Banner

Flying Horseman

7 november 2013, Handelsbeurs

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 08 november 2013

Flying Horseman, het is blijkbaar een band die vooral goed gedijt in de grotere(re) steden. Amper anderhalf jaar na dat verbluffende releaseconcert in de Vooruit, staat het zestal in de Handelsbeurs om zijn derde langspeler City Same City voor stellen. Snel werden de indrukken van het nieuwe album bevestigd: deze band zit in een piekperiode waarvan het einde nog niet in zicht is.

Weinig verrassingen in de setlist – de band joeg er, met uitzondering van “One Note Song”, z’n hele album chronologisch door – maar de uitvoering van die elf composities, samen goed voor maar liefst vijf kwartier, liet een gerodeerde band horen die z’n draai gevonden heeft, nu en dan vrijer kan spelen met z’n materiaal en een volstrekt uniek universum geschapen heeft waarin elk detail een rol van betekenis kan vervullen. En vooral: nu viel ook op hoe sterk Flying Horseman er staat als band. De leden staan er nog altijd eerder afstandelijk bij, frontman Dockx beperkt de praatjes ook tot het absolute minimum (met halverwege de set een welgemikt “Iedereen nog mee?”), maar de focus die je daarvoor in de plaats kreeg, was indrukwekkend.

Amper twee songs ver en je kon al een lofzang afsteken over zowat elk lid van de band. Dockx is gegroeid als vocalist, klinkt zelfverzekerder, durft z’n zanglijnen voller door de zaal te laten galmen. Het samenspel met gitarist Milan Warmoeskerken maakt voortdurend een slingerbeweging tussen schurende afstoting en innige verstrengeling, Mattias Cré (bas) en Alfredo Bravo (drums) lieten in “We Care” al horen tot de sterkste en meest inventieve ritmesecties van het land te behoren, terwijl de zinderende toetsen en engelachtige zangpartijen van de zussen Maieu dat onmisbare extraatje geven. Het is niet zomaar dat “We Care” pas écht openbloeit zodra Dockx’ “Take it outside” wordt overgenomen door die vrouwen.

Pompende grooves, verknipte gitaarpartijen, donkergrijze bombast en haast koninklijke grandeur: het zat er allemaal in, maar net zo goed de gefluisterde fragiliteit van “Walking” of de ingetogenheid van “Sleeping Room”. Dat is op City Same City niet bepaald het meest in het oog springende nummer, maar groeide nu uit tot een pracht van een koortsdroom waar de geest van de donkere Cohen in rondwaarde. En dan natuurlijk het drieluik “Landlord”/“We Are Free”/“Hardcore”, samen de verplettende C-kant van de dubbelaar (of de eerste helft van het tweede schijfje), en nu ook goed voor het meest overrompelende luik van het concert.

Is “Landlord” de ongemakkelijk zittende soundtrack met de aanhoudende puls, dan kreeg die nu een zwartgeblakerd, sinister randje, om vervolgens over te gaan in een machtige versie van “We Are Free”, dat traag maar gestaag intensifieerde, steeds woeliger, zodat je, wanneer je belandde bij die sleutelzin uit de tweespalt die City Same City is – “Don’t you know that when you turn this city upside down, there is another town” – en het er op volgende “It’s all in you, it’s all in me”, kon vaststellen dat dit misschien wel Flying Horsemans meest boude, extraverte statement is, een oplawaai op maat van de grote zalen via het genereuze gebaar. En dan nog een verzengende versie van “Hardcore” met woest schuddend slide-werk van Dockx erbovenop.

“Love is for the few” murmelt hij dan aan het begin van “Stories”, zo’n song die op papier helemaal niet zo veel om het lijf heeft (zo’n beetje als “Feather” op Wild Eyes en “Tied” op Twist), maar in geen tijd uitgroeide tot een persoonlijke favoriet. Na al dat voorgaande was het een rustpunt met een machtige emotionele impact, verstandig weggestoken in een half verduisterd setmoment. Het was meteen ook een knappe aanloop naar de grandioze finale van “Same City”. Vijfenzeventig minuten had Flying Horseman nodig om z’n album te spelen. Langdurig lezen en luisteren zouden niet meer van deze tijd zijn, maar Flying Horseman bewees het tegendeel met een veelzijdige set die zijn groei als band alleen maar onderstreepte. Misschien minder coherent en overrompelend als de homogene monoliet die Twist was, maar al even uniek.

Het stampende titelnummer uit die voorganger fungeerde als eerste bisnummer en was opnieuw goed om de lichamen onbedwingbaar aan het schuifelen te krijgen. Een mooi contrast met de bloedmooie versie van “America Is Dead” die er een punt achter zette. En dan was het weer wakker worden, was het even met de ogen knipperen en in het vel knijpen, verder met de orde van de dag. Maar het was een belevenis, Flying Horseman is een van de weinige bands in deze contreien die je in iets meer dan anderhalf uur een meeslepende ervaring bezorgt die je even alles doet vergeten en achteraf opzadelt met het gevoel dat er iets veranderd is waar je je vinger niet op kan leggen. Het zootje werd even door elkaar gerammeld, een verslavende gewaarwording.

E-mailadres Afdrukken
 
Flying Horseman

Advertentie
Advertentie
Banner

TEST