Oorstof: Michael Evans & Susan Hefner + Martin Küchen

26 oktober 2014, Zuiderpershuis

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 28 oktober 2014

SoundinMotion, de organisatie die de voorbije jaren vooral heel wat kleppers van de Amerikaanse freejazz naar Antwerpen bracht, doet er met concertreeks Oorstof nog een schepje bovenop dit najaar. Naast heel wat geïmproviseerde muziek worden ook uitstapjes gemaakt richting avant-garde pop en elektronisch experiment, en wordt zelfs over de multidisciplinaire muurtjes geloerd.

Improvisatie hoeft immers niet beperkt te worden tot het domein van de muziek. Improviseren, dat kan je net zo goed dansend doen, en dat is iets waar het duo Michael Evans en Susan Hefner een demonstratie van kwam geven. Evans is een percussionist (en ooit nog student bij Milford Graves) die in zijn carrière al langer de raakvlakken tussen beweging en geluid opzoekt en o.m. speelde met John Zorn, William Parker en Robert Wyatt. Hefner is dan weer een danseres en danspedagoge met een al even grote interesse in een kruisbestuiving van die disciplines.

Een drumstel was aan het begin van de performance nergens te bespeuren. Evans en Hefner stonden in het midden van een dozijn blauwe vuilzakken die gevuld leken met papier. Met komieke gelaatsexpressie en hortende en stotende bewegingen tolden de twee tussen de ruisende en schurende zakken, gingen ze ermee worstelen en werpen, aantrekken en afstoten. Momenten waarop de actie plots stilviel werden dan weer afgewisseld met videomateriaal dat al net zozeer inzette op door beweging voortgebrachte klanken.

Na een tijd gingen de zakken aan de kant en schakelde het stel over op metalen voorwerpen, die onderdelen van een wasmachine bleken te zijn. Ze werden rondgesleept en er werd mee gerateld en geschuurd, terwijl Evans zich na een tijd ging toespitsen op een merkwaardige ‘drumkit’ met verfpotten en de binnentrommel van de wasmachine. Het leidde tot een performance die vooral een enorme dynamiek had en slalomde tussen vloeiende, aangehouden klanken en bewegingen, en abrupte wendingen en kletterend metaal. Een forse dosis humor en de onvoorspelbaarheid zorgden ervoor dat die veertig minuten zo voorbij waren.

Het was ook een performance die eigenlijk perfect paste bij die van Martin Küchen, omdat die in z’n solowerk al net zo geobsedeerd is door pure klank. Groot is dan ook het contrast met zijn werk in de ensembles. Staat Angles 9 intussen bekend als een gulle band die uitpakt met brede melodieën en harmonieën, zuiderse passie en een extraverte totaalsound die regelmatig uit z’n voegen dreigt te barsten, dan wordt het solowerk dat van een man die met een haast autistische obsessie klanken produceert.

Het gehanteerde materiaal is bekend van eerdere soloconcerten en albums als Hellstorm (2012) en …And Everything Inside Came Down As Dust (2014): twee saxen zonder mondstuk, een paar micro’s om in de klankbekers te stoppen, whiskeyfleskokers om ze mee op te vullen, een pocketradiootje en nog wat effecten om het klankenverkeer zo optimaal (of vreemd) mogelijk te laten gebeuren. Het resultaat was echte fluistermuziek die zich afspeelde op zo’n laag volume dat een frigo die tien meter verderop stond ervoor moest worden afgezet.

Zeer stil dus, en daardoor werd je als luisteraar verplicht om voortdurend de oren te spitsen, kreeg je zelfs geen mogelijkheid om te gaan verzitten zonder alle aanwezigen uit hun concentratie te brengen. Küchens performance ging wat moeilijk van start, door een technisch euvel dat weliswaar snel weggewerkt was, maar daarna was hij vertrokken voor een suite die gekenmerkt werd door voortdurende verschuivingen. Goed, het bleef vooral in de registers van ruisen, schuren en gedempte plofklanken, maar door het gebruik van een pedaal, het radiootje en de micro’s was het een voortdurend komen en gaan van geluid, waarbij het niet heel duidelijk was welke stukken Küchen zelf produceerde of manipuleerde en welke hij door de techniek aangereikt kreeg.

Meer vragen en suggesties dan antwoorden, maar dat maakte het net zo fascinerend. Door het aanwenden van ongebruikelijke blaastechnieken en opduikende spookgeluiden creëerde Küchen een hypnotiserende klankenwereld die klein en intiem klonk, maar nergens te herbergzaam. Het was niet zo dat je als het ware ingepakt werd in een comfortabel dekentje van klanken. Daarvoor is het allemaal te verlaten, te onbestemd en te weinig tastbaar, kreeg je te weinig houvast in Küchens vocabularium. Dat besef, dat je bij dit solowerk een veel grotere inspanning moet leveren dan bij het uitbundige Angles 9 (of het Trespass Trio, of All Included,…), zorgde er net voor dat ook de lage volumes de opperste concentratie afdwongen, waardoor je aan het einde van de set met een even beduusde blik achterbleef. Mooi.

E-mailadres Afdrukken