Banner

Glimps

10, 11 en 12 december 2015, Gent - Dag 2

Lennert Hoedaert - foto's: Fleur Coevoet, Gert-Jan De Baets  - 11 december 2015

Dag 2: Sirenengezangen onder een Christuskruis

De tweede dag van Glimps stond vooral in het teken van gastland Denemarken. Drie acts die we eerder dit jaar aan het werk zagen op showcasefestival SPOT-festival in Denemarken zouden zich voor de eerste keer voorstellen aan het Gentse publiek. Eén band (Shiny Darkly) gaf een sterke indruk, een act (Taragana Pyjarama) moest jammer genoeg afzeggen en een derde (Yung) viel ietwat tegen. Maar ook van twee Belgische bands waren we onder de indruk.

Geen betere locatie voor Blackie & The Oohoos, de band rond de zussen Loesje en Martha Maieu (die ook bij Flying Horseman spelen), dan de prachtige Sint-Jacobskerk. Sfeermatig dan toch, want de sfeervolle droompop moet opboksen tegen geen al te best geluid. De drums van Alfredo Bravo galmen wel indrukwekkend luid door de kerk, de gitaar van Milan Warmoeskerken, die voor een psychedelische injectie zorgt, is bij momenten helemaal niet te horen.

De stemmen van de zussen, die recht onder het Christuskruis spelen, hebben iets hypnotiserends, de synthesizers klinken tegelijk sinister en mooi. Er worden onder meer nummers gespeeld uit het puike Song For Two Sisters, hun tweede plaat die dateert uit 2012. Afsluiten doen ze met een cover van Nina Simone; de kers op de taart van een heerlijk sfeervol optreden. En dat ondanks het mindere geluid. O ja, zet alvast in uw agenda: in februari verschijnt Lacuna, de derde plaat van Blackie & The Oohoos, via Unday Records.

Ook in de Handelsbeurs belanden we in een duister universum, ditmaal dankzij de drie Denen van Shiny Darkly. Ze zien er uit als de broertjes van Black Rebel Motorcycle Club, maar hun mix van snedige postpunk en ultradonkere pop doet eerder denken aan Joy Division, Echo and The Bunnymen en Velvet Underground. Het is hun allereerste optreden op Belgische bodem en ze lijken niet helemaal ontspannen op het grote podium van de Handelsbeurs. Maar hoewel het allemaal nog wat luider mocht, is het publiek volledig mee. Dit ligt ongetwijfeld aan de organische en intense sound van de band, en de uitstraling van de sympathieke frontman Kristoffer Bech, die doet denken aan Jehnny Beth van Savages, Faris Badwan van The Horrors en uiteraard ook Nick Cave.

Live krijgen ze hulp van vierde lid Kristian Marstal, die op een vintage synthesizer speelt. Zijn toevoeging blijkt zeer nuttig in “Sacred Floor”, waarin ook een episch refrein en (alweer) meeslepende gezangen ons naar de keel grijpen. Het hoogtepunt (“Soft Skin”) wordt voor het einde gehouden. Welgemikte drumslagen, een pompende bas en de ijle synths maken het nummer zelfs dansbaar, en dat wordt nog eens in de beste krauttraditie langer uitgesponnen. Een trancegevoel maakt zich van ons meester. Als er een Deense band is die we volgend jaar nog eens willen terugzien, is het Shiny Darkly wel.

Eigenlijk ook donker, maar tegelijk rauw én fris: het Leuvense powertrio genaamd Brutus. De zanglijnen van drumster Stefanie Mannaerts bezorgen ons al kippenvel bij het naderen van de Minnemeers. Vorig jaar speelde Brutus al de pannen van het dak in Trefpunt, nu dus in een veel grotere zaal. Het zegt veel over de (terechte) hype rond de band. Als invloeden reiken ze The Smiths, Slayer, Kanye West, Cult Of Luna én Savages aan. Zeer uiteenlopende referenties, maar niet onlogisch als je hoort hoe Mannaerts, gitarist Stijn Vanhoegaerden en bassist Peter Mulders ruwe metal aan een bombastische melodie weten te lijmen.

Een nummer waarin stormramtempo’s en ingetogen momenten wordt afgewisseld, is het beste bewijs van de muzikale kunde van Brutus. Ook “Horde II”, alweer een sterk staaltje georganiseerde chaos, en de traditionele afsluiter “Horde” komen aan als een stamp in de maag en lijken tegelijk recht uit het hart te komen. Laat die debuutplaat dus maar komen. Als die even goed weet te overtuigen, heeft ons landje er na Raketkanon en Steak Number Eight een heavy band bij die het internationaal ook kan maken.

Om met de deur in huis te vallen: Yung, een stel jonge punkers uit Aarhus, is een kleine teleurstelling. “Nobody Cares” is een bescheiden hoogtepuntje tijdens een set waarbij we vooral het gevoel hebben dat er op automatische piloot wordt gespeeld. Zeer jammer voor zo’n jonge band, die bovendien op geen enkel moment enige sympathie weet op te wekken. Enkel drummer Frederik Nybo Veile geeft de indruk er 100 procent voor te gaan. Hij is niet alleen een energieke verschijning, zijn hyperkinetisch drumwerk en ontelbare overgangen zijn bepalend voor het verschroeiende punkgeluid. Op papier is de zin voor melodische uitbarstingen ook een van de troeven van de band, maar daar is live niet veel van te merken. Sorry, maar voorlopig zijn we beter af met de erfenis van wijlen Jay Retard of de albums van Ty Segall of Cloud Nothings. Yung wordt wel eens het beste exportproduct van de Deense punkscene genoemd, maar is die naam voorlopig nog niet waard. Volgende keer wat enthousiaster, jongens.



E-mailadres Afdrukken
Tags: Glimps