Banner

Digital Primitives

19 februari 2017, Parazzar

Guy Peters - foto's: Mario Pollé - 21 februari 2017

Freejazz is een onvoorspelbaar, grillig iets. Voer het uit met discipline en focus, en het kan leiden tot grootse resultaten die de impact van gecomponeerde muziek soms lijken te verdubbelen door de tastbare creatie van het moment. Laat de teugels echter te veel vieren, en het risico bestaat dat de samenhang je als zand tussen de vingers glipt. Zoals toen Digital Primitives de Parazzar bezocht.

We zijn nochtans verknocht aan het prachtige oeuvre (drie uitstekend albums op Assif Tsahars Hopscotch-label) en de respectievelijke muzikanten. Drummer Chad Taylor en saxofonist Tsahar (vorige jaar op die plaats nog groots met Tatsuya Nakatani) bewezen de voorbije jaren al hun kwaliteiten aan de zijde van een hoop goed volk, maar sluitstuk van de band is natuurlijk de onvergelijkbare multi-instrumentalist Cooper-Moore, een combinatie van een immens onderschat freejazzgenie (zijn album Solo: Deep in the Neighborhood of History and Influence (2010) is hier nog altijd een ‘onbewoond eiland’-plaat) en een excentrieke outsider (als hij geen piano speelt, dan is het een reeks zelfgebouwde instrumenten), die begin jaren zeventig speelde aan de zijde van David S. Ware, later o.m. deel uitmaakte van William Parker fenomenale kwartet In Order To Survive en terug van de partij was op David S. Ware’s laatste album voor zijn overlijden.

Sinds de millenniumwisseling is hij ook regelmatig te horen op releases van Hopscotch, die allemaal uitblinken in variatie, speelsheid en verankering in Amerikaanse rootsmuziek, van gospel, spirituals, hymnes, blues, Tin Pan Alley en (free-)jazz, tot funk en rock. De drie Digital Primitives albums, maar vooral ook de twee duo-albums met Tsahar zijn persoonlijke, aardse, geëngageerde platen die van een unieke plaats komen. Eenvoud gaat er vaak hand in hand met unieke klanken en momenten van revelatie. Dat zijn ook live dingen die tot de mogelijkheden behoren. Op z’n best speelt dit trio met een charme, ongedwongenheid en onbevangenheid die je zelden te horen krijgt.

Die was er nu ook regelmatig. Van een plan of set list was er geen sprake, waardoor het alle kanten uit kon. Cooper-Moore droeg poëzie voor, zong met die robuust galmende gospelstem, speelde “God Bless The Child” op fluit, liet het podium soms aan z’n twee kompanen en haalde een handvol zelfgemaakte instrumenten boven, waaronder de diddley-bow, een soort van eensnarige bas, een mouth-bow die dienst weigerde, een zelfgemaakte banjo en een fluit die intussen al veertig jaar meeging. De sound en grooves die de man soms uit het instrument kneep, waren indrukwekkend: diepe, vette resonanties werden als een dikke, romige saus over het spel van Tsahar en Taylor gegoten.

De drummer gaf, zoals gewoonlijk, het volle pond. Met pokerface, maar ook een combinatie van strakheid (wanneer hij een hyperenergiek marsje speelde, plotse roffels uit de mouw schudde of funkstoten uithaalde die een eerbetoon leken aan wijlen Clyde Stubbefield) en souplesse,vooral in de vrij slingerende stukken. Ook Tasahar liet zich niet onbetuigd op tenorsax: hij reutelde aardig mee, dook diep in de vurige 60’s-traditie en liet in zijn solomoment een indrukwekkende controle over de circulaire ademhaling horen. Stuk voor stuk geslaagde momenten, soms met een knoert van een sound en energie, maar met momenten maak je helaas nog geen concert.

Enkele technische probleempjes, Cooper-Moore’s halsstarrige, maar op niets uitlopende poging om de mouth-bow goed te laten werken, de lange pauzes tussen de stukken en de soms merkwaardige contrasten en kortstondige momenten van cohesie, zorgden ervoor dat de flow het grootste slachtoffer was van het concert en de naturel van de band, normaal een troef, ging overhellen naar nonchalance en gebrek aan samenhang. Geen idee of het te maken met Cooper-Moore’s griepje of een combinatie van kleine factoren die allemaal een rol speelden (uitbater Joeri had z’n speech niet vooraf kunnen geven, dus deed hij het maar na het concert), maar de lijm pakte niet zoals gewoonlijk. Jammer, want in z’n beste momenten stond het unieke karakter van het trio nog altijd overeind en ving je even een glimp op van wat had kunnen zijn.

E-mailadres Afdrukken