Banner

Goldfrapp + Pet Shop Boys

15 augustus 2017, Brussels Summer Festival

Tom De Moor en Matthieu Van Steenkiste - foto's: Eric Danhier - 17 augustus 2017

In alle stilte heeft Brussels Summer Festival zich opgeworpen tot een te duchten naam op de zomerkalender. Met Goldfrapp en Pet Shop Boys werd de zestiende editie afgesloten met een knaller. Voor één nacht werd het plein voor het Koninklijk Paleis de beste discotheek ter wereld.

Alison Goldfrapp stapte opmerkelijk goedgeluimd in knallend rood de bühne op, vastberaden een festivalfeestje te bouwen. Dat zat al meteen raak bij de opener "Anymore", met strakke sloophamerbeats sterker op het podium dan op single. 55 minuten lang bleef het tempo hoog. Zelfs de midtempo "You Never Know" kreeg een flinke schop in zijn bpm, uitmondend in hoekige synthstroken waarover Goldfrapp haar fitste stemgymnastiek goot.

Het was helaas één van de weinige keren dat ze kon uitpakken met haar toch niet te onderschatten register. In de rest van de set werd ze stevig versterkt en gemixt, zelfs in songs die daar niet om vroegen ("Everything Is Not Enough"). Nu ze haar longcapaciteit minder moest doseren, kon ze volop inzetten op de wulpsere danspas als effectieve publieksmennerij. De ondertussen 51(!)-jarige frontvrouw hakte makkelijk tien jaar van de teller wanneer ze als een kinky Kylie over " Slide In" krioelde.

De korte set mikte helaas voornamelijk op de heupen en toonde zo slechts een van de vele facetten van Goldfrapp. Helaas negeerde die daardoor het donkere kantje dat van hun recentste Silver Eye zo intrigerend maakt. Enkel op het Depeche Mode saluterende "Oceans" versluierden enkele donderwolken even de glitterhemel. Deze voltreffer stond echter wat ongelukkig geparkeerd in de behoorlijk willekeurig bijeengesprokkelde eerste helft van de set. Onbegrijpelijk ook hoe een vroeg geprogrammeerd "Train" met zijn verlengde intro de set niet gewoon opende.

De eindsequentie bouwde dan weer wel grandioos op naar een apotheose. De lichaamstemperatuur steeg stevig van het vederlichte "Number One" over een glamoureus en trippy uitgesponnen "Ride On A White Horse" tot een kolkend "Strict Machine", in de mix met zijn "We Are Glitter Mix". Goldfrapp warmde het paleizenplein duchtig op, zij het dan met een commerciële set die voor de kenner wat monotoon overkwam.

Een changeover van meer dan een uur is tergend lang, maar Pet Shop Boys weten dat anticipatie werkt. De pauzemuziek wordt gaandeweg opzwepende clubmuziek, en klokslag half elf tellen de schermen af. Daar zijn ze. Achter twee cirkels die zich langzaam omkeren staan Neil Tennant en Chris Lowe, uw gentlemen-gastheren van de avond, om u langs een rij hits te leiden. "Opportunities (Let's Make Lots Of Money)" is een eerste van vele want "vanavond zijn we allemaal pop kids, Brussel", aldus Tennant. De gelijknamige single van laatste album Super is dan ook een perfecte intentieverklaring.

De lichtman draait overuren, de visuals op het doek achter het duo zijn verbluffend. Op het Paleizenplein dreunt het en davert het. "We're gonna burn this disco down before the morning comes" gaat het, en dat is een belofte die nu al ingelost lijkt. Met het duo "Love Is A Bourgeois Construct" -- niemand heeft leukere songtitels -- en "Se A Vida E (That's The Way Life Is)" barst een polonaise los, achter het gevallen doek staat plots een trio puik te musiceren op percussie en toetsen. Ondanks alle spektakel, de schijnbaar onbewogen manier waarop Lowe achter zijn toetsentoren staat, doet Pet Shop Boys het wel degelijk live.

Die band geeft de muziek ook een extra dynamiek. De vele percussie doet "West End Girls" deugd, in "Home And Dry" treden de drie muzikanten naar voor om het uitgeklede nummer van stemmige backing vocals te voorzien. In een berekende choreografie drukken ze Tennants voetsporen op het podium. Het is smaakvol. Ingehouden. En zeldzaam.

Dit blijft immers entertainment. Tennant en Lowe wisselen regelmatig van outfit en hoofddeksel, een shaolin-monnik doet dat bij de toetsenist met zorg: terwijl Lowe met zijn rug naar ons toe staat wordt het petje van het hoofd genomen om door een futuristische helm te worden vervangen, waarna het oude hoofddeksel waardig schrijdend het podium wordt afgedragen. Een scherm daalt neer, stijgt een nummer later opnieuw op met aan de onderkant ballonnen die zich langzaam met lucht vullen. Het eindresultaat is verbluffend; het sein om de eindspurt in te zetten.

Die bestaat uit een korte greep hits uit die tijd, eind jaren tachtig, begin jaren negentig dat Pet Shop Boys niets verkeerd konden doen. "It's A Sin" knalt in al zijn frustratie ("Everything I've ever done, everything I ever do / Every place I've ever been, everywhere I'm going to: It's a sin) de boxen uit, het stapvoetse "Left To My Own Devices" met zijn "Che Gevuarra and Debussy to a disco beat" de eeuwige intentieverklaring. En dan is er "Go West"; het nummer dat verdeeldheid zaaide. Het moet zowat de grootste hit van het duo zijn, het is ook min of meer de laatste geweest. De Village Peoplecover nagelde Pet Shop Boys voor eeuwig vast in het camp-hokje, en geen spitse lyric, geen mooie popsong zal hen daar ooit nog uithalen.

Is dat erg? Vandaag niet. Vandaag is het feest. De Dj heeft een nieuwe tune op de draaitafel geknald, Brussels Summer Festival is even het Belgisch Nationaal Zangfeest, en alles is goed. Zelfs al laten Tennant en Lowe best lang op zich wachten, "Domino Dancing" is net zo goed het bisnummer van het publiek. Luidkeels wordt meegezongen, "Always On My Mind" is de feestneus op een al olijk masker. Geen idee wat de gemiddelde ratio nummers op de setlist/aantal hits is op BSF, maar Pet Shop Boys hebben het ongetwijfeld flink de hoogte in geholpen. Dit soort concerten geeft een mens zin in het leven.

E-mailadres Afdrukken