Banner

Charles Gayle Trio

21 januari 2015, Hot Club de Gand

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 22 januari 2015

Een kwarteeuw na zijn terugkeer uit de obscuriteit, is het verhaal van Charles Gayle nog altijd niet uitverteld. De vorige jaren stond hij zowel solo als met verschillende trio’s in ons land. Deze week speelt de freejazzsaxofonist opnieuw een handvol concerten in België, waarvan we de passage in Gent meepikten. Zo’n legende zie je best aan het werk in een kleine, volgepakte club.

Best wel grappig ook, om de intussen 75-jarige muzikant daar zien te spelen, terwijl Zweedse studenten naast je het ene straffe bier na het andere bestellen en tegen het einde van het concert drie talen door elkaar wauwelen en fooien van 15 euro geven. Ook op het podium vond een fijne performance plaats, van een half Belgisch trio, met naast Gayle ook bassist Manolo Cabras (Erik Vermeulen, Manuel Hermia,…) en drummer Giovani Barcella (Moker, Jeroen Van Herzeele,…), een tweespan dat in het verleden ook al met de veteraan speelde en de souplesse in huis heeft om een improvisator van dit kaliber te ondersteunen.

Het was een relatief korte performance, maar wel een goeie. Mettertijd zijn de snerpende toon, gospelfurie en intensiteit van Gayle’s spel wat afgevlakt, maar die woeligheid en eindeloze stroom van ideeën was er nog steeds. De man speelt nog steeds onverstoorbaar z’n ding, smeert de blues breed uit met zwalpende uithalen en dalende en sputterende motieven, en rekent er en passant op dat zijn ruggensteun vlotjes meedraait. Regelmatig was het ook niet even duidelijk of de drie actief op elkaar inpikten of dat Gayle koppig z’n ding deed en Cabras en Barcella eigenlijk aangewezen waren op volgen, maar af en toe staken momenten de kop op die getuigden van vieve inspiratie.

Ook nu gaf Gayle wel regelmatig een handsignaal om het tempo omlaag te halen of het van hem over te nemen, maar dan wel zonder het snauwende randje dat hij in het verleden soms toonde. Deze performance leek dan ook iets meer ontspannen dan degene die we een jaar of twee geleden in Heist-op-den-Berg zagen, al zat het er allemaal in: een prachtige, smeulende ballade en heftig in het rond stuiterende freejazz, die een knallende energiestoot kreeg door Barcella’s volume.

Als er een piano in de buurt is, dan zal Gayle niet nalaten om ervoor te gaan zitten, en dat was ook nu het geval. Zoals gewoonlijk zorgde dat voor een sterke stilistische breuk met zijn spel op de tenorsax. Als pianist is Gayle duidelijker geworteld in de traditie, maar benadert hij die vanuit freejazzhoek, waardoor catchy riedels uit de swing- en boperiodes plots doorkruist werden door een op het ivoor beukende voorarm en vingers die haast agressief aan het typen gingen op de toetsen. Ergens tussen de Ellingtonblues van Mingus (als pianist), de kracht van Cecil Taylor en het eclecticisme van een Cooper-Moore.

Een nieuwe kant van Gayle viel dus niet te horen en als je nog eens luistert naar die eerste platen –- het kwartet Homeless, Spirits Rejoice, Repent en Touchin’ On Trane uit de periode 1989-’93 is het genre op een zeldzame hoogte –- dan kan je niet anders dan vaststellen dat de piek al even achter hem ligt, maar deze artiest blijven we als geen ander associëren met freejazz in z’n puurste vorm, met zelfs in z’n meest vrije momenten de puls van de jazz, het gewicht van de blues en de voorzichtige extase van de gospel.

E-mailadres Afdrukken