Banner

Eddie Vedder

19 juni 2017, Lotto Arena

Matthieu Van Steenkiste - 20 juni 2017

Van "Koop je airco's nu want met de opwarming van de aarde gaan ze duurder worden" tot "Kan ik hier een raam openzetten": Eddie Vedder had het warm, daar op het podium van de Lotto Arena. Wij ook, maar geen van ons liet dat aan ons hart komen. Twee en een half uur lang gaf de frontman van Pearl Jam het beste van zichzelf met een genereuze greep hits, albumtracks en covers.

Eigenlijk zou Pearl Jam vorige zomer naar Europa zijn afgezakt voor het tweejaarlijkse rondje festivals, maar toen ontploften de bommen. Kregen die stoere mannen een ei in de broek, en schrapten ze die plannen om veilig aan hun kant van de oceaan te blijven. Dit jaar raapte Eddie Vedder dan zelf maar alle moed bij elkaar om solo langs te komen. Ook hij blijft achterdochtig, echter. We worden net niet tot op de onderbroek gecontroleerd voor we de Lotto Arena binnen mogen, en dat we liefst geen foto's nemen met onze gsm wordt ook nog eens benadrukt. "Don't be a Trump; keep your phone in your pocket", meldt een vriendelijke dame vooraf.

Het is akelige dikdoenerij voor een show die daar net niets van moet weten, blijkt enkele minuten later. Nog meer dan als hij met zijn band op Rock Werchter staat, blijkt Eddie Vedder een joviale nonkel, die dan ook met een staande ovatie wordt onthaald nog voor hij één noot heeft gespeeld. De devotie die hem ten deel valt voelt ook een beetje griezelig; even wanen we ons in de eredienst van een muzikale sekte. Misschien was het dat ook gewoon.

Dit is immers niet zomaar een concert van een man met een gitaar. Dit is Eddie Vedder, sinds het verscheiden van Chris Cornell de laatste van de grungehelden die nog steeds "Alive" is, de laatste rocker van de gouden generatie uit de jaren negentig. En hij komt een beetje dollen. Twee en een half uur lang surft hij door de lange carrière van Pearl Jam -- een band die niet bij naam wordt genoemd maar herleid tot "The Guys" of "The group" -- en die twee soloplaten die hij grotendeels op ukulele schreef, om er her en der de brokken uit te pikken waar hij zin in heeft. "Sometimes" als binnenkomer, "Wishlist" er meteen na. Een captatio benevolentiae, noemden de Romeinen het al, te vertalen als: u heeft uw zin gekregen met deze favorieten, nu kon hij zijn zin doen.

De sfeer is die van een kampvuur, dat later daadwerkelijk elektrisch aan het knetteren gaat, met Vedder als scoutsleider-met-gitaar. Hij zingt een liedje, u zingt mee als u de tekst kent. Het moet vooral knus zijn. En daarbij worstelt de zanger al eens met zijn vocaal volume. Zelfs wanneer hij "Off He Goes" akoestisch speelt, is dat op kracht, de strijkers van het Nederlandse Red Limo Quartet die hem af en toe begeleiden blaast hij in "Satellite" bijna volledig weg. Deze bariton schreeuwt om festivals, en als hij er niet staat, creëert hij ze wel zelf. "Better Man" en "Porch", uitschieters in het Pearl Jam-oeuvre, worden meegezongen en gebruld. "Jullie zijn het grootste instrument dat ik heb", grapt de zanger.

Het is allemaal van een bescheidenheid die theater is. Wie vijf backdrops voorziet op één concert is met een productie op tour. All American guy als hij is, krijgt Vedder dat echter verkocht. Geen hond die er om maalt. Hij deelt drank uit aan de eerste rij, laat de fans hun "I love you"'s en verzoekjes even schreeuwen, en neemt de teugels opnieuw in handen. Je staat geen vijfentwintig jaar in de spots zonder de kneepjes van het vak te leren.

Covers zijn er grotendeels enkel van De Groten: een "Needle And The Damage Done" van Neil Young, "You've Got To Hide Your Love Away" van The Beatles met een tenenkrullend fan-intermezzo, een "Should I Stay Or Should I Go" van The Clash. Soms is dat degelijk, soms, zoals dat laatste nummer, is het een rommeltje. Dat mag in deze sfeer, waarin gezelligheid troef is. We gaan toch niet zeuren over ritme of akkoorden, net nu we het zo goed hadden? Trouwens: die versie van "Black" met strijkers was wél om door een ringetje te halen.

Voor de finale haalt Vedder voorprogramma Glen Hansard opnieuw de bühne op, en dan gebeurt er iets geks. Plots staat daar wél een singersongwriter die meer doet dan entertainen, maar een verhaal vertelt. "Song Of Hope" van de Ier, met Vedder op orgel, is pakkend, "Falling Slowly" van diens Swell Season al even goed. Lang duurt het moment niet; er moet nog even "Rocking In The Free World" gespeeld worden, en na een laatste achtergrondwissel "Hard Sun" van Indio, zoals Vedder dat op zijn soundtrack voor de film Into The Wild speelde. Het is een laatste euforisch groepsmoment met het publiek, waarvoor in ware Pearl Jam-traditie de zaallichten aan mogen. Vijfduizend fans zingen enthousiast mee. Ze hebben een behoorlijk unieke en mooie avond meegemaakt. Maar laat Eddie Vedder nu maar snel terugkeren naar "The Guys". Hij heeft er voelbaar zin in.

E-mailadres Afdrukken