Pascal Deweze

11 mei 2017, De Roma

Matthieu Van Steenkiste - 12 mei 2017

Hij fröbelt meer en meer in de marge, zo blijkt maar weer eens uit een concert dat slechts de Foyer van De Roma wist te vullen, maar kwaliteit laat zich niet afmeten in aantallen. Pascal Deweze liet op de voorstelling van zijn solodebuut horen fifty shades of groove aan te kunnen, en toonde zich opnieuw de straffe songschrijver die we al jaren kennen.

Helemaal alleen, met just a little bit of help from his friends, knutselde Pascal Deweze dat Cult Of Yes de afgelopen jaren in elkaar. Sukilove, zijn vorige band, was verleden tijd; zo zou het vanaf nu zijn. Tot er concerten geboekt worden, en er dan toch een band moet samengesteld worden. Je voelt het vanavond meteen aan de instrumentale opener "EP10", waarin de synths extra lagen krijgen en alle kanten opborrelen. Nadrukkelijker gebeurt het nog daarna, wanneer de tropische, lome funk van "Summer Bones" plots echt gaat leven. Je ziet dat die tour met Claude François-covers van de afgelopen jaren Deweze deugd heeft gedaan. Voor het eerst beweegt hij over het podium als een echte frontman, durft hij de gitaar volledig loslaten om zich als zanger te tonen.

Dat werd dan ook tijd, na bijna 25 jaar in 't vak en een oeuvre onder de arm om U tegen te zeggen. Daar wordt vandaag nauwelijks op teruggeblikt, trouwens. Het voormalige Metal Mollylid is geen man van omzien, maar van doorrijden: immer voorwaarts, nieuwe muzikale horizonten tegemoet. En als die weg wat bochtig is, dan is dat omdat het moet. Want ook op zijn eerste plaat onder eigen naam maakt Deweze het de luisteraar niet gemakkelijk. Soms neigt het naar abstractie, wat de zeskoppige band achter de zanger produceert. "Think Of Me" is nachtelijk geknutsel dat nu moeizaam in een menselijke vorm wordt gedwongen. Een krautsynth begint langzamerhand de rest te overwoekeren, maar ontmoet keiharde tegenstand van de immer aanwezige tweekoppige backings. Het resultaat is de spannendste pop van het moment. "Paris", daarentegen, blijft ook live aan de kubistische kant.

Het verschil met die twee Sukilovenummers die nog worden opgediept kan niet groter zijn. In "Beetlesnake" krijgen we dankzij eeuwige Dewezekompaan Sjoerd Bruil eindelijk een gitaar that dares to speak it's name; dat we live ooit nog eens "As Long As I Survive Tonight" zouden horen, hadden we nooit zien aankomen. Met een nieuwe ritmische onderlaag door drumster Karen Willems en een staccato synth past het helemaal in dit muzikale landschap, zonder zijn prachtige countrymelodie oneer aan te doen. Bruil -- noblesse oblige -- smokkelt er nog snel een vuil solootje in -- moet kunnen. Het mooie "I Am Out In A Field" is balsem op een wonde waarvan we niet wisten dat ze er was: mooie melodie, sfeervolle achtergrondzang, klein liedje met groot effect.

Elders is het de falset van de kleine uit Minneapolis die het hoge woord voert. Met een brede grijns introduceert Deweze een autotune-effect, en hij levert een dwars "Strange Behaviour" met een glad R&B-laagje. Omdat hij dat kan. Omdat groove tegenwoordig zijn muziek beheerst, en Princefunk ook met zwaar vervormde bas en tegenritmes kan geleverd worden. En dan is er nog "I Only Have A Yes For You", die zomerhit in wording, toch in onze ideale wereld.

Het is het moment waarop Anne-Sophie Ooghe en Lien Moris van op de achtergrond de teugels in handen nemen, en een oorwurm neerzetten waar niet tegen te vechten valt. Deweze neemt het gemoedelijke bedje in dank aan om zich als zanger eens goed te laten gaan. De percussie doet iets zuiders, de bas van Alan Gevaert denkt "afrobeat" en spreekt het opzichtig uit. De brute, uitgebeende rock van "Don't Look Over Your Shoulder" is een laatste keer dansen, want de nacht wenkt in het enige bisnummer "Beautiful Penelope", dat zich op een dubbeat naar de uitgang groovet. Het is eindigen met de single, want zo hoort dat. Straks wordt "I Only Have A Yes" op de radio's losgelaten. Laten we hopen dat ze bijten, en we deze zomer uit elk raam dat "Yeeeheeees" horen. Want optimisme mag, maar dromen moet.

E-mailadres Afdrukken