Strand

10 september 2014, AB Huis 23

Guy Peters - foto's: Archief Geert Vandepoele - 12 september 2014

Hoewel het titelloze debuutalbum van Strand (Bert Dockx) pas gepland is voor het einde van de maand, vond het eerste releaseconcert deze week al plaats, om meteen duidelijk te maken dat we een mistroostig najaar tegemoet gaan. Maar dan wel van het type dat even onbehaaglijk als comfortabel aanvoelt. Maar dat kan ook aan ons liggen.

Eerste groot verschil met Flying Horseman en Dans Dans: het volume. Dit was een concert van naaktheid, niets om achter te schuilen. En natuurlijk die akoestische gitaar, die dan weer afwijkt van de elektrische metgezel die Dockx hanteert wanneer hij het solo doet onder de naam Flying Horseman. Maar ook: Nederlandstalige teksten. Al net zo dwars en cryptisch als zijn Engelse. Sommige regels rollen mooi en verrassend over de tong, maar er wordt niet gewerkt aan radiovriendelijke slogans, dat is duidelijk. Menig luisteraar zal binnenkort dan ook de tanden stukbijten op de even korte (35 minuten) als moeilijk te ontwarren plaat. Dockx duikt in de wereld van de singer-songwriters en folkgitaristen, daar waar Leonard Cohen, Mark Kozelek en John Fahey thuis zijn, en komt eruit tevoorschijn in een gedaante die vertrouwd klinkt, maar toch ook weer vreemd. Anders.

En ook: optreden is ondanks heel wat ervaring nog steeds geen routine geworden voor de zanger/gitarist, die duidelijk af te rekenen had met ongemak en podiumstress, en alsof dat nog niet genoeg was ook nog eens vasthield aan een nukkige gitaar (weliswaar met sentimentele waarde) die voortdurend bijgestemd moest worden. Hij moest ook een keer een binnenweg zoeken in zijn tekstueel parcours en raakte al eens een keer een verkeerde snaar, maar zoals hij aangaf maken dergelijke 'oneffenheden' nu eenmaal deel uit van de performance. Het klonk niet als een makkelijk excuus, maar als een oprecht besef dat gepolijste perfectie niet voor iedereen weggelegd is.

Net zoals de lichte achtergrondruis behouden werd op het album en de wazige scan van een screenshot (blijkbaar van Murnau’s Nosferatu) van vaste artworkleverancier Philippe Werkers de koper verplicht om het artefact zorgvuldig te bekijken en (eventueel) te ontdekken wat er eventueel mee gebeurde, zo ook flirt de muziek en performance van Strand met een ademende imperfectie die het persoonlijke en het universele of maatschappijgerichte combineert zoals we dat hadden kunnen verwachten. Maar dan valt ineens ook op dat de songs van Strand, die op één na allemaal gespeeld werden (“Nacht” ontbrak, maar werd vervangen door een andere song), onderling toch een knappe dynamiek herbergen.

Het kwam op gang met het zachte getokkel van “Huis”, de schimmige albumopener die aanvoelt als een compleet uitgebeende Flying Horsemansong. “Scherf”, een folkpareltje dat een vocale cadans volgde die even herinneringen opriep aan het werk van Wannes Van de Velde, ontpopte zich dan weer meteen tot een eerste echt hoogtepunt, dat ondanks die ingetogenheid toch ook die bekende intensiteit in zich droeg. De ogen, woordkeuze, houding en doordachte klemtonen gaven dat duidelijk mee, net als de verbetenheid die meer dan eens ontglipte. De zin “Sinds kort zijn we niets meer dan kapitaal” in “Koop” opende de deur voor een forse scheut sarcasme die snel overvloeide in een wringende en nijdige verbetenheid.

Ondanks de vele sombere gedachten en akkoorden was er ook wel plaats voor humor. Dockx vond het zelf ook grappig dat de mantra-achtige en wat spookachtige instrumental “Haat” gevolgd werd door “Dood”, en gaf mee dat hij het niet erg zou vinden als de leden van het publiek niet zouden blijven voor de extraatjes aan het einde. Het was er immers warm genoeg voor in de snikhete huiskamer. Geen mens die daar aan dacht, want Dockx strooide gul met ruwe diamanten als “Woord”, nu al een bluesy hoogtepunt in de set waarbij de gensters van de snaren sprongen, of die andere instrumental “Droom”, die vaag herinnerde aan de filmmuziek van Gary Lucas.

Afsluiter “Strand”, een raadselachtig stuk dat gedomineerd werd door percussieve slagen op snaren en klankkast, zette de performance helemaal op losse schroeven met een mysterieus nazinderend slot. Als bonus gaf Dockx nog twee aparte stukken vrij: “Neue Welt”, een stuk uit de voorstelling ‘Empedokles’ van Theater Zuidpool (“afgeslacht door de pers”), waarvoor de tekst van Hölderlin kwam, zong Dockx daadwerkelijk in het Duits (wat nog goed leek te lukken ook), en werd nog eens overklast door een prachtversie van Nick Drake’s “Black Eyed Dog”. Een klein uurtje muziek, dat was het, maar het was meer dan voldoende om een avond vol indrukken te bezorgen, want de performance stuurde je het ene moment het onbekende in en greep je vervolgens even hardhandig weer bij de lurven. Een indrukwekkend concert dus: verwarrend, een beetje onvolmaakt en soms overweldigend. Zoals het leven zelf.

Het album verschijnt op 26 september via Unday. Meer info en concerten hier.

E-mailadres Afdrukken
 
Strand

advertentie
Banner

TEST