Marcelo dos Reis & Luís Vicente

11 april 2017, Hot Club Gent

Guy Peters - 13 april 2017

Een van de grote voordelen van de vrije muziek, is dat het nichemuziek is. Natuurlijk gun je het de muzikanten dat ze ook hun ding kunnen doen voor een groot publiek en op kloeke podia, maar het is de nabijheid en kleinschaligheid die van veel concerten zo’n mooie belevenis maakt. Ook nu weer.

Gitarist Marcelo dos Reis en trompettist Luís Vicente zijn exponenten van een nieuwe generatie improvisatoren die steeds nadrukkelijker van zich te laten horen. Ze doen dat met fijne bands als Fail Better! en Chamber 4 (al houden ze er allebei nog wat andere projecten op na), maar trokken onlangs voor een residentie naar het Zwitserse Poschiavo. Met opgeladen batterijen en een hele hoop nieuwe ideeën kwamen ze wat nieuw materiaal uittesten.

Het ging allemaal vrij bedeesd van start, maar zou in de loop van twee korte sets, samen goed voor een uurtje muziek, wel een behoorlijk breed parcours verkennen, van bedeesde abstractie tot spetterende interactie die even sterk in de rocktraditie verankerd was als in de vrije muziek. Wat ook meteen opviel, naast de overduidelijke empathie en de actieve voelsprieten, is het gevoel voor dosering en structuur. De twee speelden geen duidelijk afgelijnde composities, maar ook geen vrije excursies van de ‘we-zien-wel-waar-we-belanden’-soort. Daarvoor was er te veel focus, variatie en evenwicht.

Als trompettist beschikte Vicente enkel over twee dempers, maar in combinatie met zijn uitgebreid arsenaal aan blaastechnieken, volstond het ruimschoots om te boeien en relatief zelden te kiezen voor conventioneel spel. Hij is intussen een meester in het gebruiken van subtiele, staccato plofjes en uitgesmeerde effecten, een manipulator van geluiden met een opvallende controle over pitch en densiteit, met een combinatie van sobere, pure ideeën en soms plots opduikende loopjes. En door verschillende lichaamshoudingen kan hij ook de ruimte bespelen, al waren de akoestische mogelijkheden daar misschien wat beperkt.

De gitarist ging van start met een nerveuze ingetogenheid op laag volume, maar een voelbare spanning. De aanslagen waren gedempt, maar jachtig, alsof de snaren te warm waren om lang aan te raken. Het had hier en daar een Mediterrane zwier, maar was te grillig, en er zat teveel deconstructie in om folk genoemd te worden. Het was echter pas toen hij gebruik ging maken van hulpstukken, dat duidelijk werd dat de gitaar in dos Reis’ handen zoveel meer kan zijn. Door een soort kurken te bevestigen op de snaren, en die vervolgens te bespelen met kleine stokjes, creëerde hij een percussieve droomwereld, die in combinatie met Vicent’s spel tot een knap, hypnotisch effect leidde.

Maar er was meer: met een strijkstok kwam het klankenpalet van een cello om de hoek loeren, met grove texturen en plots opduikende harmonieën, en als hij dan eens loos ging met luider, haast bluesy spel, dan was de rocktraditie binnen handbereik. Op die momenten, wanneer Vicente ook koos voor een meer extraverte en conventionele aanpak, lonkte het naar zijn album met Jari Marjamäki, waar ook zo’n energieke stukken op passeerden. Elders sloot het aan bij het materiaal van Fail Better!, met die combinatie van kamermuziek, folk, vrije expressie en een bezwerende, ritualistische trance.

Mooist van al was echter hoe fris en ongedwongen deze combinatie klonk. Zowel de gitarist als de trompettist zijn technisch sterke muzikanten, maar belangrijker is dat ze ook beschikken over bakken persoonlijkheid, en dat leidt intussen tot een karakter waarmee ze zich moeiteloos onderscheiden van de rest en dat kwam in deze duocontext maximaal tot z’n recht. De opname van het eerste duo-album is intussen ook een feit. Het wordt iets om naar uit te kijken.

E-mailadres Afdrukken