Banner

OORSTOF: Ka Baird, Momentum & Mars Baars

6 oktober 2016, DE Studio

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 08 oktober 2016

Dat volgelopen Vlaanderen op een weekdag doorkruisen voor een paar concerten, het begint steeds meer op een uitputtingsslag te lijken. Maar soms weet je dat je ruimschoots beloond zal worden voor die inspanning. Dat was ook het geval bij deze opmerkelijke triple bill van het Antwerpse huis van vertrouwen Sound in Motion. Drie concerten, samen goed voor een bescheiden zeven kwartier muziek, maar enkele daarvan behoren tot het beste dat we dit najaar te horen krijgen.

Vermoedelijk een minder bekende naam voor de hardcore improfanaten: Ka Baird, die deel uitmaakt van cultband Spires That In The Sunset Rise. Het gezelschap opereert vanuit Chicago en bedient zich graag van traditionele instrumenten, om en er vervolgens een wat onwerkelijk universum van experimentele folk en psychedelica mee te verkennen. Een klein decennium geleden schreven we op deze site nog over hun albums This Is Fire en Curse The Traced Bird. Baird is een multi-instrumentaliste die nog te horen viel op het recentste album van Circuit des Yeux (op fluit), maar solo deed ze het met piano. Daarvoor werd de ruimte bijna helemaal verduisterd, zodat er ook kleurrijke projecties aan te pas kwamen die getriggerd werden door Bairds spel. En dat leek net zo verwant aan de traditie van repetitieve muziek als aan die van de vrije improvisatie.

Haar wentelende arpeggio’s aan de linkerkant van het klavier (de rechterkant leek lange tijd niet te bestaan) herinnerden aan de kolkende stormen van een Keith Tippett, die doorgaans ook zo'n standvastig tonaal centrum hebben, maar later kregen een paar meer melodieuze passages een vaag Oosterse flair en waarde de geest van Alice Coltrane door de ruimte, zeker toen de pianiste ook even aan het zingen sloeg. Echt vuurwerk leverde dat niet op, maar dat leek ook niet de bedoeling. Coherentie was belangrijker dan techniek of intensiteit, en het verhaal dat Baird te vertellen had bleef boeien voor het volledige half uur.

Er werd vervolgens geopteerd om geen pauze in te lassen tussen het eerste en het tweede concert. Het Noorse trio Momentum bestaat uit drie vertegenwoordigers van de aanstormende generatie improvisatoren die de voorbije jaren al grote sier maakte. Drummer Andreas Wildhagen en bassist Christian Meaas Svendsen doken eerder al op in Antwerpen als lid van Paal Nilssen-Love’s dendermachine Large Unit (en Wildhagen zit trouwens ook in het prima Lana Trio), terwijl rietblazer Jorgen Mathisen ook al bij een resem bands te horen viel. Net als op hun pas verschenen titelloze plaat, gingen ze ingetogen van start. Dat gebeurde met een slome baspuls die gaandeweg de machine op gang trok en waarin de drummer en rietblazer aanvankelijk vooral een accentuerende rol hadden. Meaas Svendsen viel meteen op door z’n eerder ongebruikelijke vestimentaire keuze (korte broek, t-shirt, blote voeten) en al snel werd duidelijk waarom.

Alsof hij wilde suggereren dat het fysieke spel van o.m. Peter Jacquemyn en Barry Guy altijd nog een stapje verder kon gaan, speelde hij ook met z’n voeten, door z’n snaren aan te slaan met een dikke teen of zelfs een been over de klankkast te werpen en de snaren te dempen met de hiel. Soms leek dat allemaal wat veel excentrieke moeite voor wat het uiteindelijk opleverde, maar je kon niet ontkennen dat de drie zorgden voor een heel eigen klankenstroom die intensifieerde tot het pure fysieke actie werd. Die had vaak meer te maken met ritme en massa dan met finesse of duidelijkheid, maar zowel Mathisen als Wildhagen kregen ook momenten waarin ze hun veelzijdigheid even konden tonen. En net als bij Baird was ook dit een compacte rit van een half uur. Voor avonden als deze nog altijd een ideale lengte.

Naar verluidt was het Evan Parker die ooit met een taalgrapje opperde dat Mars Williams en Ab Baars een gepast duo zouden vormen. Gekscherend, maar de ontmoeting leidde niet geheel onverwacht (maar misschien toch wel een beetje) tot een pracht van een concert. Hoewel beide rietblazers een indrukwekkende staat van dienst hebben, lijken het heel andere muzikanten. Williams met een trefzekere old school-klank, vaak actief in de rock-'n-roll, maar ook geworteld in de moderne jazztraditie van Chicago, waar hij o.m. speelde aan de zijde van Hal Russell en Ken Vandermark. Baars met dat geheel eigen timbre en die herkenbare stijl, en met een diepgaande kennis van de Europese en Amerikaanse traditie (én een voorliefde voor een Chicago-icoon als Von Freeman), maar ook een verwantschap aan de moderne klassiek van beide continenten. En dat werkte, want doorheen een reeks van kortere stukken verkenden de twee een verrassend brede zone.

Soms voelde het aan alsof ze voortdurend elkaars maat aan het nemen waren, met voorzetjes die verlengd, aangedikt of teruggetikt werden. Maar het was al tijdens het allereerste stuk dat ze elkaar ook al leken te vinden, door die parallelle paden een paar keer te laten kruisen met onverwachte harmonieën. Mooi om te zien ook hoe Williams, klein van gestalte, zich nog kleiner maakte, door de knieën ging en de saxbeker haast over de grond liet slepen, intussen geflankeerd door de rijzige gedaante van Baars die, trillend van spanning, het mondstuk voortdurend anders in de mond nam, met een resultaat dat even wankel als loeihard kon klinken. De Nederlander had zijn drie bekende instrumenten mee – tenorsax, klarinet, shakuhachi – waartussen hij afwisselde, maar Williams ging een stapje verder, met tenor, alt, sopraan en sopranino, nog eens aangevuld met een fluitje, plastieken darmen die in het rond gezwierd werden, en een resem kleinere speeltjes.

Alleszins genoeg materiaal om voortdurend te kunnen wisselen van klankkleur en stemming. Dat leverde een weelde aan materiaal op, nu eens nerveus neuzelend en hoekig bulderend of schril snerpend, maar net zo vaak in een bijna autistische spraakverwarring of – en dat waren toch de momenten die het langst nazinderden – passages waarbij de twee speelden met een lyriek, het had haast iets van een innige warmte, die doorgaans voorbehouden is aan muzikanten die al veel langer het podium delen. Er waren momenten dat de combinatie van shakuhachi en sopraansax, of de twee tenorsaxen, met zo’n vanzelfsprekend gemak rond elkaar dansten, dat het toekijken was met open mond. Het was een set die ook gerust wat langer had mogen duren, al valt er natuurlijk ook iets voor te zeggen dat je zo’n bijzonder moment moet durven afronden op een hoogtepunt. Mars Baars, een pracht van een gok (mooie tijden voor Baars, die onlangs in Amsterdam nog een prachtdebuut speelde met Ig Henneman en Dave Burrell). We beginnen heimelijk al te dromen van een nieuwe Dropa Disc-release.

Baars en de rest van het ICP Orchestra spelen op woensdag 19 oktober in De Singer (Rijkevorsel). Het volgende OORSTOF-concert: het duo Ken Vandermark & Terrie Ex en het duo Nystagmus, op dezelfde locatie. Meer info HIER.

E-mailadres Afdrukken