Banner

OORSTOF: Nystagmus + Ken Vandermark & Terrie Ex / Ken Vandermark solo

11+12 oktober 2016, De Studio (Antwerpen) / PointCulture (Charlerloi)

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 14 oktober 2016

Hoogdagen voor Vandermarkliefhebbers, want de man passeert deze maand maar liefst vier keer in België. Volgende week twee keer met zijn working band Made To Break, de voorbije week een keertje solo en in een vrij zeldzaam duo met Terrie Ex. Verzamelen geblazen dus in Antwerpen, waar de twee hun eigenzinnige kijk op de dingen uit de doeken kwamen doen, voorafgegaan door een verrassend duo uit Wallonië

11 oktober

Er loopt nog altijd een muur over de taalgrens, die ervoor zorgt dat Vlaanderen en Wallonië zo’n beetje het buitenland blijven voor elkaar. Jammer, omdat we soms een beter beeld hebben van wat er zich 1500 km verderop afspeelt dan wat op een half uurtje rijden van onze deur gebeurt. Het deed dan ook deugd dat in Antwerpen volk mocht aantreden van L’oeil Kollectif, een gezelschap met wortels in o.m. Luik, dat in Vlaanderen weinig bekend is. Vertegenwoordigers van dienst waren elektrisch bassiste Farida Amadou en drummer Tom Malmendier, samen Nystagmus, die ook de recent verschenen, fijne dubbelaar Dancing Eyes (de digitale versie valt hier te beluisteren) hadden meegebracht.

Het duo presenteerde een even compacte als geslaagde cirkelbeweging, waarbij ingetogen van start gegaan werd: Amadou hanteerde een strijkstok voor de bas die plat op haar schoot lag, terwijl Malmendier vanalles uithaalde achter z’n kit, behalve het traditioneel aanslaan van die snare drum. Het werd een gestaag aandikkende exploratie, waarbij de basgitaar ook op een meer traditionele manier bespeeld werd. Er kwamen nog altijd effecten aan te pas, en alhoewel Amadou met haar sound even herinnerde aan freefunkbassisten à la Melvin Gibbs of Bill Laswell, nam ze nooit een expliciet ritmische rol op, ook al werd de puls wel gesuggereerd, daarvan waren wat heen en weer wiegende hoofden voldoende bewijs.

Het was vooral een set die in evenwicht bleef. Het piekte even met volume, maar het was niet makkelijk scoren, want de twee bleven zoeken met geluiden en texturen, met effecten en spullen uit de doe-het-zelf-winkel, om uiteindelijk weer te belanden bij de introspectie waarmee ze van start gegaan waren. Een prima set, die haast onopgemerkt onder de huid kroop en geen minuut te lang duurde. Volk om in het oog te houden en dringend nog eens naar deze contreien te halen. Of misschien moeten wij, zoals onze fotograaf al opperde, gewoon eens naar daar rijden. Een goed voornemen.

alt

Als de eerste set er een was van gelijkgezinden die elkaar goed vonden, dan wist je op voorhand dat die tweede set wat anders ging worden. Terrie Ex en Ken Vandermark, ze kennen elkaar intussen al jaren en deelden al talloze keren het podium (nu ja, volgens de website van The Ex gaat het om minstens 89 keer), maar binnen hun vrije rol is er haast geen groter contrast mogelijk. Als improviserend componist is Vandermark voortdurend op zoek naar strategieën om muziek een richting te geven. Improvisatie ziet hij daarbij vaak als de confrontatie met een reeks van "problemen", die vervolgens opgelost kunnen worden. De vraag is dan enkel: hoe? En dan heb je Terrie Ex. Die stelt zich die vraag niet, is de belichaming van de spontane actie, de dominantie van het nu.

Daar kan je als improvisator op verschillende manieren op reageren: je past je aan en probeert ermee om te gaan, of je hanteert je eigen ideeën en probeert die te "verenigen" met de instinctieve aanpak van Ex. Het leek wel alsof Vandermark een combinatie van de twee hanteerde. Op achtereenvolgens tenorsax, klarinet en baritonsax maakte hij gebruik van een uitgebreid arsenaal van klanken en stijlen: soms driftig spetterend met abstractie, abrupte start & stop-momenten en schrille gilletjes, maar net zo vaak met ritmische motieven en meer traditionele melodische flarden, waardoor het samenspel bijna (bijna!) tastbaar werd.

Helemaal werd het dat natuurlijk nooit. Als de gemiddelde rockgitarist in een improvisatiesessie vooral zal terugvallen op een paar basisstructuren, dan gaat de Nederlander aan dat alles voorbij met een performance die gestuurd wordt door een fysieke overgave en een reeks van acties waarbij zelden halt gehouden wordt voor een rustpunt of moment van herhaling. Hij wringt aan de gitaarhals alsof het gaat om het handvat van een motorfiets, hij beslaat de snaren met een drumstok en een asymmetrisch ritme, creëert geluiden met de klankkast, wrijft de kop over de grond alsof hij staat te stofzuigen en wentelt hem over de schoorsteenmantel, alsof die moet bijgeplamuurd worden. Het is spelen met een kinderlijke verwondering en openheid. Die gitaar heeft verhalen te vertellen.

Zo’n set kan in het slechtste geval ten onder gaan aan een gebrek aan samenhang, maar Vandermark bewees andermaal een ideale speelpartner te zijn voor Ex, eentje die de frictie en onvoorspelbaarheid niet probeert tegen te houden of om te buigen, maar te integreren in een nieuwe, steeds bewegende interactie. Dat botste regelmatig, maar dan wel met een elektrisch geladen spanning of een nieuwe weg die ingeslagen werd. Ook deze twee hielden het kort, maar dat volstond om de tanden op stuk te bijten. Improvisatie is altijd een beetje testen hoe ver je dat elastiek kan rekken. Deze twee veteranen toonden aan dat er nog altijd geen sleet zit op hun interactie.

alt

12 oktober

Een dag later speelde Vandermark in de mediatheek van Charleroi, voor een eerder zeldzame soloset in deze contreien – de vorige dateren intussen van 2012 (in Brugge) en 2013 (in Bergen). Droeg hij de twee sets in Bergen nog op aan inspiratiebronnen Chris Marker en Michael Snow, twee van de filmmakers die elk een impact hebben gehad op zijn werk, dan kreeg je nu doorheen twee compacte sets negen stukken te horen, waarvan sommige opnieuw opgedragen werden aan voorgangers of artiesten die Vandermark op de een of andere manier beïnvloed hebben. Daarbij is het niet steeds duidelijk of er een directe link is tussen die inspiratiebron en het stuk zelf, al is het de verleiding om die er als luisteraar in te steken wel groot. Bovendien verkende hij binnen de individuele stukken vaak een enorme stilistische reikwijdte.

Zo ging hij van start met een stuk op klarinet dat je meteen alle hoeken van de mediatheek liet zien: strakke, maar vloeiende spurtjes over de toonladder werden afgewisseld met kronkelige wendingen, intense momenten van circulaire ademhaling, dichtgepakte erupties en lang aangehouden klankgolven. Het leek haast alsof hij er meteen een staalkaart van zijn kunnen door wilde jagen. De akoestiek van de ruimte maakte het hem zeker niet makkelijk, maar inhouden of op veilig spelen was er deze keer niet bij. De man stortte zich met een overgave op zijn ideeën, en ging tijdens het tweede stuk (op tenorsax) tekeer met een ontketende energie, kaatste een weefwerk van gierende kreten en brullende stoten het publiek in.

alt

En zo werden er voortdurend aspecten – van ritmische ideeën, volumeschommelingen, herhalingen, ruimtegebruik – maximaal uitgebuit. In een stuk voor de Belgische cineaste Chantal Akerman, die onlangs ook nog een eerbetoon kreeg van ’s mans band Made To Break, speelde hij met plofklanken en percussieve ideeën, terwijl het stuk voor Barney Wilen, de Franse saxofonist die voor altijd geassocieerd zal worden met zijn bijdrage aan Miles Davis’ Ascenseur Pour L’Echafaud, voor het eerst een meer ingetogen, lyrische Vandermark liet horen, die het echter ook snel ging zoeken bij bijna dansende, exotische motieven.

De tweede set ving hij aan met de kloeke baritonsax en een ode aan fotograaf William Klein, waarvan hij die namiddag werk was tegengekomen in het Fotomuseum van Charleroi, en wiens klassieker New York (1955) ooit aankwam als een baksteen in het gelaat bij heel wat fotografieliefhebbers. En tot op vandaag is het werk een collectie met een markante, soms overrompelende directheid. Vandermark antwoordde prompt met een krachtige oefening die alle kanten tegelijkertijd uit leek te stuiteren, maar gaandeweg een duidelijke spanningsboog kreeg. De tweede set was iets krapper dan de eerste, maar ging wel van hoogtepunt naar hoogtepunt. Zo was de ode aan Christian Wolff – componist van de New Yorkse school waarvan o.m. ook Morton Feldman en John Cage deel uitmaakten – een geslaagde oefening in ruimtegebruik, uitgewerkt met een ascetische drang naar puurheid.

Een heel andere weg werd ingeslagen met Albert Aylers “Love Cry” ("I hope it’s in the collection”), dat een bewerking kreeg op tenorsax waar het uitbundige, het volkse, het jammerende register en het vuur van Ayler allemaal hun plaats in kregen. Afsluiten gebeurde met een stuk voor de figuren die voor Vandermark als geen ander de mogelijkheden voor rietblazers hebben uitgebreid de voorbije vier-vijf decennia: Anthony Braxton en Evan Parker. Het werd een compact huzarenstukje op de klarinet dat vol zat met ideeën, stuiterde met abstractie en tintelde met een schrille, fysieke intensiteit. Opnieuw een bijzondere performance van een figuur voor wie er slechts een beweging mogelijk is, de voorwaartse. Met koffer én muziek.

Vandermark speelt met Made To Break op 17/10 in Magasin 4 (Brussel). Ook Albatre is dan van de partij. Op 24/10 staat Made To Break in de Parazzar (Brugge).

E-mailadres Afdrukken