Banner

Vinny Golia Trio

29 januari 2017, Parazzar

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 30 januari 2017

Oorspronkelijk was dit evenement aangekondigd als ‘Bobby Bradford Quartet feat. Vinny Golia’, maar de onverwachte ziekte van die eerste stak een stokje voor zijn reisplannen en dus ook voor de concertreeks waarvan dit optreden de start moest zijn. Niemand van de aanwezigen kwam echter van een bekaaide reis terug, want het achtergebleven trio speelde geïnspireerd de pannen van het dak.

Jammer natuurlijk, dat de intussen 82-jarige Bradford niet van de partij kon zijn. Zijn naam ronkt vooral in liefhebbersmiddens, maar hij wordt ook enorm gewaardeerd door diegenen die hem al aan het werk zagen en is opvallend populair bij collega-muzikanten. Hij vormde jarenlang een onafscheidelijke tandem met klarinettist John Carter, een samenwerking die een paar te ontdekken meesterwerkjes opleverde en een sterke invloed had op figuren als Ab Baars of het duo Ken Vandermark en Nate Wooley, om maar een paar voorbeelden te noemen. Maar Bradford was de voorbije decennia ook een van de meest frequente gezichten aan de zijde van Vinny Golia.

Ook Golia is een naam die niet zo heel veel de ronde doet. Het zal voor een stuk te wijten zijn aan het feit dat hij in Californië gebaseerd is en niet in hippere plaatsen -- voor jazz en vrije improvisatie althans -- als Chicago of New York, terwijl hij ook niet meer zo frequent opduikt in Europa. Nochtans bouwde hij aan een uitgebreid cv en viel hij te horen met o.m. Anthony Braxton, Alex en Nels Cline, Steve Adams (ROVA), bassist Ken Filiano, Wadada Leo Smith en recent regelmatig gitarist Ross Hammond. In tegenstelling tot veel van zijn collega’s, wordt Golia niet gelabeld als een rietblazer, maar als een houtblazer. Naast zowat de hele saxfamilie, beheerst hij immers ook klarinetten en fluiten.

Zijn speelterrein: hedendaagse muziek, freejazz en vrije improvisatie, al lag de nadruk in Brugge vooral op dat tweede, en daarvoor kon hij beroep doen op een uitstekende ritmesectie. De Franse bassist met Algerijnse roots Bernard Santacruz speelde zowel met Amerikaanse zwaargewichten als Charles Tyler en Frank Lowe, als met Europese kleppers, iets dat de Italiaanse drummer Cristiano Calcagnile hem nadeed. Die speelde met landgenoten Stefano Bollani en Gianluca Petrella, maar was in 2006 ook de drummer naast Anthony Braxton voor een paar Belgische concerten die uiteindelijk belandden op de semi-legendarische 6cd-box Standards (Brussels).

Het eerste concert van een reeks, het is soms een dubbeltje op z’n kant, maar niet bij deze drie, want ze speelden twee zeer samenhangende, met een opvallend gevoel voor dosering in elkaar gestoken sets. Golia gaf op voorhand al mee dat het lange bewegingen zouden worden, waarbij improvisatie en gecomponeerd materiaal elkaar zouden afwisselen. Petje af voor degene die er in geslaagd zou zijn om aan te tonen hoe het precies in elkaar zat, want de passages die vrij leken werden uitgevoerd met een ijzeren controle, terwijl de momenten waarvoor de bladmuziek klaargezet werd nergens moesten inboeten aan spontaniteit of flow.

Het werd een beweging waarbij Golia startte en eindigde met sopraninosax, met daartussen de focus op de sopraansax. Behalve aan de start van de tweede set, toen hij even fluit speelde. Het trio hanteerde doorheen de sets (resp. zo’n 45 en 35 minuten) een eb/vloed-tactiek die zorgde voor het nodige vuurwerk maar ook voor rustpunten. Nochtans ontpopte Golia zich tot een bevlogen solist met een opmerkelijk virtuoze techniek, waarbij hij vooral gebruik maakte van lange lijnen met veel noten die uitgevoerd werden met een acrobatisch gemak. Extended techniques of dissonante momenten werden daarbij nooit dominant. Die had hij ook niet nodig om een verhaal te vertellen dat even bedachtzaam als soepel en spiritueel klonk. Het was soms, inderdaad, moeilijk om de echo’s van Coltrane te negeren. Al was zijn stijl soms nog meer verwant aan die van Roscoe Mitchell.

Maar ook zijn kompanen wisten heel goed waarmee ze bezig waren en verlieten het traditionele ondersteunen voor een meer gevarieerde aanpak. Campagnile was druk in de weer met stokken, brushes, mallets en schaaltjes, die hij met een prachtig effect kon bespelen met een strijkstok. Santacruz excelleerde dan weer met grommende en zingende strijkstok en creëerde een rijk web van harmonieën, maar plooide regelmatig ook terug met meer rudimentaire technieken, zoals het percussief bespelen van de bashals met de vlakke hand. Het kreeg zo snel een statig gloeiend ritualisme, dat nog eens aangedikt werd door Golia’s soms Oosters klinkende melodieën.

Het resultaat: een erg fraaie eerste set, met een wervelende tweede, waarin de beweging een constante bleef en gepiekt werd met een indrukwekkende intensiteit zonder dat er ook maar een moment van geweld aan te pas moest komen. Een woelig, bevlogen en genereus concert dat afgerond werd met een lichtvoetigere, zelfs humoristische toegift, die vooral de reikwijdte en rijke invulling van het trio nog eens onderstreepte.

E-mailadres Afdrukken