Banner

The Ex Festival

1 maart 2014, Paradiso (Amsterdam)

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 02 maart 2014

Met het vorige jubileum nog vers in het achterhoofd, trokken we opnieuw naar Amsterdam voor een feest met Nederlands mooiste exportproduct: The Ex. Het werd naar goede gewoonte een bruisende mix van spanning en vrijheid, van intensiteit en een brede lach. Anno 2014 valt de band waarschijnlijk niet meer te vergelijken met de wat meer onbehouwen variant die er eind jaren zeventig aan begon, maar die spirit, die eeuwig jonge vlam, krijg je niet zomaar getemd. Het is misschien nog wat vroeg om het adjectief ‘legendarisch’ in de mond te nemen, maar over deze avond gaan we nog veel mijmeren.

Net als tijdens de vorige festivaldagen werd nu een heuse weldaad aan muziek bij elkaar verzameld, een resem artiesten die een bijzondere plaats innemen in het Ex-verhaal of de band om de een of andere reden nauw aan het hart liggen. Acht acts op een avond leek wat veel van het goede, maar dat was dan buiten de efficiëntie gerekend waarmee de concerten elkaar opvolgden. Pauzes waren er amper, dus het was onmogelijk om iets te gaan drinken of een praatje te slaan zonder iets van de muziek te missen. Gelukkig was die van een consistent hoog niveau.

Opener Space Siren zorgde op het zijpodium van een half gevulde Paradiso meteen voor een kleine revelatie. Niet door uit te pakken met een verrassende of vernieuwende stijl of sound, maar door binnen de parameters van een bekend genre –-- ergens tussen shoegaze en noiserock -- wel heel knappe dingen te laten horen. Het kwartet, waarvan elk lid al aardig wat ervaring heeft, deed dat met volume, een erg geslaagd evenwicht van schurende gitaarverstrengelingen en zorgvuldig weggestopte, maar niettemin te ontwaren melodieën en dromerige zangpartijen. Samen klonk dat als een combinatie van My Bloody Valentine en Blonde Redhead. Melancholisch en potig, maar niet te drammerig, en een klein half uurtje behoorlijk straf.

We hadden het net ervoor over het stuntwerk van Api Uiz op het festival in 2012, en plots merken we dat het Franse Chocolat Billy gestuurd wordt door dezelfde hyperkinetische gitaarbeul, een voortdurend heen-en-weer-stuiterende, roepende en kortgebroekte neuroot die met deze band al net zo’n aanstekelijke muziek maakte. Misschien een tikkeltje minder punk, maar wel dansbaar en bij momenten onweerstaanbaar catchy. De drummer had helemaal geen versterking nodig om rijen toehoorders in beweging te krijgen en de in gedachten verzonken toetseniste vormde een prima combo met de gitarist. Hoogtepunt was de uitgesponnen, Arabisch getinte jam in de tweede helft van de set, goed voor een sensueel stukje trance.

Han Bennink en Peter Brötzmann zorgden een kleine halve eeuw geleden al voor een kleine revolutie binnen de Europese improvisatie en behoren tot de meest legendarische koppels van de voorbije decennia. Brötzmann speelde zover we weten nooit aan de zijde van The Ex, maar Bennink is natuurlijk al langer een klankbord voor de band en nog zo’n muzikant die met een vergelijkbare en ontembare spirit speelt. Hij verspilde alleszins geen tijd, want voor Brötzmann te bekennen viel, ging de drummer al loos met z’n typische combinatie van swing, indianenmarsjes, absurde humor en totale vrijheid.

Het deed enorm deugd om de twee eens samen op een podium te zien: de ene excentriek, uitbundig, haast clownesk, de andere stug, onbewogen en gefocust. Muzikaal pasten dit potje en dekseltje echter perfect op elkaar. Het geklater en gehamer van Bennink werd in twee gekliefd door de zeurende tarogato van de Duitser. Wat volgde was een ultracompacte set van nog geen half uur die brokken improvisatie presenteerde in punkrockdosissen. De tenorsax scheurde en galmde, Benninks soleerde met z’n voet op de snare drum, rotzooide met een trambel (?) en haalde er marsritmes en een houten ratelmachine bij. Intussen zijn ze samen meer dan 140 jaar oud, maar daar viel niks van te merken. Een beetje zoals Burt Lancaster en Kirk Douglas in Tough Guys, maar dan gekscherend (Bennink toch) zonder de belegen moppen. De reacties op de eerste rijen spraken boekdelen. Helden.

Op YouTube vind je een paar filmpjes waarin Lena Hessels, dochter van Terrie Ex, ook op het podium staat in Ethiopië. Dat de muziek duidelijk in de genen zit, werd duidelijk toen ze in 2012 ook van de partij was om een song van Taylor Swift te zingen met een vriendin. Deze keer stond ze er solo, met een gitaar. Helaas misten we het grootste deel van het korte stukje, maar we zouden haar later nog terugzien, enthousiast dansend tijdens de sets van Fendika en The Ex.

Het Britse vrouwentrio Trash Kit paste perfect in dit rijtje bands. Met een sound die rechtstreeks lijkt te verwijzen naar de vroege postpunk van The Slits en zelfs het minimalisme van Young Marble Giants, maar dan met een etnopunk-randje, naaide het drietal de ene song aan de andere in een rotvaart. Meest opvallend was daarbij het highlife-getinte gitaarspel van Rachel Aggs, die op blote voeten en gekleed in een boksersshort, een markant figuur was. Heel wat van de songs waren geëngageerd en politiek getint, gingen expliciet over feministische thema’s, maar klonken door het knappe en vloeiende samenspel steeds aanstekelijk. De bassiste deed weinig meer dan zachtjes door de knieën buigen, maar was al net zo’n magneet als haar collega’s. En net als bij Chocolat Billy was de invloed van de gastheren overduidelijk aanwezig.

Sinds Sonic Youth ooit onderdak kreeg bij The Ex in de vroege jaren tachtig, is er altijd wel een vorm van contact blijven bestaan, en was het geen geheim dat de Amerikanen fan waren van de Nederlanders. Voor een paar van de festivals, waaronder in Amsterdam, speelde opperhoofd Thurston Moore een soloconcert. Drie stukken, met als centraal luik het recent verschenen “Detonation”, werden aan elkaar geplakt door gedichten van Moore. Die leken vooral samenraapsels van wat kapotgebruikte frasen, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de verbeeldingrijke muziek, waarbij vooral de opener en afsluiter opvielen, zij het om verschillende redenen.

Het eerste stuk was een staaltje van dosering en controle, waarbij de kenmerkende jengelgitaar al gauw naar het terrein van het gitaarminimalisme gevoerd werd, met prachtige opduikende harmonieën en een haast ascetische puurheid en eenvoud, goed voor een hypnotisch effect van jewelste. Moore staarde onbewogen naar het plafond, alsof hij verwachtte dat er iets of iemand zou gaan neerdalen. Niet zo’n vreemd idee, want de muziek klonk ronduit majestueus, op het sacrale af. Meest memorabel zal voor velen echter het slotstuk zijn. Hij sprak in zijn gedicht al over feedback gebruiken met integriteit, en een stamp op een effectknopje maakte duidelijk dat dat ook de bedoeling was.

Geholpen door een ronduit fenomenale sound leidde dit tot een staaltje orgastische gitaarnoise, het ene moment huiveringwekkend gierend en snerpend, en even later weer loodzwaar ronkend en daverend, als een bijna industriële Branca-drone. Heel even leek het wel alsof Moore Hendrix én Borbetomagus tegelijkertijd wilde oproepen. Hij nam tenslotte plaats aan de rand van het podium, op z’n knieën, met de gitaar als een gigantische fallus tussen de benen, om zo het hoofd van een toeschouwer te bewerken. En meer, want Moore dook het publiek in, leek daar te vechten, en worstelde zich met gitaar en een lid uit het publiek terug het podium op, om daar nog even door te vechten met een muur van feedback. Een hilarisch einde van een set die vooral getuigde van muzikaal meesterschap. Wees erbij als Moore binnenkort terug in deze contreien is.

En dan was het tijd voor het échte feest. Fendika van danser/oprichter Melaku Belay is geen onbekende voor wie de internationale avonturen van The Ex een beetje volgt. De vijfkoppige band, met een percussionist, een éénsnarige vioolspeler, zangeres en twee dansers brengt traditionele Ethiopische muziek. Daar komt echteer nog wat meer bij kijken dan de al opzwepende ritmes en aanmoedigende zangpartijen, want het dansen van Belay en z’n vrouwelijke collega maakt een integraal deel uit van de performance. Het is dan ook een kleurrijk spektakel met meer kostuumwissels dan een show van Britney Spears, maar met dubbel zoveel energie en aanstekelijkheid.

Meer dan enkel gedanst wordt er immers ook geacteerd, allerlei scènes uitgebeeld, sommige met de dreiging van geweld, andere met een teder liefdesspel. Pruiken, een paraplu, veelkleurige broeken en kleedjes, het wordt allemaal gebruikt en leidt tot een samengaan van kleur, vreugde, acrobatie en ritme, ritme en nog eens ritme. Maar het werkte, want het vijftal kreeg in geen tijd de complete zaal op z’n hand en (letterlijk) op de grond, om er met enige aanmoediging een dansfestijn van te maken waarbij de leden van The Ex en nog wat gasten mee deelden in de vreugde op het podium. Een hartverwarmend moment waarbij zelfs de hardnekkigste zoutpilaar niet onbewogen kon blijven. Een zichtbaar ontroerde Bennink genoot er met volle teugen van.

En dan waren ze daar, de vier van The Ex. Geen gedoe, geen pose, geen gelul. Lichten aan en spelen maar. “Double Order”, “Maybe I Was The Pilot”, nieuwe single “How Thick You Think” en nog een paar andere songs zorgden ervoor dat de temperatuur mooi in het rood bleef. De repetitieve ritmes werden gretig en vol overgave de zaal in gepleurd, gitaristen Terrie, Arnold en Andy vlechtten hun lijnen rond en door elkaar, stuiterden heen en weer, sprongen op en af en zorgden voor een kolossale en opzwepende wall of sound waar geen mens bij kon of wilde stilstaan. En als er dan eens gas teruggenomen werd, zoals in het machtige “Every Sixth Is Cracked”, met een kromme, gewrongen, van emotie stijf staande ‘solo’ van Terrie Ex, dan ging die net zozeer door je leden met een knetterende intensiteit.

Er werd agressief gehakt, hier en daar te buiten gegaan aan withete gitaarnoise, maar er werd vooral ook getoond hoe je na een imposante carrière nog altijd fris voor de dag kan komen. Het zijn de no nonsense-attitude, onvoorwaardelijke overgave en ongebreidelde creativiteit die The Ex gebracht heeft waar hij nu staat. Afsluiter “Four Billion Tulip Bulbs” bracht het allemaal samen in een verschroeiende climax, die op zijn beurt nog eens gevolgd werd door een Ethiopisch bisnummer waarvoor een paar gasten van Fendika terug op het podium verschenen. En de hele tijd dat je ernaar stond te kijken kon je je niet ontdoen van de indruk dat de band ergens het verborgen pad naar de essentie van de muziek gevonden heeft; de eindeloze interactie, het onverminderde engagement en positieve motivatie die niet kapot te krijgen is. Als The Ex goed is, dan is hij onklopbaar.

“Wij zijn The Ex, en dit is een feest”, gaf De Boer helemaal aan het einde mee en een juistere samenvatting kunnen we niet verzinnen. Het was dan ook een avond om te koesteren, eentje waarin ontdekking, avontuur, dans en emotie samengebald werden in een prachtige triomf.

E-mailadres Afdrukken
 
The Ex Festival

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST