Banner

Lean Left, [sic] & Cactus Truck

19 + 20 maart 2014, De Kreun / Les Ateliers Claus

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele (Kortrijk) - 21 maart 2014

Het lijkt misschien een vreemde keuze om dezelfde band twee avonden na mekaar te gaan bekijken, maar dan ga je voorbij aan de onvoorspelbare natuur van de vrije improvisatie (geen setlists die je op voorhand al op het net vindt), waarbij elk concert een heel ander verhaal laat horen. Soms zelfs een andere gedaante, al zijn het niet altijd de puur muzikale factoren die dat bepalen. Het leidde in het geval van Lean Left alleszins tot een memorabele tweedaagse op het snijvlak tussen tumultueus kabaal, hypnotische drive en hardnekkige onvoorspelbaarheid.

Het is iets dat veel improviserende muzikanten, zowel van binnen als buiten de jazz, betreuren. In lang vervlogen tijden, toen boekhouders en marketeers het nog niet voor het zeggen hadden en muziekprogrammatie geen competitie was, kreeg je als band de kans om geduldig te schaven aan je materiaal en je samenwerking, kon je avond na avond op dezelfde locatie bijvijlen voor een publiek dat de kans kreeg om daar ook deelgenoot van te zijn. Voor sommige minder begripvolle luisteraars klinkt dat onzinnig, maar voor improviserende muzikanten is het een uitgelezen kans om aan te grijpen als testlaboratorium. Zelfs duidelijk afgelijnde composities kunnen op talloze manieren aangepakt worden, vanuit nieuwe perspectieven bekeken worden, aan diepgang winnen. Die mogelijkheid krijgen weinig bands nog, dus dan is het alternatief om op tour te gaan en zo veel mogelijk concerten te spelen op korte tijd, zoals Lean Left – het duo Ken Vandermark en Paal Nilssen-Love met de gitaristen van The Ex, Terrie Hessels en Andy Moor - dat doet.

Maar eerst de ‘support acts’. In De Kreun was het [sic], een jaar of twee geleden ook al te horen voor Lean Left en intussen een album en een kersverse EP verder. Op zich leek er weinig veranderd in het [sic]-universum, dat nog altijd draait rond de confrontatie tussen een potig spelende ritmesectie en een driekoppige saxlinie. Van vrije improvisatie is, een ontregelde solo buiten beschouwing gelaten, weinig sprake. De composities van [sic] zijn strak, gefocust en verpakt in gemillimeterde blaaspartijen. Nu eens met hortende en stotende ritmes en dan weer direct hakkend of met een loeiende, vet rondmalende groove.

Hier en daar doet het wat denken aan de kronkelende gekte van X-Legged Sally of de oerpunch van het onlangs herrezen Zu. De instrumentale bandeloosheid van het Italiaanse trio wordt echter buiten bereik gehouden. De teugels worden wel eens gevierd, maar het kwintet zal zich doorgaans ophouden binnen z’n afgebakende, meer filmische aanvoelende perimeter. Mafste element daarin is vermoedelijk de wendbare bas, die soms zo sterk met effecten bewerkt wordt, dat hij belandt op het terrein van het kapotte Casiogebrom. [sic] speelde een sterk half uur, ook al vielen er weinig verrassingen te rapen en was het een beetje jammer dat zelfs geen woord verspild werd aan de pas verschenen nieuwe release.

In Brussel klonk Cactus Truck meer strijdlustig. Van meet af aan werd gemikt op de onderbuik. Eerst met een rammelbas/drumstuk dat vaagweg herinnerde aan Last Exit, zeker toen Dikeman met een massieve overblowing z’n entree maakte. Het zorgde meteen voor een startgedeelte dat ei zo na uit z’n voegen barstte, met onophoudelijke fusillades en tirades, botsende verkrampingen die niet onder controle te krijgen vielen. Maar minstens even fascinerend waren die bevlogen scharniermomenten, zoals de meer zachtaardige basdrone van Stadhouders, die een serenade van tenorsax uitlokte die barstte van de soul. Het was de predikant in Dikeman die dan op de voorgrond kwam, jammerend en huilend met de intensiteit van Gayle en Ayler. En headbangend als de halvegare die hij is.

Een tweede stuk begon ook al met dat nauwelijks onder controle gehouden gospelvuur, met een rafelige, jammerende saxklank die excentriek weerwerk kreeg van Stadhouders die tussen z’n snaren zat te friemelen en daartoe volop de ruimte kreeg. Cactus Truck voelt niet langer de behoefte om alles vol te plamuren, wat de muziek meer ademruimte bezorgt en de tumultueuze energiepieken dubbel zo intens maakt. Als Dikeman dàn opnieuw invalt, dan is dat doorgaans met een perfecte timing en de wanhopige overgave van een bezeten man aan het einde van z’n Latijn. Het trio, en Dikeman in het bijzonder, mikte onvoorwaardelijk op een transcendent effect en sloeg daar met verve in. Cactus Truck maakte indruk met woest gulpende, kringelende en ontvlambare oermuziek. De triomf van een dodelijk instinct.

Lean Left speelde in Kortrijk een concert waarvan we achteraf al behoorlijk van onder de indruk waren, maar het concert in Brussel was nodig om ons eraan te herinneren wat de reikwijdte van de band eigenlijk is en hoe onstuimig en eensgezind het kwartet wel kan klinken als alle stukjes op hun plaats vallen. Dat eerste concert was geen tegenvaller, integendeel, maar terwijl het daar een meer aarzelende, zoekende performance was, misschien ook wel iets gewaagder door de minder duidelijke aanknopingspunten en focus, ging het er in Brussel heel anders aan toe, verschoof de nadruk meer naar gerichte uitvoeringen en tegen de noise aanschurkende erupties en minimale beukpartijen.

Natuurlijk is het ook een band die moeilijk te mixen valt, terwijl het voor Vandermark niet altijd even vanzelfsprekend is om zich staande te houden tussen al dat volumineuze geweld. In Kortrijk lukte dat aanvankelijk wat moeilijker, en leek het geheel pas in z’n plooien te vallen toen de saxofonist kon reageren op Terrie Hessels die in de weer was met een drumstok en kleerhanger. Daar vond Vandermark een aanknopingspunt om de boel op gang te trekken. Er lag ook meer nadruk op kleine geluidjes: een schrille klarinet en iele gitaar die dezelfde frequenties opzochten of een motiefje van Vandermark waar de rest z’n toevoegingen rond bricoleerde.

Een dalend motiefje dat al eens te horen viel op het eerste album van de band, stak ook nu even de kop op en vormde opnieuw de aanloop naar een verschroeiende climax die abrupt werd afgerond. Een korte tweede stuk klonk exotischer door de eigenaardige snarenbuigingen van Hessels en de baritoncommentaar van Vandermark, maar het leidde tot een knap tranceachtig effect door de combinatie met de losse ondergrond van Nilssen-Love’s spel. Mooist van al was misschien wel de korte saxserenade op een drone-achtig tussenstuk die de frictie tussen de leden mooi in de verf zette.

Voor het concert in Brussel goed en wel begonnen was, voelde je al een verschil. Het leek alsof er een muur tussen band en publiek verdwenen was, alsof de vier er niet stonden als individuen, maar een peloton met een gedeelde missie. Rimroffels en staccato saxuithalen en daarop twee gekmakende gitaren, en ze waren vertrokken voor een keiharde set. Die maakte ook weer duidelijk dat Lean Left het zich eigenlijk niet makkelijk maakte de avond ervoor. Als het qua sound al wat moeilijk zit, dan zou je beter kiezen voor een meer directe, ritmische aanpak, maar dat gebeurde dus pas in Brussel.

Er zaten een hele resem knappe dialogen in, zoals tussen de drummer en Hessels die een bende horzels leek te imiteren met zijn gitaar, en het was bijzonder opzwepend om die gitaren een chugga chugga-dans te horen uitvoeren. Een beetje zoals bij The Ex, maar dan in ontregelde vorm. Nog imposanter waren echter die collectieve krachtontwikkelingen, die climaxwerkingen waarin je werd opgezogen en die je langs een tumultueus parcours voerde van dolgedraaide ritmes, mishandelde gitaren en een blazer die resoluut koos voor het minimalisme, met aanhoudende variaties op opzwepende motiefjes. Dansmuziek in de juke joint van de ziedende improvisatie.

Vanaf het tweede stuk stak een fluitende feedback de kop op (een probleem, zo zou later blijken, met Hessels’ versterker), maar ook daar viel iets mee aan te vangen: Vandermark greep naar z’n klarinet en nam de frequentie van de feedback als startpunt voor een nieuw segment, terwijl Moor z’n gitaar op z’n kop zette, Hessels de zijne over een betonnen paalde schuurde en Nilssen-Love volledig over het rooie ging. Op zo’n momenten lijkt die wervelwind te transformeren terwijl je erop staat te kijken: de verbeten trek rond de mond wordt nadrukkelijker, de ogen lijken dieper in z’n kop te verdwijnen, de groeven in z’n gezicht scherper afgelijnd. Een onwaarschijnlijk meedogenloze drummer.

Lean Left speelde een enorm gedreven en gefocust concert, dat misschien niet vrij was van schoonheidsfoutjes – zo kwam een tweede stuk wel heel erg abrupt aan z’n einde toen Hessels’ probleem plots van de baan was - , maar dat werd weer gecompenseerd door een verschroeiende impact die aanhield tot in de bisronde, een echte climax, toen de vier uithaalden met uitzinnig heen-en-weer-geklets, grotendeels opgebouwd rond een machtig slepend ritme van Nilssen-Love, die zich ontpopte tot de motor en de held van de avond. Het was een van die concerten waarvan je weet dat ze bestaan, maar die zich enkel voordoen als aan alle voorwaarden voldaan is. Sound, sfeer, energie, risico’s en inspiratie in een explosieve, opzwepende en dansbare cocktail. Kortom: WHAM.

E-mailadres Afdrukken
 
Lean Left, [sic] & Cactus Truck

Uit ons archief
Banner

TEST