Kris Kristofferson

21 juni 2017, De Roma

Bjorn Weynants - 23 juni 2017

De hittegolf die het land in de greep houdt, zorgde woensdag voor een bij momenten ongemakkelijke warmte in De Roma. Al leek de nog net 80-jarige Kris Kristofferson er niet veel last van te hebben. Het was dan ook een rustig concert waarin de country-legende grasduinde in zijn omvangrijke oeuvre.

Het mag eigenlijk een klein mirakel heten dat Kris Kristofferson op het podium van De Roma stond. Een paar jaar geleden begon hij immers last te krijgen van geheugenverlies. De eerste stadia van Alzheimer of dementie luidde de diagnose. Hij kon zijn teksten nog met moeite onthouden, soms wist hij zelfs niet meer wat hij eerder die dag gedaan had. Tot een andere dokter vorig jaar ontdekte dat de eigenlijke oorzaak van zijn problemen de ziekte van Lyme was die al jaren door zijn lichaam woekerde. Aangepaste medicatie leverde spectaculaire resultaten op met als gevolg dat Kristofferson op zijn tachtigste nog eens een tournee door Europa besloot te ondernemen.

Nu is Kris Kristofferson ongetwijfeld een van de markantste figuren uit de muziekwereld. Naast een begenadigd songschrijver/muzikant en een niet onverdienstelijk acteur -- met rollen in films van grootmeesters als Martin Scorsese en Sam Peckinpah -- heeft hij nog heel wat andere watertjes doorzwommen. Zo was hij in zijn jeugd een niet ongetalenteerd bokser, studeerde hij met de hoogste lof af in de Engelse literatuur, werd hem de prestigieuze Rhodes-studiebeurs toegewezen, haalde hij de graad van kapitein in het Amerikaanse leger, kreeg hij het aanbod om te doceren aan de militaire academie van West Point en werkte hij als helikopterpiloot én als conciërge in de studio’s van Columbia in Nashville op het moment dat Bob Dylan er Blonde On Blonde opnam. Ondanks al die verschillende jobs was zijn grote doel muzikant worden; daarvoor trok hij eind jaren ‘60 dan ook naar Nashville om er na een paar jaar broodschrijverij uiteindelijk zelf als muzikant aan de slag te kunnen gaan, met het bekende gevolg.

Woensdag kwam hij nog maar net het podium opgewandeld of een deel van het publiek gaf hem al meteen een staande ovatie, nog voor hij één noot gespeeld had. Om maar te zeggen dat Kris Kristofferson in De Roma een al op voorhand half gewonnen match speelde. Een verrezen legende die het op zijn leeftijd aandurft om helemaal alleen met een gitaar, en af en toe een streepje mondharmonica, op te treden: daar kan je toch alleen maar waardering voor hebben en eventuele foutjes dienen toch per definitie met de mantel der liefde bedekt te worden, niet?

Het was vooral naar het werk uit zijn meest succesvolle periode in de jaren ’70 dat Kristofferson teruggreep, met de meest royale selectie uit zijn debuutalbum Kristofferson. Slechts een handvol nummers in de set dateerde van na 1980. Hoewel hij een pupiter naast zich had gezet, bleek hij nog nauwelijks last te hebben van zijn geheugenproblemen. Een groot zanger is Kristofferson nooit geweest, maar vocaal had hij het af en toe wel flink lastig met een overslaande of krassende stem. Een stem waar de voortschrijdende jaren wel een mooi schurend laagje over gelegd hebben.

Ondanks het bij momenten erg rudimentaire gitaarspel gaf deze minimalistische bezetting de nummers een directheid mee die de soms overbewerkte studioversies durven ontberen. Opener “Shipwrecked In The Eighties” zette meteen de toon voor een avond waarin een ingetogen Kristofferson voor een devoot publiek een reeks rustige nummers bracht. We zouden het ‘luisterliedjes’ noemen, als dat niet zo denigrerend zou klinken. Want hoewel het bij momenten wat hakkelend of minder toonvast was, toonde Kristofferson op andere momenten wel zijn grote klasse. Het enthousiast onthaalde “Me And Bobby McGhee” of “Darby’s Castle” waren vroege hoogtepunten. Met het recente “Feeling Mortal” uit zijn vorige studioalbum toonde hij dat hij ook nu nog pakkende nummers weet te schrijven én brengen.

Maar evengoed was de Kris Kristofferson die we gisteren te zien kregen de bescheidenheid zelve. Hij is ook drie decennia na de feiten nog oprecht vereerd dat Bob Dylan zijn “They Killed Him” coverde. Dat het op het ellendige onding Knocked Out Loaded was, zullen we voor de gelegenheid maar even vergeten. Zelfrelativerend was hij ook toen hij op het einde half lachend, half excuserend zei dat hij verondersteld werd een grote performer te zijn.

Met 25 nummers kunnen we gerust nog wel een aantal hoogtepunten aanstippen -- bijvoorbeeld “Broken Freedom Song”, “Jody And The Kid” of het onvermijdelijke “Sunday Morning Coming Down” -- maar na bijna anderhalf uur sloot hij af met een pakkend “Why Me”. Een bisnummer kregen we ook nog: het was moeilijk om “Please Don’t Tell Me How The Story Ends” niet als een afscheid aan het Belgische publiek te zien.

Een onvergetelijk concert zoals Leonard Cohen ze op het einde gaf, was dit zeker niet. Maar het was wel een eerlijk en pakkend concert, waarin Kristofferson met vlagen zijn grote klasse liet zijn. De volgende etappe in zijn Europese tournee is -- in navolging van zijn oude makker Johnny Cash in 1994 -- een optreden op Glastonbury. De krasse knar heeft dat verdiend.

E-mailadres Afdrukken