James Blackshaw + Leo Svirsky

20 februari 2015, Vooruit

Gowaart Van Den Bossche - 21 februari 2015

Muziek is niet enkel een kwestie van zuivere notenreeksen, maar ook van zogenaamde boventonen die als een ijle waas met de akkoorden meezingen. Op veel instrumenten en in veel genres zijn die tonen quasi onhoorbaar, maar in de Dansstudio van de Vooruit brachten zowel James Blackshaw als Leo Svirsky muziek waarin ze net volop benadrukt werden.

Leo Svirsky is een in Den Haag wonende componist, pianist en accordeonist die zich vorig jaar in de kijkers plaatste met het opmerkelijke Songs In The Key Of Survival, een plaat vol haperende, grillige pianomuziek en Svirsky’s wat benepen vocals. Daaruit speelde hij hier maar één nummer, het korte “Internal Devaluation (A User’s Guide)”, waarin hij traag en steeds weer van voren af aan beginnend de zin “Sell yourself until you are able to buy yourself back” declameerde. Voor de gelegenheid droeg hij die song op aan de Griekse minister van financiën. Toepasselijk.

Elders begaf Svirsky zich in territorium dat wat doet denken aan de continue notenlawines van Lubomyr Melnyk, waar die boventonen dus volop vrij spel kregen met de sustainpedaal van de piano volledig ingedrukt. Svirsky speelt wel wat minder zen dan Melnyk, zijn akkoorden neigen soms richting jazz, en bovendien maakt hij ook plaats voor zang. Twee nummers beschreef hij als geïnspireerd door “creepy sounds”, terwijl de lange opener moest opgevat worden als een conversatie tussen Leland Palmer en Bob uit Twin Peaks. Het leverde enkele knappe momenten op, maar was als geheel wat te eenvormig opgebouwd om een hele set lang te boeien.

Ook James Blackshaw houdt van notenslierten en heeft daarenboven zowat zijn halve carrière rond boventonen opgebouwd. Toen hij een goede tien jaar geleden voor het eerst een twaalfsnarige gitaar in handen kreeg, opende zich een hele sonische wereld die hij verschillende albums lang zou gaan uitdiepen. Dat instrument, met verdubbelde snaren (in zogenaamde koorstemming, elk paar snaren heeft dezelfde toon maar een verschillende hoogte) heeft namelijk een intrinsieke klank vol echo en boventonen, alleen nog maar versterkt door het feit dat Blackshaw steevast in galmende, wisselende open tunings speelt.

Gaandeweg is die twaalfsnarige gitaar wat aan de kant geschoven en is Blackshaw andere horizonten gaan verkennen. Hij ging piano spelen, schreef uitvoerige arrangementen, waagde zich aan de klassieke gitaar, en op zijn recentste worp Summoning Suns is hij zelfs gaan zingen. Dat leverde een degelijke plaat op, maar wel met een opmerkelijke, bijna poppy sound die enigszins brak met de gekende klankwereld. Wat dus enkele vraagtekens opwierp over wat Blackshaw in de Vooruit zou gaan doen: een volledige set rond die nieuwe songs, een mix, of toch vooral ouder werk?

Het werd uiteindelijk vooral dat laatste, met vier van de zes composities die als vintage Blackshaw kunnen geklasseerd worden: langgerekte, repetitieve gitaarmantra’s in open tunings op de 12-string (eindeloze herstemsessies waren dan ook weer van de partij) met steeds verder evoluerende melodieën en complexe tokkelpatronen. Daarvan was opener “Cross” het meest recente nummer (uit het in 2009 uitgebrachte The Glass Bead Game), een compositie die ondertussen zowat Blackshaws lijflied lijkt te zijn geworden. “Past Has Not Passed”, “River Of Heaven” en zeker de gestaag tussen bewegingen pendelende afsluiter “The Cloud Of Unknowing” kunnen in datzelfde idioom thuisgebracht worden. Al primeerde hier die meditatieve, haast religieuze sfeer die het vroege werk van Blackshaw zo kenmerkt nog wat meer.

Uit Summoning Suns bracht Blackshaw slechts twee nummers: “Confetti” en “Nothing Ever After”. Zo zonder opsmuk wonnen de songs in feite wel aan charme, maar hoogvliegers kan je ze toch niet noemen in vergelijking met de transcendentale koralen die elders aan bod kwamen. Een groots zanger zal de man nooit worden, en de teksten zijn ook wat te cryptisch om direct aan te spreken. Bovendien was dit de allereerste keer dat hij deze songs live speelde en was ook duidelijk dat ze nog niet zo goed in de vingers zaten.

In elk geval is duidelijk dat Blackshaw niet op zijn lauweren blijft rusten. Ondertussen heeft hij een songcatalogus uitgebouwd waar hij rustig op zou kunnen teren, maar het siert hem dat hij zichzelf steeds nieuwe uitdagingen stelt, ook al levert dat niet altijd even grandioze resultaten op. Een mooi streefdoel voor een volgende plaat kan alvast zijn om nog eens volledig in dezelfde tuning te spelen, zodat het eindeloze herstemmen wat kan beperkt worden.

E-mailadres Afdrukken