Banner

The New Wave Of Dutch Heavy Jazz

24 april 2015, cinéPalace (Kortrijk)

Guy Peters - foto's: Mario Pollé - 25 april 2015

Bericht voor degenen die maar blijven jammeren en klagen over de lamentabele staat van de hedendaagse muziekfestivals, die met ‘de vinger aan de pols': er bestaat ook een andere wereld. It’s out there, zomaar, voor het grijpen. Die van het avontuur, het lef, de opgestoken vinger en vooral: de toekomst. Een paar dagen geleden speelde het onmisbare duo Sleaford Mods nog in Brussel. Gisteren schopten vier bands uit Holland de hele kloterij aan gruzelementen in de cinéPalace.

The New Wave Of Dutch Heavy Jazz, het is een slogan die komt van het Nijmeegse duo Dead Neanderthals, dat ons leven de voorbij jaren op gezette tijden opgefleurd heeft met meer dan een dozijn releases in uiteenlopende formaten en met slechts één gedragsregel, namelijk ‘fuck it, dit moeten we ook geprobeerd hebben’. Het leidde tot een even herkenbare als diverse discografie waarin freejazz, noise, grindcore, drones en (veel) meer naast elkaar kunnen bestaan. Jazz? Goh ja, er komt een baritonsax en improvisatie aan te pas, maar in essentie heeft dit natuurlijk net zo goed met onverdunde rock-‘n-roll te maken. Maar dan wel die van de rondstampende soort waarvoor nog geen conventies vastgelegd zijn. Dat zorgt er dan ook voor dan je bij deze knapen het gevoel hebt dat er iets gebeurt. Iets nieuws, iets anders.

Intussen staat TNWODHJ voor een familie van vier bands (en een compilatie), want er werd aansluiting gezocht bij een aantal andere vrijbuiters die het net zo min begrepen hebben op het maken van één keuze en daar vervolgens bij blijven, en die toevallig ook in Nederland gebaseerd zijn: het gitaar/drums-duo Donné Et Désirée, het driekoppige jazzcorebeest Albatre en de freejazzterroristen van Cactus Truck. Vier bands met een heel eigen sound en stijl, maar tegelijk ook genoeg verwantschappen om te kunnen spreken van een samenhang, een scene. Ze trokken al een paar keer met de hele bende –- nu ja, eigenlijk maar 10 muzikanten (voorlopig enkel nog mannen) -– de hort op, en deden dat nu voor het eerst in België. Conclusie achteraf: heel wat programmatoren zouden er goed aan doen om dit geteisem ook eens in huis te halen. Het gaat misschien geen massa op de been brengen, maar het concertseizoen krijgt er wel een joekel van een adrenalineshot van. Iets zegt ons dat er in Kortrijk nog altijd espresso door de aderen giert.

Enfin, de muziek. Eerst Donné Et Désirée, oftwel gitarist Steven Vinkenoog en drummer Donné Brok, die van start gaan met een knallende drumslag/gitaarstoot en vervolgens… weigeren om meteen de decibelkraan open te draaien. Het gaat allemaal erg gedoseerd en open van start, met abstracte strelingen en klanken, het lijken haast verdwaalde ideeën, waarbij alle kanten van de instrumenten bepoteld worden zonder al te veel gehaast gedoe. Vinkenoog wiegt heen en weer, declameert wat onverstaanbare dingen, gebruikt een eBow en laat de gitaarhals flirten met de versterker, en Brok draait intussen rondjes achter en rond z’n drumstel, in de weer met allerhande hulpstukken, tot het duo in z’n finale dan toch werk maakt van die genadeloze killerclimax, de straalmotoren doet daveren en de opgespaarde energie eruit laat vloeien in bijtende zuurgulpen. Een ontlading van formaat die de hartslag ineens verdubbelt.

Dan Dead Neanderthals, intussen al voor de derde keer in Kortrijk en opnieuw met een resem achter de muzikanten opgestelde spots, waardoor je als luisteraar al half verblind bent voor het concert goed en wel begonnen is. Eerst: kloppend en brommend knopjesgedraai van saxofonist Otto Kokke. Drummer René Aquarius zit er aanvankelijk bewegingsloos bij, maar trekt de boel dan op gang met basdrumgestamp dat voor de volledige duur van het concert aangehouden wordt. Hij versnelt wat, haalt er cimbalen, snare drum en toms bij, maar het blijft een koppig voortdenderende trein. Een beetje zoals hun grindjazz-EP Jazzhammer / Stormannsgalskap, maar dan op halve snelheid.

En Kokke, die laat al snel de baritonmisthoorn galmen. Door een microfoon in z’n instrument komt het geluid eruit in een ononderbroken brommende en huilende geluidsstroom. In combinatie met het repetitieve spel van Aquarius leidt het al snel tot een meeslepend en hypnotiserend effect met de impact van een indringende stammenrite. Blijven en blijven malen doet die molen, zodat je helemaal tureluut gewenteld bent tegen dat de machine aan het einde van de rit komt. Die duurde vermoedelijk maar een minuut of twintig, maar was overrompelend in z’n haast idiote onverzettelijkheid. Wat een trip.

Intussen waren de chaoten van Cactus Truck ook van de partij, met het recent verschenen Are You FREE? onder de arm. Ook bij deze drie knapen -– die doorgaans de wildste band van de avond zijn, maar zich deze keer eens in goed gezelschap bevonden –- wordt het gaspedaal ingedrukt én ingehouden. Drummer Onno Govaert ratelt en kletst er energiek op los met polsen die volledig uit elastiek lijken te bestaan, saxofonist John Dikeman, het hoofd tussen de schouders getrokken, giert en scheurt met die bekende manische bezetenheid en snarenman Jasper Stadhouders wisselt tussen bas en gitaar, bespeelt die tweede zelfs even met z’n sportschoenen, zingt mee en zorgt ervoor dat de elektrische lading enkel nog verdubbelt. Afsluiten gebeurt naar goede gewoonte met 15 seconden tyfusherrie, maar ook daarvoor speelde het trio met het mes tussen de tanden.

Wie dacht dat het er na drie korte, maar redelijk overrompelende sets wel op zou zitten, die werd even op z’n plaats gezet. Albatre uit Rotterdam greep terug naar het volume van Dead Neanderthals, maar vulde dat anders in. Deze keer zat het sterker verankerd in de jazzcore, met enorm strak samenspel: drummer Philipp Ernsting ging tekeer als een precieze slager die zo terecht zou kunnen bij, we zeggen maar iets, Shining of Fantômas, terwijl bassist Gonçalo Almeida (ook contrabassist bij het Lama Trio) een knoert van een sound voortbracht die van ver herinnerde aan Nomeansno en altsaxofonist Hugo Costa het hele boeltje doorkruiste met schrille uithalen. De muziek deelde het manische met het Nijmeegse duo, maar pakte ook uit met duistere, soms filmische passages die in een vingerknip konden omslaan naar een feilloos uitgevoerde hysterie. Een beetje jammer dat de visuals niet helemaal tot hun recht kwamen, maar de uitzinnige reactie van het publiek sprak boekdelen: Albatre speelde genadeloos hard en efficiënt en was de gedroomde finale van een avond die de bezoekers alle hoeken van het kot liet zien.

En zo lijkt dit alweer te bevestigen dat er een steeds grotere afstand gaapt tussen de perceptie van velen (er is weinig te beleven, muziek hield twee decennia geleden op met spannend te zijn, etc.) en wat er zich daadwerkelijk afspeelt in een vruchtbare ondergrond. Bij het zien van die optredens kan je niet anders dan concluderen dat elk van deze vier bands de vloer zou aanvegen met het gros van de bands die dezer dagen naar voor geschoven worden als de redders des vaderlands. En dat je daar een beetje moeite voor moet doen, eens moet doorbijten, tja, dat neem je er dan maar bij. De opwinding die je ervoor in ruil krijgt is onbetaalbaar. Beter gaan we die vijf euro dit jaar niet kunnen besteden. Hallelujah.

E-mailadres Afdrukken