote kaart die ze glimlachend opzij legt. Zijn dit de muurbloempjes die zich acht jaar geleden nog bijna verontschuldigden omdat ze zo'n goed debuut hadden uitgebracht?

Vandaag is het spaarzame geluid van toen flink aangedikt, dat hoor je al van bij opener "Intro" waarop Sim overactend staat te bassen. De beats knallen de Main Stage uit, de klank is luid. "Dangerous" ontpopt zich zelfs tot een regelrecht dansnummer, maar stond toch maar mooi rug aan rug met het uitgeklede, bloedmooie "I Dare you". "Infity" mag ook ontsporen in chaotisch lawaai met hevige cimbaalmeppen van Jamie Smith, die achter zijn toetsen-en-drumopstelling de echte heerser van de groep staat te zijn.

Hij heeft het stuur stevig in handen, hij is het die de groep richting meer uptempo stuurt, en zo wordt het ook in het laatste kwart van de set, wanneer "Shelter" mag beuken, en het door Madley-Croft gezongen "Loud Places" van op zijn soloplaat In Colour hét dansmoment wordt. Voor één keer wordt het monochrome kleurenpalet multicolor, en het voelt alsof ook deze band een transformatie aan het doormaken is: weg van dat unieke, maar beperkte geluid, op zoek naar iets nieuws, openers en vrolijker.

De vele liefdesverklaringen die in de teksten traditioneel heen en weer schieten, werden voor één keer ook met ons gedeeld. Dat dit het beste festival ter wereld is, prijst Sim Pukkelpop. "We love you", en afsluiter "Angels" echode als een antwoord daarop "Being as in love with you as I am". The XX was dansbaar, mooi en bij momenten emotioneel. Meer kun je niet verwachten. Prachtafsluiter van deze eerste dag.



E-mailadres Afdrukken
Tags: Pukkelpop