Banner

Duot & Ballister

22 maart 2015, OORSTOF @ DE Studio (Antwerpen)

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 24 maart 2015

23.05u: “On a vu quelque chose grandiose”, zegt de man naast me laconiek nadat Ballister een laatste punt zet achter z’n performance. En hij had gelijk, want wat er die avond te beleven viel in het prachtige salon van het voormalige bankgebouw, was een concert waar we nog een tijdje op kunnen teren. Een avond die nog over de tongen zal rollen.

20.40u: Heel even lijkt het alsof het Spaanse Duot een set gaat spelen die wat directer en potiger van start gaat dan die van enkele dagen eerder in Gent. Saxofonist Albert Cirera en drummer Ramon Prats schieten meteen in derde versnelling om hun vloeiende communicatie uit de doeken te doen. Snel wordt echter duidelijk dat Duot ook nu niet kiest voor makkelijk scoren. Meer nog dan tijdens de uitstekende, eerste (!) performance met Hugo Antunes, zal het tweetal nu inzetten op een weidse dynamiek en verkenningen van tegenovergestelde zones: die van de kleine, amper hoorbare geluidjes en die van het grote uitbundige gebaar, op een manier die de muziek van hun prima albums nog eens overtreft.

En het wordt echt een confrontatie met het materiaal. Cirera put volop uit sputterende effecten, slaat hard met de tong en bijt keihard op het riet bij het aanblazen, waardoor z’n speeksel door de ruimte gesproeid wordt en de percussieve insteek soms vooral van zijn kant lijkt te komen, zodat Prats zich op datzelfde moment kan bezighouden met roterende wrijfklanken. Ook die kan zich nu helemaal te buiten gaan aan ongewone speelstijlen, soms op een amper waarneembaar niveau. Knap hoe de twee zo de spanning hoog kunnen houden, ook met passages die erg abstract zoekend klinken. Cirera gorgelt met vloeistof in een naar boven gerichte sopraansax en houdt zich zelfs even bezig met enkel het mondstuk. Het past allemaal in een concert dat van ingetogen minimalisme tot piekende intensiteit evolueert. Duot, voor velen nog een onbekende voor die avond, maakte indruk.

WHAM! Dat is ongeveer de manier om te omschrijven hoe het concert van Ballister op gang gestampt werd. Net als op hun recentste en vijfde album, Worse For The Wear (Aerophonic Records), verspillen deze drie weinig tijd aan formele begroetingen en andere overbodige etiquette. Sommigen zitten dan wel onderuitgezakt met de konten in de zachte zetels van een negentiende eeuwse bourgeoisiekamer, maar het vuur gaat meteen aan de lont. Ballister kiest, ondanks enkele rustpunten, voor overrompelingstactieken, wat zich van meet af aan uit door een dicht op elkaar gepakte geluidensoep waarin de individuele bijdragen moeiteloos overeind blijven. Geen vanzelfsprekendheid met een paar geweldenaars in het gezelschap.

Die Paal Nilssen-Love, dat is immers een natuurkracht, een monster van een muzikant, een orkaan van percussie. Vrij spelend in een roes met dat naar rechts gewende hoofd en die verbeten trek rond de mond, voortdurend in de weer met het toevoegen, variëren en verbuigen. En hameren. Hameren! Meester van de controle en spanningsopbouw. Hoe hij vanuit een wentelende muur van geluid plots zo’n repetitief ritme kan laten opduiken, soms zelfs met een vage Ethiopische draai erin: dat is even inventief als vloeiend en verslavend. Onder meer door zijn onaflatende intensiteit voelt dit dan ook aan als uit z’n voegen barstende rock-‘n-roll, muziek met een primaire energie. Pompen of verzuipen. Maar saxofonist Dave Rempis weet dat te counteren met een al even verbluffende bevlogenheid. Rempis kan ook erg abstract gaan, zowel op tenor- als altsax registers verkennen waar een gemiddeld muzikant nog niet van gehoord heeft, maar hij is ook zoveel meer dan dat.

Die snelle loopjes en schijnbaar eindeloze bron van melodieuze improvisaties was er meer dan tien jaar geleden ook al, maar het lijkt wel alsof de man dat maar verder blijft perfectioneren. Hij speelt krachtig en soepel, maar tegelijkertijd zo bevlogen en, soms, lyrisch, dat het lijkt alsof die saxlijnen boven de muziek uitstijgen. Op z’n best krijgt de muziek van Ballister een dwingende, hypnotische en zelfs dansende zwier die amper te verenigen lijkt met die volume- en energieniveaus. Met overdonderende, bijna brute kracht, maar zonder die muzikaliteit te verliezen. Met een minder begaafde of meer op spiervertoon gerichte saxofonist had het kunnen leiden tot patserige resultaten, maar daar was geen sprake van. Het was gewoon te soepel, virtuoos en begeesterd om als puur geweld geclassificeerd te worden. En daar zit natuurlijk ook de rol van cellist Fred Lonberg-Holm voor iets tussen.

Binnen Ballister kan die ook voluit gaan, inzetten op ronkende, scheurende en gierende noise-effecten. Daar laat hij zich regelmatig in gaan, zodat het aanvoelt alsof die cello de rol van een diep grommende bas opneemt, maar hij zorgt ook voor een knappe contrastwerking, laat de vingers over de snaren dansen terwijl de voeten voor de manipulatie zorgen. Cello, je blijft het associëren met kamermuziek, maar binnen de context van deze band is het een gelijkwaardig onderdeel van een kolkende en gedetailleerde klankenvloed met een kracht en bevlogenheid die stapsgewijs blijft stijgen en stijgen om uiteindelijk te belanden in een zone waar de regels van gordels, remmingen en beperkingen niet meer gelden. Interactie op een puur, instinctief niveau, maar met een leven van experimenteren en soul erin.

Het deed dan ook deugd om vast te stellen dat DE Studio volledig was vol gelopen om dat te aanschouwen. Veteranen van de improvisatie zaten er schouder aan schouder met jongelingen die zouden willen dat dit de norm was, maar tegelijkertijd beseften dat ze iets bijzonders zagen. Twee jaar geleden speelde Ballister al een straf concert in Hasselt, maar dit was van een andere orde. Niets benadert de magie van een concert als alle stukjes op z’n plaats vallen, zoals zondagavond herhaaldelijk het geval was. Ja, grandioos.

Meer info over de nog op til staande OORSTOF-concerten op de website.

E-mailadres Afdrukken