Banner

Eurosonic 2017

The riot girl from Ipanema - Donderdag 12 januari

Line Tuymans en Matthieu Van Steenkiste - foto's: Bart Heemskerk en Jorn Baars - 12 januari 2017

Dag Twee. Een dag met flauwe Zwitsers, verrassende kerkbezoeken en een sterke kandidaat voor de Lesbian Mouseclicks-wisselbeker voor debiele bandnames. En sneeuw, belachelijk veel sneeuw.

20u. Der AA Theater.          Het focusland van Eurosonic mag dit jaar dan Portugal zijn, er kruisen ook verdacht veel Scandinaven ons pad. Mikko Joensuu is een Fin die nogal stevig van zijn geloof gevallen is, zo bewijst zijn Amen-trilogie, waarop hij worstelt met zijn religieuze opvoeding. Dat doet hij op erg traditionele singer-songwriterwijze, vaak -- zoals in "Closer My God" -- met een countrydrafje erbij. Townes Van Zandt is nooit veraf, al mag het soms ook minder klassiek, met een gloeiend pianootje en pijnlijk mooie samenzang in "What Have I Done". Joensuu communiceert duidelijk het liefst via zijn nummers, de verplichte praatjes tussendoor lijken hem zoveel moeite te kosten dat hij het liefste ìn zijn gitaar zou kruipen. Laat hem maar, zeker als dat hartverscheurende songs als "Thief And A Liar" of vooral "I’d Give You All" oplevert, waarin Joensuu het meest ingetogen van Bright Eyes opzoekt. In al zijn eenvoud gaat het door merg en been.

20u. De Spieghel Up.         Kijk, wij bereiden ons grondig voor op Eurosonic, beluisteren elke band en leggen op voorhand een longlist aan van te checken dingen (U kan die nog steeds hier beluisteren), maar soms kan het toch nog flink mis lopen. Buvette valt zo op het kleine podium van De Spieghel Up gigantisch door de mand. Zanger Cédric Streuli staart naast zijn toetsen wat ongemakkelijk naar zijn schoenen, lijkt de toonladder maar wat van horen zeggen te kennen, en zo blijken ook die leuke popsongs van op Spotify live niet overeind te blijven, ook niet de aardige single "The Sun Disappeared". Kijk, zo jaagt een mens ons weer de straat op, zelfs al is voor de rest van de avond regen beloofd.

20.30u. Groninger Forum         En soms is zo'n tegenvaller een meevaller, want zo belanden we op tijd in een voor twee avonden tot concertzaal omgebouwde bioscoop bij Albert Af Ekenstam. De Zweedse singer-songwriter laat het allemaal maar rustig beginnen met een lange instrumentale passage zodat zijn diepe stem nog wat extra indruk maakt wanneer hij eindelijk zijn strot opentrekt. En zo past het ook, want in Ekenstams wereld is veel plaats voor zijn muzikanten, die vaak met een postrockachtige dynamiek mogen spelen, zijn songs omkaderen met weidse gitaren. Natuurlijk bouwt het concert dus op naar een epische finale waarin alles nog eens extra uitgesponnen mag. Gek dus om achteraf te horen hoe flauwtjes zijn opnames klinken; live was dat veel beter.

21.55u. Huize De Beurs.         Cadeautje aan ons zelf: nog eens Communions zien omdat we even niets beters te doen hebben. En kijk eens aan: vanavond hebben Martin Rehof en vrienden geen last meer van den trac, en vliegen ze er meteen stevig in. De setlist is geen millimeter anders dan gisteren, maar pakt zoveel meer. "Eternity" maakt elk refrein elegantere pirouettes, "Come On, I'm Waiting" jakkert heerlijk rechtdoorzee, en "Got To Be Free" is deze keer perfect als afsluiter. Het toont de relativiteit van zo'n showcasefestival ook aan: wie gisteren ging kijken, zag misschien een weinig overtuigend groepje, vandaag stond hier een strak opererende popmachine. Alles is toeval, ook in het muziekleven.

21.30u. De Spieghel.          Daar is ‘ie dan, de topfavoriet voor de Lesbian Mouseclicks-wisselbeker voor debiele bandnames: Yes I’m Very Tired Now. Zwitsers, uiteraard, en wederom van de knullige soort. Frontman Marc Frischknecht staat zichtbaar nerveus te wezen achter zijn synth, terwijl de andere bandleden kampen met een stuitend gebrek aan uitstraling. Dat mag, maar dan moeten er songs zijn om te compenseren, en dat blijkt hier nog het grootste euvel te zijn. Wat bij een eerste beluistering poppy darkwave leek, verliest live elke subtiliteit door de gezwollen, ietwat valse zang van Frischknecht, de veel te luide synths en gitaarpartijen die nachtmerries van White Lies oproepen. Het op plaat zo ingehouden "Common World" wordt hier compleet de vernieling in gespeeld, tot het haast zeer doet aan de oren. Snel naar de Grand Theatre voor wat soelaas!

22.15u. Grand Theatre Up.          Daar staat immers Lisa O’Neill, zonder twijfel straight from Ireland. Zonder iets te zeggen posteert ze zich achter de microfoon, voor een rauwe a capella versie van traditional "The Galway Shawl". Dat ze daarmee meteen wat mensen de zaal uitjaagt – in de rij gestaan voor niks – zal O’Neill worst wezen. "Bye, thanks for coming in, enjoy the rest of your lives", zwaait ze hen uit, om verder volstrekt haar zin te doen. Want eigenzinnig is het minste dat je van O’Neill kunt zeggen: haar doorleefde stem lijkt opgediept uit een ver folkverleden, een beetje zoals bij Josephine Foster, en met haar cartooneske gezichtsuitdrukkingen en gestampvoet tijdens het traditioneel aandoende "Come Sit Sing" lijkt ze wel een boos klein meisje. Eentje dat verdomd goeie nummers schrijft, bovendien. "Pothole In The Sky", de titeltrack van haar laatste plaat, is een getokkelde slow burner, met de zachtjes aanzwellende bouzouki van O’Neills kompaan Moss als warme basis. In walsje "England Has My Man" ("I thought I loved him but I was wrong", verklaart ze) en "Planets" klinkt ze als een klassieke troubadour die je met minimale elementen binnentrekt in haar immer spitsvondige verhaal. Wie iets nieuws of hips zoekt, is bij Lisa O’Neill aan het verkeerde adres, maar in diepgewortelde, goudeerlijke songs kent ze hier op Eurosonic alvast geen gelijke.

22.30u. Simplon Up         Ja paspoort vergeten; kan iedereen overkomen. Je paspoort verliezen omdat je het in Center Parks in een kussensloop hebt achtergelaten? Daarvoor moet je Anne-Marie heten, en dan raak je dus het Kanaal niet meer over. Gelukkig is er Be Charlotte, dat normaal pas morgen moet aantreden, om in te springen. Al is dat in onvolledige bezetting. Aangezien de helft van de band nog onderweg is, doen zangeres Charlotte Brimner en toetsenist Ham-Ez het als tweetal. Het is meer dan voldoende om op het podium van grote popzaal Simplon een feestje te bouwen dat ergens zweemt tussen het eveneens Schotse Chvrches en meer klassieke hitparadepop. "Discover" is het soort song dat je dag meteen een stuk beter maakt, "Machines That Breath" heeft de lichtheid van de jonge Lily Allen, maar meer elektronica vandoen. Je voelt ook dat het niet lang meer zag duren vooraleer de piepjonge Brimner haar puberale schutterigheid zal afwerpen en zich tot een echte popprinses zal ontpoppen. Nu al heeft ze het lef om een nummer volledig a capella te brengen, en zelfs al zwelgt ze daarbij nét iets te veel in R&B-affectaties, haar zang is wel degelijk indrukwekkend. Be Charlotte: nog voor het jaar om is zal het alomtegenwoordig zijn op je radio.

23u. Huize Maas Front         Tijd voor een spelletje Wat Als? Als in: wat als Bloc Party na Intimacy niet uit elkaar was gevallen, maar de draad verder had opgepikt bij de ideeën van Kele, zouden ze dan zijn uitgekomen waar het al even multicultureel Londense Haus zijn verhaal begint? We horen af en toe die typische jachtige, in elkaar geweven gitaartjes, maar vaak is het meer droge en hoekige funk. Dansbaarder, met een zweempje math rock in de complexe ritmes en de catchy melodiën van Two Door Cinema Club. Zelfs al blijft de song soms wat achter op de hook, het vijftal presenteert alles met een overdosis energie, die vooral door frontman Jack met ongebreideld enthousiasme – tot crowdsufen toe -- wordt gekanaliseerd. In afsluiter "Two Minds" mag het hek helemaal van de dam, het feestje is compleet. Haus heeft niet veel afrijping meer nodig om verdomd interessant te worden.

23.15u. Minerva Art Academie.          De kille traphal van de kunstacademie is standaard de hipsterhangout van Eurosonic. Het verzamelde snorren-en-brillenlegioen schijnt het aangenaam hobbelen te vinden op de frisse knutselelektronica van Flavien Berger, en geef hen eens ongelijk: "La Fête Noire" is een stuiterend hitje, dankzij de kwieke synths en de zorgeloze parlando van Berger. De man is bovendien een onmiskenbare crowdpleaser: met zijn (gespeeld) stuntelige tussenkomsten – "Let’s talk about hair!" – krijgt hij de lachers op zijn hand, en zijn onnozele danspasjes op vrije momenten werken alleen maar aanstekelijk. Perfect intermezzo voor wie zijn dansmuziek liefst niet àl te ernstig heeft.

00u. Lutherse Kerk         Tiens kijk, deze locatie kenden we nog niet. Wat een prachtige zaal, deze Lutherse kerk, waarvan het preekgestoelte een klein podium overschaduwt en koorbanken rondom afzomen. De ideale plek is het voor Albin Lee Meldau, een wat aparte Zweedse neef van Louis Theroux met vreemde maniertjes en een stem. Wat zeggen we? Een hemelse strot. Meldau zweeft ergens tussen de soul van Al Green en de kunstzinnige falset van Antony Hegarty. En zegt ie na een ingetogen openingsnummer "let's put some rock 'n roll in it", dan hoor je plots ook een scheurtje in de keel.

Het écht straffe? De songs van Meldau houden stuk voor stuk gelijke tred met dat imposante stemgeluid. "Let Me Go" is een parel van het zuiverste soulwater, "Darling" smacht en jammert in de best balladeerstraditie. De bleke Zweed acteert er op los, maar een beetje drama mag wel in de soul, zeker als het gaat van "If you love me let me go". En dan is er nog dat "Lou Lou" dat hem op Eurosonic bracht, want 14 miljoen speelbeurten op Spotify can't be wrong: twee minuten zoetgevooisde pijn en miserie die geen hart onberoerd laat. Wanneer we de kerk verlaten heeft een wit dekentje alles in stilte gesmoord; het is eindelijk winter, en het is niet erg, want vanaf nu hebben we Albin Lee Meldau om ons warm te houden.



E-mailadres Afdrukken
Tags: Eurosonic