Joana Serrat + The Handsome Family

15 februari 2017, Botanique

Line Tuymans en Matthieu Van Steenkiste - foto's: Nick De Baerdemaeker - 17 februari 2017

Perfectie is saai, en bands met een hoekje af zijn dus altijd interessanter. In de Botanique was The Handsome Family verre van foutloos, maar net dat maakte het optreden van het echtpaar Sparks zo charmant. En dat Spenglish voorprogramma mocht er op haar manier ook wel zijn.

Dekentjes zijn goed: als het koud is, kun je je er in wikkelen, als het warm is dan kun je je er op neervleien. Joana Serrat is ook een soort dekentje. Vandaag liet de lente zich al even voelen, maar de Catalaanse is toch vooral het soort dekentje dat je lekker wil koesteren als het iets te kil wordt. Met een stevige fixatie op het Amerikaanse Zuiden brengt ze een half uur countryfolk die gemoedelijk de avond inleidt. Dat haar Engelse uitspraak daarbij soms belabberd is (we zweren het: in opener "Saskatoon" meenden we écht "Jack White alone" te verstaan waar dat "I cried alone" moest zijn), is heel erg jammer, want meer wel dan niet heeft ze prachtsongs onder de arm zitten.

Grootste troef daarbij: een prachtige akoestische gitaarklank en een mooie, warme stem. We zagen haar al met band, en dan wordt het nog beter, maar ook in alle kaalheid -- al loopt tijdens dat "Saskatoon" hoorbaar een tapeje mee -- overtuigt de jonge Spaanse. "Solitary Road" is wel heel twangy -- mondharmonica incluis -- maar dat mag: het gaat haar goed af. "Tug Of War" meandert in tegenstelling tot de stevige plaatversie rustig aan, maar ook in deze versie werkt de prachtige melodie. Wel alweer pijn aan de oren met een "Supposed" dat onverstaanbaar wordt vermangeld. Gek ook, want op plaat krijgt ze het woord wel degelijk juist uitgesproken.

Serrat heeft haar troeven dus, maar ook haar tekortkomingen. Een jengelend en minder "Yellow War" legt die nog eens pijnlijk bloot: als de song niet meewil, dan werkt het niet. Als het goed is, is het echter de beste country die we ooit uit Spanje hoorden. En waarom zou dat niet kunnen? Overigens ook een tien voor salesmanship. Benieuwd of de pitch "Koop alsjeblief wat platen straks, want ik kan ze overmorgen niet meenemen op het vliegtuig naar Amsterdam" heeft gewerkt.

Een welgemikte halve minuut in een televisiegeneriek kan soms meer doen voor een carrière dan twintig jaar platen maken. Dat weet ook The Handsome Family, die aan het eerste seizoen True Detective -- hopelijk -- minstens een bescheiden spaarpotje hebben overgehouden. De doemdenkende countryfolk van “Far From Any Road” leek dan ook wel op maat geschreven van de in de bayou sluimerende dreiging van die reeks. Des te vreemder is het dat meneer en (vooral) mevrouw Sparks er vanavond een comedyshow van lijken te willen maken. Waren wij twitteraars, we zouden er een #relationship goals bij schrijven, zo lieflijk sarcastisch staan de twee over en weer te schertsen. Zij met quirky mopjes over criminaliteit en Amerika, maar toch het liefst over hem -- “This is my husband. He’s been angry every day of our marriage” -- hij grommelend over Trump, verkoudheden en dat vermaledijde twééde True Detective-seizoen.

Bijzonder gezellig allemaal, en bovendien erg handig om de muziek uit het oog te verliezen. Die blijkt namelijk net iets minder consistent te zijn dan het niveau van de grapjes, en met elf platen op hun conto is het soms toch wenkbrauwen fronsen bij welke nummers vandaag op de setlist mogen staan. Zo is “The Loneliness Of Magnets” ondanks zijn briljante titel toch vooral een erg vervelend voorbij dravend niemendalletje, waarbij Brett Sparks zijn meest cabareteske zang mag bovenhalen, en passeren er iets te veel inwisselbare slepers als “So Much Wine” en “Your Great Journey” om ons bij de les te houden. Dat de halve Handsome Family wat grieperig is, draagt bovendien niet bij aan hun vocale prestaties -- in de bissen doet Brett twee pogingen om “Arlene” te zingen, maar het loopt in allebei de toonaarden mis, waarop hij het maar gewoon opgeeft.

Als het wél goed gaat, is het echter meteen ook grandioos: “No One Fell Asleep Alone” klinkt met zijn autoharp en xylofoon als uit een muziekdoosje, het tragische “My Sister’s Tiny Hands” is een diepdroevig verhaal waarin een hartverscheurende pedal steel een glansrol krijgt, terwijl Brett de diepste krochten van het menselijk stembereik gaat opzoeken met een imaginaire spade in de hand. Het Tom Waitsiaanse “King Of Dust” houdt het stapvoetse tempo aan dat The Handsome Family zo kenmerkt, maar krijgt door het duetteren van het koppel een extra gouden randje. Al werkt dat ook niet iedere keer: “Far From Any Road” wordt dankij de onvaste coupletten van Rennie pijnlijk de vernieling in gezongen, en ook de opgedreven snelheid doet het nummer bepaald geen deugd.

En zo gaat het een klein anderhalf uur lang, volgens de grillen van de band: voor elke prachtige tekstflard is er ook een onnozel refreintje, voor iedere donkere murder ballad een weinig memorabele trage. The Handsome Family doet dan ook koppig zijn eigen ding, wars van moderniteiten -- “he doesn’t even have a phone!” -- en op een zelfgekozen ritme dat daarom niet noodzakelijk dat van zijn publiek is. Ze waren ons op die manier af en toe kwijt, maar dat gaf niet. Elke familie heeft wel zijn gebreken.

E-mailadres Afdrukken