Banner

Daan

20 December 2013, AB

Matthieu Van Steenkiste - foto's: Ann-Katrien Van De Velde (archief) - 21 december 2013

Na zijn puike, maar erg weerbarstige debuut Profools, wendde Daan Stuyven de steven richting elektronica. Hij wilde meer meisjes op zijn concerten, en daarvoor moet je vooral zorgen dat ze kunnen dansen. Vijf jaar later ontpopte de zanger zich tot een crooner/chansonnier van het klassieke soort. Met het nochtans voornamelijk genietbare Le Franc Belge onder de arm zorgde dat in de Ancienne Belgique echter voor een weinig opwindende pas op de plaats.

Daan is een vakman, zijn muzikanten zijn dat nog veel meer. Op technisch vlak viel vrijdagavond, op het laatste van twee eindejaarsconcerten in de AB, weinig af te dingen. Instrumenten werden beheerst, de zanger was aanwezig en alert, arrangementen zaten piekfijn en smaakvol. Misschien zelfs iets té smaakvol. Sinds Simple, een herwerking van zijn grootste hits in een soort kamermuziekversie, kiest Daan voor een burgerlijke theatermuziek-invulling met naast gitarist Geoffrey Burton klassiek instrumentarium als piano, xylofoon, cello en blazers. Dat zorgt voor nette versies, die vooral aan oubollig entertainment uit het Frankrijk van de jaren vijftig doen denken.

Zo paradeert de zanger, in rood pak en met zonnebril op, ook over het podium: met de moves en de flair van een gladde charmezanger. Maar waar dat in eerdere incarnaties nog fris aanvoelde, omdat het botste met de uitzinnige Eurotrash van The Player of de bijna ernstige songschrijverij van Manhay, blijft daar vanavond enkel de letterlijke uitdrukking van over. Zoals het nummer "Mélodies Paroles" een pastiche van een pastiche van een chanson is, zo is hij ook gewoon de routineuze entertainer geworden die hij vroeger parodieerde: theatraal op een platform achteraan tijdens een te weinig opzwepend "La Crise", gewild grotesk pathetisch zijn das ontknopend en wegwerpend in de coulissen in het oudje "Drama".

De ironie is ernst geworden, zelfs al willen de bindteksten dat nog niet altijd erkennen. "Kennen jullie het gevoel dat je opstaat en een Italiaan wil verkrachten? Ik had het vandaag", klinkt het spottend vooraleer hij samen met de band capabel een Enio Morriconecover inzet. Even later verliest hij zich ietwat in een freewheelende monoloog waarvan het punt niet helemaal duidelijk is, of draagt hij "Fireproof" op aan zijn zoontje.

Ondertussen krijgt "Ma Vendeuse" een klein beetje dwarse blazers mee, of wordt "Housewife" voor de zoveelste keer in de akoestische versie gebracht. Het is van een bijna stuitende degelijkheid. Nergens is een onvertogen noot te horen die leven in de brouwerij kan brengen, of volgt een solo die wat frictie brengt. Zelfs Burton, notoir tegendraads snarengeselaar, houdt zich beleefd op de achtergrond. Dat moet ook, want dit is vooral de Daan-en-Isoldeshow.

"Swedish Designer Drugs" -- ooit een joyeus zomeranthem -- wordt dus uitgekleed tot een bijna kaal duet tussen Stuyven en zij-die-simultaan-drummen-en-trompetspelen-kinderspel-doet-lijken. En aldoor, het hele concert lang, dringen de hoge backing vocals van de slagwerkartieste zich tot vervelens toe op. Het is een verademing als "Icon" eindelijk eens een versie krijgt die het origineel eer aan doet; een waar op de koop toe nog eens pit in zit. Dat is zelfs "Everglades", nochtans een erg fijne single, niet gegund. De opzwepende vioolsample moet het publiek zelf zingen, als een soort "padapadapadam", en we vragen ons verontwaardigd af waar we ons bevinden. Is dit een concert van De Mens, misschien?

Pas kort voor de bissen kon een flard "Promis Q", een venijnige ode aan de compromisloze seks, en na de onderbreking een pittig "Victory" even de vlam in de pan brengen, maar toen kregen we alweer een alleen maar "mooie" pianoversie van "The Player." Dat de band nog het meest bezield leek in de afsluitende Lee Marvincover "Wand'rin' Star" sprak boekdelen. Als dit concert een ding aantoonde, dan wel dat Daan zelfgenoegzaam is geworden. Ooit was hij een opstoker die de grenzen graag opzocht en zichzelf en het publiek uitdaagde. Hoe smakelozer de kitsch die zijn muziek binnendrong, hoe breder hij grijnsde. Tegenwoordig is hij zo smaakvol bezig dat het nergens meer naar proeft; dit was randje kleur- en geurloos.

Kortom? Goed hoor, maar ook wel: pffffff.

E-mailadres Afdrukken
 
Daan

Uit ons archief
Banner

TEST