Banner

OORSTOF: Okkyung Lee/John Butcher/Mark Sanders + Hearts And Minds

zondag 31 januari DE Studio, Antwerpen

Joachim Ceulemans - foto's: Geert Vandepoele - 02 februari 2016

Het openingsconcert van het nieuwe OORSTOF-jaar beloofde met namen als John Butcher, Mark Sanders en Okkyung Lee niets minder dan een high end-improvisatieavond te worden. Hearts And Minds, een relatief nieuw trio uit Chicago met enkele oude bekenden, maakte die affiche nog wat aantrekkelijker.

Jason Stein? Die naam hadden we de afgelopen jaren niet vaak meer horen vallen. Een hele poos geleden maakte de rijzige basklarinettist uit Chicago furore met zijn band Locksmith Isidore, leverde daarmee platen af voor Clean Feed en NotTwo Records, en speelde met het project zelfs nog in Kunstencentrum BELGIE. Daarna verdween Stein wat uit beeld, hoewel hij uiteraard actief bleef binnen talloze bands en projecten die de Windy City rijk is, denk maar aan Kyle Bruckmann's Wrack en The Renga Ensemble van James Falzone. Hearts And Minds is een relatief nieuwe band - een trio met drummer Frank Rosaly (een echte OORSTOF-routinier) en toetsenist Paul Giallorenzo - dat een elektroakoestisch repertoire brengt vol aangename fricties tussen verleden en heden.

Antwerpen was de eerste halte van de Europese tournee van Hearts And Minds, waarmee ze hun binnenkort op Astral Spirits te verschijnen debuutplaat voorstellen. Het draait bij dit trio vooral om "tunes" - wat bijvoorbeeld een korte notensequentie kan zijn maar evengoed een volwaardig thema met bijhorende structuur - waarbij de gaten worden opgevuld met vrije improvisatie. Zo maakte Giallorenzo het met zijn op hol geslagen Moog lekker bont in "An Unfortunate Lack Of Role Models", terwijl Stein en Rosaly (die via enkele pedalen ook wat elektronica aan het geheel toevoegde) een reeks compositorische ankerpunten doorliepen. Dat leverde een mooie verhouding op tussen organisatie en chaos, waarbij de energie en zweetdruppels ongecontroleerd van het podium spatten.

Giallorenzo gebruikte zijn Moog synthesizer regelmatig voor het lage register en speelde soms pure walking bass, terwijl hij met zijn rechterhand een Fender Rhodes tot leven bracht via een Nord keyboard. In combinatie met op swing gerichte ritmes van Rosaly en stevig bochtenwerk van Stein, gaf dat wel eens een traditionele toets aan de muziek. Thema's en melodieën waren echter van tegenwringende aard, met af en toe grote intervalsprongen (hallo Eric Dolphy?) en vooral veel scherpe hoeken. Bij het soleren was het bovendien een ongeschreven regel om alle remmen los te gooien, waardoor Hearts And Minds eigenlijk voortdurend op het scherp van de snee musiceerde.

Zowel in "Slippery Slope" als in "Rocked And Eroded" schopte het trio vervaarlijk naar alle kanten, met de schelle en compacte uithalen van Stein op kop. De klarinettist transpireerde daarbij enorm, maar dacht er niet aan om zijn wollen trui uit te trekken, laat staan zijn muts af te zetten. De focus was groot, de okselvijvers nog groter. Het publiek wist die heftigheid wel te appreciëren en haalde de groep terug voor een korte en welverdiende toegift.

Focus was ook een kernwoord bij de hoofdact van de avond, die een samenwerking was tussen drie gerenommeerde improvisatoren. Celliste Okkyung Lee deelde het podium met saxofonist John Butcher en percussionist Mark Sanders, musici die elkaar al in verschillende contexten hadden ontmoet maar nog nooit in deze constellatie. De wetenschap dat dit trio in de uitstekende akoestische omgeving van DE Studio zou gaan spelen, schepte natuurlijk extra hoge verwachtingen. Zo is Butcher berucht om het "gebruikmaken" van de ruimte in zijn improvisaties, wat men onder meer op het fantastische Cavern With Nightlife (Weight Of Wax, 2004) kan horen.

Verrassend genoeg trok het trio al snel de kaart van actie en energie, met een drukke uitwisseling, waardoor je niet meer wist waar eerst kijken. De improvisaties gingen in grote blokken vooruit: bepaalde ideeën werden gedurende een hele tijd uitgespit en afgerond, gevolgd door een duidelijke, maar organische overgang naar een nieuw blok. Sanders, wiens percussieset weg had van die van een klassiek orkest, zorgde meestal voor de dynamische impulsen. Zijn kleine en grote troms (waaronder een basdrum die als pauk werd gebruikt), bellen, schalen, bekkens en houten blokken creëerden een mysterieus Varèse-achtig universum, waar Butcher en Lee klankgewijs op inpikten.

Butcher wisselde af tussen tenor- en sopraansax, maar ondanks de ideale akoestische omstandigheden liet hij zich niet vaak verleiden tot detailwerk en interacties op microscopisch niveau. Dat was enerzijds jammer, maar bleek ook gewoon een contextuele keuze. Het ging op sommige momenten dan ook snel, want vooral Sanders leek erg geïnspireerd en toverde een wervelwind aan fascinerende klanken uit zijn percussie-materiaal. Hij bleek echter ook wel eens geïsoleerd van de rest (te veel focus?) en hoorde op een gegeven moment - na een erg stille passage - niet dat Butcher al een nieuw idee inzette. Sanders begon nogal lullig enkele schalen op te ruimen in de veronderstelling dat het afgelopen was, waardoor Butcher wijselijk afrondde.

Lee stelde zich het meest bescheiden op en liet de ideeën en impulsen meestal aan de anderen over. Net zoals Butcher beet ze zich wel eens vast in een reeks tonen, die ze boeiend hield via herhalingen en variaties, en waarbij ze soms met geweld op de snaren inhakte. Op die manier leverde dus ook het trio Lee/Butcher/Sanders een behoorlijk gespierd concert af, tegen vele verwachtingen in. Het zal ons leren om voorspellingen te doen binnen het OORSTOF-programma, dat al vaak genoeg bewezen heeft voor de verrassing te kunnen zorgen.

E-mailadres Afdrukken