Banner

Achterham Sessions: Wofo

11 september 2019, Ham Sessions (Gent)

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 12 september 2016

Een jaar of vier geleden zagen we het vlotjes swingende Wofo aan het werk langs de oevers van de Dender. Gisteren kregen we opnieuw de kans om de band - intussen met een vierde album, Erratic Tails (2015), en een resem high profile-concerten op z’n cv - aan het werk te zien met het oeuvre van Raymond Scott. Op een (weliswaar ietwat druilerige) zondagnamiddag, in een tuin in Gent. Veel beter kan je een concertseizoen niet op gang brengen.

In Gent zijn de Ham Sessions – “een jaarlijks mini-festival van handmade, living music zonder stijlrestricties met een muzikale mix zoals die nergens elders te horen is” – al even een begrip, maar een paar jaar geleden kwamen daar ook nog eens de Achterham Sessions bij. Op gespreide tijdstippen, met ook al een mix van nationale en internationale kleppers, en de nadruk op goed volk uit de jazz en geïmproviseerde muziek. Een fijn, gezellig initiatief in een privé-tuin waar je tussen andere liefhebbers en in een ongedwongen sfeer naar live muziek kan luisteren. Sowieso al fijn, en zeker als dat gebeurt met de kwieke muziek van Raymond Scott.

Die wordt dezer dagen beschouwd als een legendarische vernieuwer, een cruciale schakel in de ontwikkeling van de twintigste-eeuwse muziek en de avant-garde in het bijzonder, maar het gaat daar vooral over zijn belang voor de elektronische muziek, want voor de rest is het een merkwaardig verhaal. Je vindt hem immers zelden terug in dikke jazzencyclopedieën, en als dat al gebeurt, dan is dat in een voetnoot of wordt er vermoedelijk wat meewarig over geschreven. In de vooroorlogse periode werd Scott immers al afgedaan als een charlatan, omdat hij parasiteerde op jazz, opera, pop en exotica, en geen (of amper) ruimte liet voor de zo belangrijke improvisatie. Zijn composities voor z’n legendarische Quintette (eigenlijk een sextet, maar dat bracht het publiek op foute gedachten) van de late jaren dertig waren speels, excentriek en humoristisch, maar ze waren ook het product van een controlefreak die geen afwijkingen of improvisaties duldde.

Zoals bandleider en gastheer Michel Mast herhaalde meegaf, was de figuur van Scott, maar ook wat er met z’n muziek gebeurde, uitermate intrigerend. Het was immers helemaal niet de bedoeling dat die composities zo gretig gebruikt werden voor tekenfilms, maar dat is exact hoe Scott aanvankelijk naam en faam verwierf. Zijn oude werk wordt vereenzelvigd met Bugs Bunny & consoorten en werd eindeloos geplunderd door Carl Stalling & co. Het is muziek die meteen een glimlach op je gezicht tovert: de composities bevatten stuk voor stuk aanstekelijke thema’s en huppelende ritmes, grappige wendingen en flukse tempowisselingen. Steeds kleurrijk en goedgeluimd, en duidelijk uit een tijdperk dat nog niet op z’n kop gezet werd door de jazz-als-kunst van de beboprevolutie.

Het is iets dat de romantische invulling van muziek als expressie van allerindividueelste emoties resoluut overboord kiepert, maar niettemin erg amusant blijft. Stukken als “The Penguin”, “Devil Drums” en het fluks marcherende “Boy Scout In Switzerland” zitten vol wiggelwaggelritmes, komieke effecten (Jon Birdsong die bugel speelde met allerhande dempers, de potten- en pannensound van drummer Tom Wouters), en een vlotte swing. Een paar van Scotts latere composities – “Talking Turkey,” Nightfall In Venice” – klonken iets lichtvoetiger en, net als een handvol composities van bassist Xavier Verhelst (die switchte van akoestische naar elektrische bas), iets moderner, iets minder ‘hoempapa’ en vooral in die laatste was er wat meer ruimte voor soleerwerk, met knappe solomomenten voor klarinettist Mattias Laga en pianist Stijn Engels.

Ook in de tweede set zaten een paar stukken die afweken van de kort & jolig-aanpak van Scotts vroege stukken (zoals “Night Club In Sorrento”, “Blue Grotto In Capri” met z’n romige melancholie en ruisende cimbalen), maar die oude bommetjes ‘fake jazz’ trokken toch elke keer weer de aandacht, volgestouwd als ze zijn met leutige accenten zoals rinkelende Kerstbellen (“Siberian Sleighride”), een fluitje (“Reckless Night On Board An Ocean Liner”) en een begrafenismars die met een been in de New Orleans-traditie stond (“Suicide Cliff”). Tijdens klassieker “The Toy Trumpet”, volgestouwd met fanfareroffels, dreigde het sextet elk moment te kunnen uitbarsten in de “Washington Post March”, en “Twilight In Turkey” rondde gepast af met onweerstaanbaar holderdebolderspul, een fluwelen solo van Mast en ongein die je zo terugvoerde naar Peppi en Kokki. Kortom: het betere zondagnamiddagvertier, mét een stuk taart binnen handbereik.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Wofo