ICP Orchestra: Concert voor Misha Mengelberg

25 maart 2017, Bimhuis

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 26 maart 2017

2017 ging een feestjaar worden. 50 jaar ICP én 75 jaar Han Bennink, goed voor drie dagen feest in april, met een hoop vrienden erbij. Maar dan kwam de schok, op 3 maart. Misha Mengelberg, een van de oprichters en bezielers van het tot een instituut uitgegroeide ICP, was overleden. ’s Mans nalatenschap onder woorden brengen is eigenlijk een onbegonnen zaak. Elke muzikant die zijn muziek genegen is, en zeker elkeen die ooit met hem speelde of samenwerkte, heeft wel een verhaal te vertellen. Dan doe je wat gepast is: je brengt vrienden, familie, collega’s en liefhebbers bij elkaar voor een muzikaal eerbetoon dat druipt van liefde en respect.

Op het programma: enkel Mengelbergcomposities, met een handvol klassiekers en hier en daar ook wat minder vertrouwde stukken, uitgevoerd door het orkest en een paar gasten, zoals Benjamin Herman, die in 2000 nog een album met Mengelbergwerk opnam, of pianist Oscar-Jan Hoogland, die als geen ander in zijn generatie de rebelse spirit van Mengelberg levend houdt. Maar er waren ook een paar minder vertrouwde gezichten. Zo bracht het kwartet van trombonist Joost Buis, pianiste Nora Mulder, saxofonist Michiel van Dijk en trompettist Frank Braafhart een uitvoering van “Dressoir”, een negendelige compositie die Mengelberg veertig jaar geleden al schreef voor Orkest De Volharding. Springerige hoempapa, cartooneske kamermuziek, dolle trippeltrappel, met lekker naast en door elkaar slingerende muzikanten die een terrein mochten bespelen tussen elegische ernst en Breuker-achtige carnavalsmuziek.

Daarvoor had het tienkoppige orkest de boel al op gang getrokken met “Moeder Aller Oorlogen”, dat van start ging als een spirituele freejazzhymne, met jubelend fanfarespel dat al snel rafelig ontspoorde en later overging in “Gare Guillemins”, een stuk dat ene John Zorn ooit nog vastlegde met George Lewis en Bill Frisell. Het kreeg die kenmerkende combinatie van old school charme en ontregeling, met Michael Moore in Hodges-modus en Tobias Delius die er een vet scheurende solo achter smeerde. Het was het begin van een gulle, veelkleurige trektocht die de weelde en ongrijpbaarheid van Mengelbergs oeuvre erg fraai in de verf zette. Ongecensureerde kakofonie, waar je ‘m vroeger ook wel eens op kon betrappen, zat er niet veel bij, maar wel dat wankel samengaan van traditionele jazz en sabotage, waarbij de bende met verbluffend gemak genregrenzen sloopte en conventies aan z’n laars lapte. Gedurende de uitvoering werd ook een indrukwekkende reeks foto’s geprojecteerd uit de rijke geschiedenis van Mengelberg & ICP.

De zesdelige suite “Picnic”, geplukt uit een van hun klassiekers Aan & Uit, werd door bassist Ernst Glerum gortdroog geïntroduceerd, inclusief vermelding van grafisch element ‘de aardappel’, een signaal voor de band om de verbeelding vrij spel te geven. Het werd een uitbundig samengaan van marsmuziek, wals, vrij geschetter, New Orleansfanfare, scheve kamermuziek en bluesy swing, met een opvallende duopassage van Ab Baars (goed om muziekschoolleerkrachten een paniekaanval te bezorgen) en Han Bennink (drieste dolheid, als vanouds), en theatrale bijdrage van cellist Tristan Honsinger, die tijdens de zwoele, Mediterrane flair van “Habanera” (denk Nino Rota na een fles cognac) tien seconden dirigeerde met circusmimiek.

Herman speelde samen met Glerum en Bennink een gave versie van über-klassieker “De Sprong, O Romantiek Der Hazen”, misschien wel de meest geliefde van Mengelbergs composities. Dit trio kreeg vervolgens gezelschap van Hoogland, die dartel trippelde over het ivoor, maar ook de vuisten inzette en met zwiepende zweethanden over het hout zorgde voor geinig gepiep. Hij was ook de gretig bricolerende joker in een stuk dat op gang gebracht werd met “Kneushoorn”, en waarin hij aan de slag ging met elektrisch clavichord, sirenes, harmonica, tape en spullen uit de doe-het-zelf-zaak om feedback te manipuleren. De rest van de band gaf geen kik. Ook dat mag op het conto geschreven worden van Mengelberg, die z’n orkest leerde dat normaliteit een illusie is, en sowieso van korte duur.

Een van de mooiste verrassingen was trouwens de aanwezigheid van pianiste Irène Schweizer, die niet lang ervoor nog een concert speelde met Han Bennink en ook nu een korte duo-uitwisseling met hem speelde, die meteen aansloot bij het buitelende tumult van Welcome Back, een prachtplaat die ze een tijd geleden uitbrachten, en vervolgens meer gezapig jazzterrein opzocht, om daar stilletjes uit te doven met het ruisende cimbaalwerk van de drummer.

Voor het laatste luik werd de videoclip van “Steigerpijp” (2010) getoond, waarmee destijds geprobeerd werd – zonder succes overigens - om het marktsegment van de jongerenzenders te veroveren. Huub Van Riel, artistiek directeur van het Bimhuis, en Cherry Duyns, maker van de documentaire Misha Enzovoort en een van de drijvende krachten achter de opera Koeien, die in 2015 in productie ging, brachten een laatste ode, gevolgd door een pakkend fragment uit de documentaire: het slot waar Mengelberg voor een laatste keer “De Sprong, O Romantiek Der Hazen” meefluit met het orkest.

Maar natuurlijk ga je bij een hommage aan deze legendarische dwarsligger niet zitten grienen, dus werd afgerond met kinderliedje “The Bear Went Over The Mountain” (zijn favoriete lied, volgens manager Susanna von Canon) en het gezellig walsende “Zing Zang Zaterdag”, waarmee nog maar eens werd aangetoond dat de geestelijke vader van de hele ICP-bende en bij uitbreiding een groot stuk van de Nederlandse jazz- en improvisatiescene, even radicaal en contrair als spontaan en kinderlijk kon zijn. Maar dat wisten de aanwezigen natuurlijk al langer. En zo was weer een dag voorbij. Vaarwel, Misha.

50 ICP en 75 jaar Bennink wordt op 14, 15 en 16 juni gevierd in het Bimhuis, door het ICP Orchestra en een indrukwekkende reeks binnen- en buitenlandse gasten. Meer info op de website.

E-mailadres Afdrukken