Mew

20 mei 2017, Trix

Matthieu Van Steenkiste - 21 mei 2017

Ambities kunnen botsen met de realiteit. In Denemarken is Mew een band met status, zelfs ooit headliner op Roskilde, nà Bruce Springsteen. Die tijd is helaas voorbij, en op de rest van het continent heeft het ook nooit zo'n vaart willen lopen. Een beetje zoals dEUS ook moet schakelen tussen het hoofdpodium van Werchter en een willekeurige Duitse club. Het is het lot van elke Europese band. In de Trix Club stond Mew dus te vechten met een beklemmende omgeving, maar zijn geluid moest en zou groot zijn.

Daar ging het hen immers altijd al om. Van bij internationaal debuut Frengers klonk Mew groots, en dat zou de band blijven doen. We herinneren ons een optreden in de Botanique waarbij de groepsleden elk apart opkwamen om plaats te nemen op een extra verhoogje. Onder applaus, natuurlijk. Het was potsierlijk, maar het concert nadien was gelukkig de moeite waard. Ook vandaag is die ambitie proefbaar, maar het iets te opzichtige sterrengedrag is er van af.

Zanger Jonas Bjerre, bassist Jonas Wohlert en drummer Silas Utke Graae Jørgensen zijn de veertig ondertussen gepasseerd en de zoveelste reality check is ook achter de rug. Mew trekt geen vijfhonderd man meer voor een concert, gitarist Bo Madsen verliet de band tijdens de laatste tour voor comebackplaat +-, en de grote doorbraak is er ook toen niet van gekomen. Zonde, want ook het nieuwe Visuals is opnieuw een fascinerende rit door een landschap met zicht op progrock, pop, en shoegaze.

In Trix wordt snel de kaart van die nieuwe plaat getrokken, al is "In A Better Place" een vreemd openingsnummer; het duikt meteen in de actie, om vervolgens verloren te lopen in een vreemd soort fade-out waarmee zelfs Bjerre niet goed weet om te gaan als de band besluit een laatste dubby eindspurt in te zetten. Gelukkig is er "85 Videos", een popsong pur sang, om een tweede start te nemen. En vanaf dan zit het ook echt goed.

Mew live beukt. Daar is de tandem Wohlert-Jørgensen voor verantwoordelijk. De ritmesectie geeft de grillige songstructuren een bedding waar ze ondanks alle gemeander altijd naar terug worden getrokken. "Satellites" ontpopt zich zo tot een vreemdsoortig anthem waarvan de finale kreet "My life is my own" euforisch naar het veel te lage plafond reikt. De spanning tussen wat is en zou moeten zijn is tastbaar, net als in een dansend "The Wake Of Your Life", waarin een voor één keer gemakkelijk 4/4-ritme en een opgewekt refrein een tango aangaan.

Er is ook de moeilijke Mew. "Zookeeper's Boy" zal nooit prijzen winnen voor "Meest Catchy Nummer Van Het Jaar", maar dat was ook niet de bedoeling. De band begint ergens halverwege een muzikale volzin, de zang komt uit een ander universum binnengezweefd, en vijf maatsoorten wisselen elkaar om de tien seconden af. Aanstekelijk refrein, dat wel, maar het lijkt uit een ander nummer te zijn gelicht. "Twist Quest" zoekt het dan weer in lastige tegenritmes en recalcitrante gitaartjes vooraleer uiteindelijk toch een melodie wordt gevonden.

Dat blijft immers de kracht van Mew: onder dat dwarse oppervlak wordt steevast gegrossierd in meezingbare lijnen, aanstekelijke deunen. Ook het wat zwalpende "Waterslides" houdt je zo geboeid, wat niet gezegd kan worden van setcloser "Carry Me To Safety", een nummer dat eindeloos dreint, maar nergens weet te begeesteren. Dit is de vervelende Mew, die ook bestaat, en zich verliest in oeverloos zwijmelen zonder doel; als een ballon die langzaam leegloopt en zijn weg door de kamer zoekt. Dan wordt progrock een excuus om een slecht idee tot een veel te lang nummer uit te werken.

Het is snel vergeten in een bisronde die teruggrijpt naar het prille begin. Dat je dat fabuleuze debuut Frengers nog niet gemist hebt, zegt iets over de laatste, erg overheersende, platen. Dat het tweeluik "Am I Wy, No?" / "156" al het voorgaande omver blaast, geeft dan weer de impact van die plaat uit 2003 weer. Het is puntiger dan we vanavond al hoorden, met minder zijsprongetjes en nevengedachten; dromerige popmuziek, en daar is niets mis mee, zeker niet als het ook in de vorm van "Comforting Sounds" komt.

Dat nog steeds verbluffende slotnummer is Mew op zijn meest indrukwekkend. De onbeholpen falset van Bjerre, de gitaren die minutenlang wat aanpielen, maar dan toch opbouwen, waarna alles postrockgewijs openbloeit en naar de sterren reikt; het blijft kippenvel opwekken. Het dak van Trix wijkt, de muren van de kleine club gaan uit elkaar, en eindelijk bereikt het Deense vijftal de schaal die het nodig heeft. Soms dwingt een nummer zelf wel zijn omstandigheden af, tegen wil en dank. "Comforting Sounds" is opnieuw groots, zelfs in een kleine club.

Het is een bewijs dat het hier voor Mew niet hoeft te stoppen. Mew heeft ooit bewezen een megafestival te kunnen bedwingen, een middelgroot kan ook. Straks speelt de groep op het charmante M-Idzomer in Leuven. We hebben ons laten vertellen dat er daar geen plafond is. Dat kan de sfeer alleen maar ten goede komen. Mew is voorbestemd voor grootsheid, ooit, zowaar er rechtvaardigheid is.

Mew speelt op 27 juli op M-Idzomer in Leuven.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Mew