Banner

Akira Sakata & Giovanni Di Domenico

14 januari 2014, La Resistenza

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 15 januari 2014

Het lijkt misschien een weinig voor de hand liggende combinatie, die van de Italiaanse, in Brussel verblijvende pianist Giovanni Di Domenico (°1977) en de Japanse rietblazer Akira Sakata (°1945), maar van die aanvankelijke reserve blijft na de eerste aanloop al geen flard meer over. Goede muziek overschrijdt -- of beter negeert -- bijkomstigheden zoals leeftijd en afkomst. Creativiteit en een luisterend oor volstaan, wat bewezen werd met een even korte als intense performance.

Deze muzikanten zijn dan ook niet vast te pinnen op één scene of stijl. Di Domenico is actief binnen freejazz en vrije improvisatie, maar ook binnen muziek die sterker geënt is op de kamermuziek of neigt naar drones of noise. Dat hij lange tijd autodidact was, als kind al een groot stuk van de wereld zag en inspiratie opdeed zowel binnen de klassieke muziek als de jazz en de pop, droegen daar allemaal toe bij. Onlangs was hij ook nog te horen op het uitstekende Posh Scorch, met o.m. Nate Wooley en Chris Corsano, figuren met wie hij al vaker samenwerkte. Di Domenico stelde ook met enige fierheid zijn nieuwe duoalbum (Iruman) met Akira Sakata voor, dat bij beluistering achteraf de perfecte aanvulling is bij dit concert.

Die Sakata is hier eerder een cultfiguur. Ouder werk van hem is amper vindbaar en wat vooral herhaald wordt als het over de eerste decennia van zijn carrière gaat, is de samenwerking met Bill Laswell en Peter Brötzmann. Zo is de Japanner te horen op Last Exits The Noise Of Trouble (1987) en vormde hij even een band (Autonomous Zone) met daarin o.m. Laswell, Brötzmann en Toshinori Kondo. Ook had hij even een trio met Laswell en Last Exit-drummer Ronald Shannon Jackson. Kortom: vooral namen uit de radicale flank van de improvisatie, al is het opvallendste feit uit zijn recente discografie een aanhoudende samenwerking met Jim O’Rourke, die een handvol albums opleverde.

Het is ook best grappig om de man te zien. Door z’n kleine gestalte, snorretje en stijlvolle kledij (hemd en debardeurke) zie je hem zo opduiken als verstrooide professor in een melancholische Murakami-adaptatie, maar zoals fotograaf Geert Vandepoele, die de man vorig jaar aan het werk zag in Berlijn, voorspelde, verdampt die indruk zodra hij de altsax aan z’n mond zet. Dan wordt immers de link met Brötzmann duidelijk, want Sakata beschikt ook over zulke indrukwekkende klank en volume, met een vet vibrato dat regelmatig de kop opsteekt en een begeestering die minutenlang bijna hysterisch tegen de gevarenzone kan pieken. De afstand tussen idee en uitvoering lijkt dan ook enorm kort: de man ging van start met een enorme snelheid en verbetenheid, raasde van het hoge naar het lage register en terug, met staccato stootjes en vloeiende slierten.

Di Domenico volgde mee in de cadans van Sakata en speelde aanvankelijk al net zo overrompelend, volop zwaar denderend met een gretigheid die de invloed van figuren als Borah Bergman (die o.m. door zijn bijna volmaakte ambidextrie een inspiratiebron is) en Cecil Taylor verried: donker en percussief roetsjend over de volledige breedte van het ivoor en pas iets ingetogener zodra Sakata en duimbreed toegaf. Maar dan kon de muziek ook een ander gezicht laten zien: even energiek en obsessief, maar lichter van toon en minder ‘vol’. Het mooie was dat de vier stukken elk een ander facet lieten horen en de variatie tentoonspreidden die ook op Iruman te horen is.

Een tweede stuk werd uitgevoerd op klarinet en verliet het pad van de robuuste interactie. Hier klonk de muziek meer bedaard, elegant en zelf mysterieus. Di Domenico contrasteerde knap door het klarinetwerk van weerwoord te voorzien met bijna lieflijke franjes, maar ook dat was dan weer tijdelijk, want echte aanknooppunten werden omfloerst aangepakt en het plukken van snaren in de piano stond al net even centraal. Voor een derde stuk wendde Sakata zich eerst tot resonerende belletjes en shakers en plots begon hij te zingen. Aanvankelijk leek de voordracht nog van binnen te komen, haast grommend als een Mongoolse keelzanger, maar gaandeweg steeds luider, rauwer en expressiever. Het was verrassend en theatraal, al kreeg het door de meer melodieuze ondersteuning van de pianist ook een haast verhalende en emotionele focus.

Voor het slotstuk keerden de twee terug naar de start om de cirkel rond te maken, zij het dan met een iets ingetogenere interactie: minder furie, meer grilligheid, opnieuw met een kwikzilveren beweging die bewees dat de twee elkaar probleemloos vonden, soms hyperkinetisch rond elkaar wentelend, dan weer met meer harmonie en gemillimeterd pianospel, maar nooit zonder de focus te verliezen. Na het slotstuk, dat net als de voorgangers autoritair afgerond werd door Sakata, werd dan ook duidelijk dat je net ervoor met ingehouden adem zat te luisteren. Een week na het concert van Cactus Truck was het dus weer prijs. 2-0 voor de kelder van La Resistenza.

E-mailadres Afdrukken