We Are Open

10 + 11 februari 2017, Trix

(bvp), (lh), (lt) en (mvs)  - foto's: Thomas Geuens - wannabes.be - 11 februari 2017

We Are Open: dat gilt muziekcentrum Trix steevast één keer per jaar. Onzin natuurlijk, u kunt er van september tot juni terecht voor uw gezonde portie optredens. Maar een reden om in één klap meteen een hele staalkaart van Belgisch geweld te proeven laten uw verslaggevers natuurlijk nooit liggen. Een showcase? Wel ja, laat maar eens zien wat jullie in je mars hebben, brothers!

Vrijdag 10 februari

Want met een stevige focus op hiphop is het vanavond aan die al dan niet gebleekte brothers. We struikelen binnen in het Trix Café wanneer TheColorGrey aan zijn laatste nummers toe is, en dat vinden we meteen al jammer. Met een extra gitaar die de decks ondersteunt krijgt de erg smoothe, op Amerikaanse leest geschoeide flow van deze Woody Smallsprotégé een mooie ondersteuning. Het zorgt voor meer melodie en soul, en dat apprecieert het publiek dat luidkeels smeekt om meer. De Antwerpenaar moet met pijn in het hart weigeren: "They gon' kill me". Snel naar boven dan maar, naar de Bar.

Anderhalf jaar geleden is het ondertussen dat Lili Grace debuteerde met de boeiende EP The Spell, en sindsdien was het stil gebleven. Vandaag blijken de zusjes Bogaerts klaar voor de volgende stap: van The Spell is op de titelsong die in een vertimmerde versie afsluit na geen spoor in deze set. Wat er aan komt, wordt dan ook anders: meer dansgericht, met nog meer aanwezige percussie. En helaas, zo lijkt het toch, niet de sterkste nummers. Het wordt al snel formulaïsch in zijn opbouw: eerst kletterende drums van Diene, dan ingehouden samenzang, en uiteindelijk de strijkstok van Nelle die dreigend pulserend de cello op gang trekt. Bastille met borsten? Soms wel, ja, al is het tot puur ritme uitgebeende "Lucy" een mooie nieuwkomer. Wanneer in het voorlaatste nummer wordt gestoeid met donkere en lome discobeats op zijn Oscar & The Wolfs knijpt een hand ons hart echter samen. Wat de toekomst brengt voor Lili Grace? We zijn er niet helemaal gerust op.

Voor Delv!s is die toekomst duidelijk – eindelijk – begonnen. Niels Delvaux wordt immers al een paar jaar her en der als grote belofte genoemd, en maakte dat in 2016 dankzij één single toch nog waar. Geheel terecht ook: Delvaux beschikt immers over het soort soulstrot die zeldzaam is bij bleke, ongemakkelijk dansende jongetjes – Jamie Lidell is dan ook de onvermijdelijke referentie. Daarmee weet hij ook live moeiteloos de vrouwen in te pakken (getuige de enthousiaste bakfietsmamagilletjes bij de vraag "of er ook moeders in de zaal zijn") en de mannen stikjaloers te maken. Aanvankelijk is het nog íets te veel flauwe Stevie Wonder-funk en "It's gonna be alright / In the morning light"-rijmelarij, maar met oudje "Tell Me" vindt Delv!s alsnog zijn draai. Het laidback gitaartje en heerlijke refrein kunnen zelfs door een rondje basslappen niet verpest worden, en wie dan nog niet zijn heupen uit de kom gewiegd heeft, wordt vervolgens wel verpletterd door dat onweerstaanbaar groovende "Come My Way". Neem het van ons aan: deze zomer danst élke festivalwei hierop de funky chicken.

Al van bij opener "Teacher" duiken we bij Amongster een warm bad in. Met een competente band in de rug weet Thomas Oosterlynck de miniatuurtjes van op plaat perfect te recreëren. De Afrikaanse gitaartjes dansen, soms openlijk zoals in het huppelende "Trust Yourself To The Water", vaak eerder stiekem. Het zijn de voetjes van de zelden echt stilstaande frontman die dat verraden. En toch voelt het allemaal wat te statisch aan, is het visueel oh zo braaf en Oosterlynck zo bedeesd, dat het een beetje saai wordt. Noem het de Vlaamse ziekte waar ook Marble Sounds zo aan lijdt: mooi, maar weinig begeesterend.

Op papier is Hydrogen Sea gedoemd om in hetzelfde bedje ziek te zijn, maar de Brusselse band wéét dat en heeft zijn voorzorgen genomen. Met wat gespannen kabels – een soort modernistische tuinafsluiting – werd een strak driehoekig decor gebouwd waarin zangeres Birsen Uçar centraal achteraan de punt mag spelen. Het geeft deze trage muziek, die af en toe doet denken aan de triphop van wijlen Sneaker Pimps, een visueel cachet die het kan gebruiken. Dat werkt. "Only Oleanders" met zijn minimalistische bliepjes is hypnotiserend genoeg, single "Worry" danst zich elegant een weg naar ons hart. Fijn bandje.

Het Bergense duo La Jungle speelt het liefst zo dicht mogelijk bij het publiek en dat doen ze ook in het Trix-café. Al van bij opener “Ape In A Python” ontpoppen Mathieu Flasse (stem, keys, gitaar) en Rémy Venant (drums) zich tot twee Duracellkonijnen die de enthousiaste meute meesleuren in een draaikolk van energie, en dat ondanks een ondermaats geluid. Ook in de daaropvolgende nummers van hun tweede plaat II vormen pompende drums en allerlei gekke geluiden uit de gitaar, pedalen en Casio-keyboard een onwaarschijnlijk krachtige motor. Hoogtepunt is “Hahehiho” waarin meteen stemmetjes door een loopstation herhaald worden terwijl drums en gitaren onophoudelijk doorrazen. Hypnotiserend en dansbaar, net als Battles, maar dan met drums die soms aan Lightning Bolt doen denken. Ook “Blood Watermelon” komt in de buurt van muzikale waanzin. En daar heeft de eerste dag van We Are Open net nood aan. La Jungle is niet alleen op plaat maar ook live een van de geweldigste acts uit Wallonië. De komende maanden speelt het duo onder meer in Aalst, Kortrijk en Opwijk. Zorg dat u erbij bent, ook daar wordt het ongetwijfeld een weergaloos, lawaaierig feestje.

Over Robbing Millions kunnen we kort zijn: Tame Impala en franglais. Sympa, quoi, maar ook dubbelop, want de psychedelica van de Australiërs is nog niet versleten. Dan maar terug naar beneden waar het ook al van over de taalgrens te doen is. Of ligt die niet rond Brussel? Soit; Roméo Elvis + Le Motel doet nogal stevig van Starflam. We horen potige Franse rap, uitgepuurde beats en opzwepend veel energie. Heerlijk Néérfrançais ook, dat "maak laouaai!" en dus jammer dat het plots toch gedaan is met de pret. Het tempo zakt in tot alweer een bijna triphopachtig ritme, de raps worden oeverloos gepraat en wij muizen er van onder. Onterecht, zo blijkt, en niet alleen omdat de geweldige hit "Bruxelles Arrive" naar verluidt de boel helemaal in de fik zette.

Want heremejezus, neen Brihang, dat is geen West-Vlaams. Neem het aan van uitgeweken Bruggeling (mvs): wat deze Knokkenaar doet is een belediging. Terwijl 't Hof van Commerce al lang bewezen heeft dat het pure dialect zich perfect leent voor hiphop, krijgen we hier het soort gekuist pseudo-Nederlands met gewisselde g's en h's dat zelfs Tourist reduceert tot onverstaanbare wauwelaar. Dat is niet alleen een gemiste kans om de muzikaliteit van het West-Vlaams te eren, het doet ook de teksten van de jonge rapper geen recht. Want dat hij duidelijk iets te vertellen heeft, blijkt uit nummers als "Balanceren" en "Kleine dagen". Radicale keuzes; het is er anders de tijd voor.

En laat ons dus ook maar even rabiaat zijn: fuck de keytar. Pomrad mag nog zo hard gewerkt hebben aan zijn lichtshow, wie blieps en twiets en fwieps uit dat fucking bastaardkind van een synth en een gitaar haalt, heeft bij voorbaat verloren. En als wij een pornosoundtrack willen horen, dan moet het mét beelden.

Neen dus, We Are Open Dag Eén was niet dàt, al was La Jungle een fijne uitzondering. Ach, niet erg, morgen is er nog een dag, en met het smakelijke Brutus op de affiche kan dat gewoon niet mislopen. Zoals we altijd sussend fluisteren als ons lief een crisis heeft: alles komt altijd goed.



E-mailadres Afdrukken