Banner

The Thing

7 maart 2016, De Singer

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 09 maart 2016

Vertel tegen een kennis die een beetje vertrouwd is met The Thing dat hun recentste album eigenlijk een wat genuanceerder verhaal vertelt en ruimte laat voor meer ingetogen exploraties, en wat schuddebuiken is je deel. Wie de band ooit aan het werk zag, weet immers dat de live gedaante van het trio eigenlijk maar twee standen heeft: Voluit en Waffelopuwbakkes. Zoals Slayer ook geen ballads doet. Maar dat blijft ook na de zoveelste keer weer een belevenis.

Die laatste plaat, Shake, verscheen een aantal maanden geleden op cd en vinyl (met vier extra tracks voor die laatste versie, “zoals dat ook hoort”, aldus discaholic Gustafsson), en knalt en rolt lekker als vanouds, maar er stonden ook een paar (relatief) ingetogen verrassingen op. Niet dat ze een onevenwicht in de zaak brachten, maar het leek even te suggereren dat er achter die stoere façade ook een zekere gevoeligheid en dosering lag. Zal natuurlijk wel zo zijn, maar als je The Thing net live gezien hebt, dan ga je echt niet zitten mijmeren over zachtaardige texturen. Dan is het meer iets van een frontale linkse, een lepe rechtse, een serie wurggrepen en een ontwrichte kaak.

En er is natuurlijk die podiumenergie. Action Jazz noemden ze ’t ooit zelf. Of “viking jazz”. Het hoort er allemaal bij: dat tonggekwispel en de wijdbeense pose van Gustafsson, het snarengepluk en smoelwerk van Håker Flaten, die z’n blinkende kop soms helemaal tussen z’n schouders lijk te willen trekken, en de verbetenheid van roffeltornado Nilssen-Love, het hoofd steevast naar rechts gewend en vermoedelijk met een resem walnoten die tussen de tanden fijngemalen worden. Om maar te zeggen: The Thing live, dat is een behoorlijk heftige bedoening. Vijftien jaar geleden al, en nu nog altijd.

Bestonden vroegere concerten doorgaans uit een mikmak van vrije verkenningen, tracks uit hun recentste plaat en eigen en andermans composities die eerder in hun carrière al opdoken, dan deden ze nu eigenlijk een klassieke rock-‘n-roll-truc: de albumvoorstelling, waarbij zowat de volledige plaat uitgevoerd werd. Met meteen een explosieve aanloop naar de botte schwung van albumopener “Viking Disco”, een variatie op “Viking” van een paar platen geleden en ook nu weer goed voor een onstuitbaar voortjakkerende primatenmars. De bassist switchte regelmatig tussen akoestisch en elektrisch, Gustafsson tussen tenor en bariton en die joeg er en passant ook een half doosje rieten door. Na afloop was de vloer ermee bezaaid.

Ze waren alleszins vertrokken voor een parcours waarin bonkige powerjazz gekoppeld werd aan (hier en daar) een ingetogen moment, maar zelfs op fluistermodus lijkt het wel alsof dit trio zit te peuteren in een open wonde. Nochtans was Gustafssons solo in “Round About Lapa” zo lyrisch dat zelfs zijn bandmaten ervan stonden te kijken. “Perfection” was er eentje van Ornette Coleman, die ze aangeleerd kregen via Frank Lowe, en werd losgekoppeld van “Viking Disco” (op het album vloeien ze in elkaar over). Even leek de tenorsax in het hoge register een knipoogje te geven naar de dunne sound van Coleman, maar de band deed er z’n eigen, woelige ding mee en belandde uiteindelijk in een solo van Håker Flaten waarbij de stemsleutel gebruikt werd tot de snaren losjes hingen te flodderen en ei zo na van het instrument gesleurd werden.

Een loom basmotief kondigde vervolgens “Sigill” aan, een cover van het Canadese Wyrd Visions. Zonder de ronkende Rhodes van de broeierige albumversie, maar opnieuw met een verzameling saxuithalen, nog aangedikt door wilde kreten, die je terugvoerden naar beschavingen waar geschillen op een frontale manier opgelost werden. En dan was er natuurlijk de pure rock-‘n-roll, met de woeste riffrock van Loops “The Nail Will Burn” en iets later een bronstig dansende, haast Caribisch getinte “Bota Fogo”, met scheurend tenorspel dat je hardhandig door elkaar schudde. Met slotstuk “Aim” kreeg je nog eens The Thing in z’n meest pure gedaante te zien. De beuk erin met een dreigende teneur en doodsreutels van een stervende olifant. Ook zonder de gasten van de studioversie een nieuwe knaller die nog een tijd kan meegaan. En vooral bewijs dat je, ondanks al dat gelul over power en attitude, ook te maken hebt met een stel perfect op elkaar ingespeelde virtuozen.

Voor de bisronde kozen ze een van de meer ingetogen stukken van Shake - Håker Flatens “Fra Jord Er Du Kommet” –, maar ook dat transformeerde in een donkere, zweterige koortsaanval. Kortom: The Thing kwam, zag en dreigde de boel compleet naar de kloten te beuken. Als er al een band is die liefhebbers van het vrije werk en explosieve decibelrock in gelijke mate kan aanspreken, dan is het The Thing. Het was – om even bij Gustafssons voorkeursjargon te blijven – opnieuw redelijk fucking opwindend.

E-mailadres Afdrukken
Tags: The Thing