Banner

Buffalo Tom

6 juni 2017, AB

Filip Hermans - foto's: Geert Vandepoele - 07 juni 2017

Wat een klasbak van een noiserockband is en blijft Buffalo Tom toch na al die jaren. Voor een bomvolle AB speelde het Amerikaanse powertrio zijn onverwoestbare album Let Me Come Over uit 1992 integraal live. Maar daarmee was de kous niet af, zo bleek al snel. Bijlange niet.

U weet hoe dat normaliter gaat bij de integrale uitvoering van een meesterwerk: eerst wordt die bewuste plaat live gespeeld, waarna het publiek met hits in de bisnummers al dan niet op wolkjes naar huis gestuurd wordt. Niet zo bij Buffalo Tom: de band opende doelbewust met een best of uit zijn omvangrijke oeuvre; die Let Me Come Over-uitvoering kon heus wel even wachten tot na de pauze.

Een kwestie van al je kruit bij aanvang verschieten? Absoluut niet. Toch niet als je opent met heerlijk op en neer springende kleppers als “Tree House” en “Summer” – subliem gitaargeweld uit de jaren negentig waar zowel een bende Chiromeisjes als uw bloedeigen moeder volledig loos op kunnen gaan. “I’m allowed” dreef als vanouds heel gevoelig op een hoge baslijn als een raketvliegtuig om dan al zijn duivels te ontbinden in het refrein.

En de band bleef maar hits en snedige bindteksten als warme broodjes naar het publiek keilen. Wat dacht u van een met veel humor aangekondigd “Late At Night” (“This is a song from Big Red Letter Day, a record from 1942”), een zinderend “Wiser” en een met excuses (“We’re from Boston, we don’t even speak English”) aangekondigd, bloedmooi “You’ll Never Catch Him”; een song over Bill Janovitz’ dochter die er niet in slaagt een eekhoorn te vangen. Een messcherp “Kitchen Door”, een wapperende, minutenlang solerende Janovitz in “Tangerine” en een gloednieuwe song uit hun nog te verschijnen nieuwe plaat vormden een mooie strik rond het adrenalineshot van de eerste ronde.

Maar het gros van de zaal kwam natuurlijk toch voor Let Me Come Over, tijdloze muziek uit een vorige eeuw; en dan vooral voor songs die je zelden of nooit live hoort. Plaatopener “Staples” en absolute evergreen “Taillights Fade” – zeg maar gerust de hymne van een ganse generatie -- kregen een adequate live-uitvoering, dat beloofde. Zo schakelde de band een gevoelige versnelling hoger in “Mineral”. Hadden wij u trouwens al gezegd dat de samenzang tussen Janovitz en bassist Chris Colbourne klinkt als de Wiener Sängerknaben op een dozijn elektroshocks? Om maar te zeggen dat alles aan dit concert tot op de millimeter juist zat.

En zo noteerden wij fijntjes een enorm gedreven, intens “Darl”, een bezield “Larry” en een als vanouds lekker wegrockend “Velvet Roof”. De PA-man van Buffalo Tom mag wat ons betreft ook linea recta promotie krijgen: het geluid was om door een ringetje te halen. “Porchlight”, op plaat met een heerlijke onderlaag van akoestische gitaren, stond ook live meer dan zijn mannetje. Maar het was vooral uitkijken naar wat Janovitz zou doen met “Frozen Lake”, een van de allermooiste, downbeat songs in dit ondermaanse bestaan. Zou Janovitz zich een akoestische gitaar omgorden of niet?

Neen dus, al was een elektrische versie uiteraard ook zo mooi als een weide breekbare madeliefjes op een stille lentemorgen, dat spreekt. Hekkensluiter “Saving Grace” stoof er ten slotte vandaan als een opgevoerde racewagen zonder chauffeur. Tegen dat het trio biste met het titelnummer uit het pikdonkere Birdbrain, lag onze conclusie dan ook al lang klaar: Buffalo Tom stond en staat garant voor torenhoge kwaliteit, dat bewees de band in het verleden met sleutelplaat Let Me Come Over en dat bewijst hij nog steeds. Hoe lang de pauzes tussen de platen van de groep ook zijn, de groep verleert zijn kunst – heerlijke noiserock maken -- blijkbaar nooit. Een talent kan je nu eenmaal niet chirurgisch uit een mens wegsnijden. Klasseconcert.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Buffalo Tom