Banner

Cortex + Evan Parker, John Edwards & Steve Noble

24 januari 2015, Zuiderpershuis

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 25 januari 2015

Eerste Oorstof-concertavond van 2015 en meteen een schot in de roos. Terwijl het jonge Noorse kwartet Cortex een zwierige interpretatie bracht van een vroege stijl van freejazz, gaf het veteranentrio een performance die deed denken aan de manier waarop bassist Greg Cohen ooit omschreef hoe hij het Masadaconcert op Jazz Middelheim 1999 ervaren had: “I felt like a squirrel being dragged behind a Mack truck.” Het was met andere woorden nogal heftig.

Mooie combinatie van stijlen en geluiden ook, met Cortex als prima opwarmer van dienst. Het kwartet speelt een vorm van freejazz die best toegankelijk is en een middenweg zoekt tussen swingende dansbare grooves uit de hardbopschool en vrijere uitspattingen, die eerder kietelen en prikkelen dan aankomen als een voorhamer of de luisteraar zonder plannetje het onbekende in sturen. Voor elk zijstapje, elke jankende uithaal of abrupte uitval, kreeg je minstens ook een knappe melodie of springerig ritme aangereikt. Het was muziek die stapte met lichte tred, met hier en daar een sprongetje of heupwiegende beweging erin. Lichtvoetig, zomers en bruisend.

Trompettist Thomas Johansson (bekend van Paal Nilssen-Love’s Large Unit en het kwintet All Included met o.m. Martin Küchen) is een erg solide muzikant die duidelijk goed geluisterd heeft naar het pionierswerk van volk als Don Cherry en Freddie Hubbard, zowel in de weer met breed uitgesponnen melodieën als korte interrupties. Hij mocht het concert solo aanzetten, maar werd al snel in een comfortabele zetel gezet door de losjes swingende ritmesectie van Ola Høyer (bas) en Gard Nilssen (drums), die het samenspel regelmatig naar ongedwongen terrein stuurden.

Saxofonist Kristoffer Alberts zorgde, meer dan Johansson, voor de momenten die het rood in gingen, met soms een jankende, bijna brullende klank, maar dat gebeurde altijd mooi gedoseerd en werd afgewisseld met hecht samenspel dat sterker werd naarmate de set vorderde. “Opening”, met dat eenvoudige, maar aanstekelijke baslijntje sowieso al een van de meest aanstekelijke composities van de band, groeide zo uit tot een hoogtepunt dat rechtstreeks op de heupen mikte, zonder aan cool in te boeten. Een fijn visitekaartje van een band op de wip tussen twee werelden.

En dan, zwaargewichten. Als we het goed hebben, dan hebben Evan Parker, John Edwards en Steve Noble nooit een album opgenomen als trio, maar het zijn natuurlijk wel stuk voor stuk kleppers uit de Britse improvisatie. Edwards en Noble vormen in en rond Londen al jaren een van de meest gedegen ritmetandems, wat ze de voorbije jaren ook regelmatig bewezen aan de zijde van o.m. Peter Brötzmann, met hulp van Alexander Hawkins (binnen Decoy, het prachttrio dat op 14 mei in Brussel speelt met gast Joe McPhee), of ook nog met Giovanni di Domenico en Akira Sakata. Het is een fenomenaal getalenteerd tweespan en voor elke saxofonist een droom om mee te spelen.

Het was dan ook verleidelijk om deze combinatie te vergelijken met Evan Parkers befaamde trio met Barry Guy en Paul Lytton, dat net als het Schlippenbach Trio (ook al met Parker, en drummer Paul Lovens) waarschijnlijk te boek staat als een van de meest gerespecteerde trio’s van een halve eeuw vrije improvisatie. De tandem Edwards/Noble klonk alleszins anders dan Guy/Lytton. Misschien iets minder abstract en subtiel, en iets dichter bij de jazztraditie, zonder echt jazz te spelen zoals je het kent. Maar die hechtheid en samenhang, verbluffend. De passages waarin Edwards en Noble ongestoord hun ding konden doen behoorden stuk voor stuk tot de hoogtepunten van het concert.

De twee lieten immers horen wat je kan bereiken na jarenlang samen verkennen. Het was een onophoudelijke stroom van interacties, met Noble die, met ultrastoïcijnse kop en hoekige armbewegingen (zonder geluid ziet het er ongetwijfeld erg onbehouwen uit), een uitbundig gerammel voortbracht. En een schier eindeloze dynamiek. Ritmisch stuwend, met en zonder speelgoed, voortdurend afwisselend tussen stokken, brushes en handen, wrijven en meppen, geluiden manipulerend door druk uit te oefenen op het drumvel. Daarnaast Edwards: erg fysiek, hij stond soms zelfs te springen naast z’n bas. En maar trekken en sleuren aan die snaren, soms hingen ze er half aan te zwabberen, die ook met de strijkstok grof behandeld werden, maar hier en daar ook drone-achtige elementen creëerden; het leek wel alsof er soms antieke folkmelodieën uit gevloeid kwamen.

Parker stond er intussen naast in die karakteristieke houding: lichtjes voorovergebogen, onbewogen, met die karakterkop die door zijn witter wordende haar nog roder wordt. Veel momenten van circulaire ademhaling natuurlijk, maar eigenlijk best melodieus. Het is binnen deze context niet de muzikant van plotse momenten van brullende blues of van extreme sprongen in het register. Het voelde nu eerder aan als clusters van geluid, verkenningen van cellen waarin dan wel met een indrukwekkende techniek wordt verkend en gevarieerd, nu en dan met jankende, sputterende effecten en boventonen die in het hoge register neigden naar die van Coltrane, die in zijn latere jaren ook al wilde testen hoe ver die improvisaties konden opengetrokken worden.

Wat vergelijkbaar was met het Schlippenbach Trio, dat was die golvende beweging van dat trio. Als ze samen het vuur aan de lont staken om te belanden in een kolkende, kokende storm van geluid, dan zat er niets anders op dan volgen en afwachten hoe lang de drie konden blijven hangen op een plateau en of er nog een versnelling bijgeschakeld kon/zou worden. Sets die bestaan uit één lange improvisatie kunnen een beproeving zijn, zeker als er geen duidelijke lijn of aangehouden inspiratie in zit. Daar was hier geen sprake van. Het vergde zeker een inspanning, maar wie investeerde, die werd getrakteerd op meer dan een uur meesterschap, een glimp van het maximale potentieel van de vrije muziek. En voor sommige van die momenten was het effect niet minder dan magisch.

Meer informatie over de komende concerten in de Oorstof-reeks: HIER. Johansson is op 3 mei terug met de Large Unit. Noble en Edwards spelen op 14 mei in Les Ateliers Claus (Brussel) met Decoy, toetsenist Alexander Hawkins en Joe McPhee.

E-mailadres Afdrukken
 
Cortex + Evan Parker, John Edwards & Steve Noble

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST