The Afghan Whigs

14 juni, 2017, Trix

Matthieu Van Steenkiste - foto's: archief - 15 juni 2017

Het is bijna dag op dag vijf jaar geleden dat The Afghan Whigs in een uitverkocht Cirque Royale toonden dat ze terug waren. In Trix, twee platen later, bleek de band rond Greg Dulli ook opnieuw een groep te zijn geworden. Eentje die liever vooruit dan achteruit keek, en dat had zowel voor- als nadelen.

What goes down, must go up. Je kunt er tegenwoordig bijna van op aan dat een band die er ergens in de jaren negentig het bijltje bij neergooide, daar spijt van heeft gekregen, en opnieuw begint. The Afghan Whigs is geen uitzondering op die regel, en sinds 2011 is de band opnieuw in business. Na enkele jaren spieren losgooien was er drie jaar geleden comebackalbum Do To The Beast, afgelopen lente zag de opvolger In Spades het licht. En die liet horen dat de band opnieuw aan elkaar hangt.

Zo begint het ook vanavond, nadat Dulli eventjes het spotlicht heeft opgeëist met een solo gebracht "Birdland". Hij, alleen op de rand van het podium, terwijl hij over de openingstrack van In Spades zingt. Net als op die laatste plaat is het ook hier een schijnbeweging. Naadloos sluit nieuwe single "Arabian Heights" aan, en die zet de toon voor de eerste helft van het concert. Met voorprogramma Ed Harcourt als extra steun geven vier gitaren van jetje, komt de machine stomend op gang. De hoekige funkriff van "Matamoros" volgt, zonder commentaar.

Een halve set lang krijgen we de zinderende Afghan Whigs van weleer. Al die gitaren haken in elkaar, drums mokeren, en de bas moet maar één ding doen: de boel een vleugje seks geven. De kracht van het collectief is onmiskenbaar, laat zich horen in fluks spierballengerol. Met "Conjure Me" en "Let Me Lie To You" wordt heel even teruggegrepen naar het oude Congregation, maar bij dat soort nostalgie wordt niet te lang stilgestaan. Vandaag ligt het zwaartepunt bij die twee comebackplaten , en dat gebeurt met wisselend succes. Machtige, slepende drums leiden "Algiers" in, de zanger krijt zijn trademark krijs, en je weet opnieuw waarom je de band destijds zo gemist hebt. Publieksfavoriet "Going To Town", normaal een feest van een riff met gratis een song erbovenop, krijgt vandaag de uitgeklede "Slight Return"-versie mee, en dat is niet naar ieders smaak. Wie komt voor vroeger moet het doen met dat die ene uitschieter: een ziedend "Debonnair" -- grungegitaren en soulstem in een intens gevecht -- dat enkel verschroeide aarde achter zich laat.

Het nieuwe "Light As A Feather" laat horen hoe de groep dezer dagen verder gaat waar laatste (ze hebben er meerdere) magnum opus Black Love (1996) ophield. Dat de groep echter niet meer op zo'n hoogtepunt zit, hoor je aan een recente pianoballad als "It Kills", dat halverwege de vaart uit de set haalt. "Can Rova" wordt opgedragen aan oudlid Dave Rosser die thuis tegen kanker vecht. Dulli breit er gelaten een flard "Last Goodbye" van Jeff Buckley aan vast, maar het helpt niet om een inzakkende set te redden. Daarvoor is een korte duik in 1965 -- verre van de beste Afghan Whigsplaat - nodig , met een "John The Baptist" waarin een als immer slinkse Dulli gladjes pleit "So take me, so taste me, erase me I'm yours let's get it on". Tuurlijk, Greg. "Something Hot", van op de zelfde plaat, smijt funk en soul nog eens in de blender voor een goeie smoothie. Alcohol? Dat is lang geleden, dachten we. Of is dat toch opnieuw een whisky in de handen van de zanger? Goedgezind als hij is, krijgen we nog wat extra nummers, zoals "Teenage Wristband" van The Twilight Singers, het project waarmee Dulli zich begin jaren tweeduizend zoet hield.

Het is niettemin wachten op wat laat vuur, en dat komt er in de bissen. "Royal Cream" giert en snokt over een potente riff, in "Summer's Kiss" zien we de frontman molenwieken als Pete Townshend. Het laatste beetje zweet wordt uitgeperst voor traditioneel afscheidsnummer "Faded". Over een pracht van een pianolijn horen we een flard "Sometimes It Snows In April" van Prince, tot gitaren alles kapotrijten. Dulli schreeuwt zijn laatste "baaayby''s, pleit "You can believe in me baby", maar laat zich langzamerhand ook overwoekeren door al dat snarengeweld. "Have a rock-'n-roll summer", wenst de zanger nog. Ze is vanavond begonnen. Als The Afghan Whigs straks op Pukkelpop even goed zijn, kan al dat jong geweld inpakken.

E-mailadres Afdrukken