Banner

LAMA

15 september 2013, Vrijstaat O.

Guy Peters - foto's: Pieter Koten - 16 september 2013

Begin juni speelde het Vlaamse pianotrio De Beren Gieren een concert in het prachtig gelegen Vrijstaat O. (met zicht op zee én strandcabines) waarvoor ze de Portugese trompettiste Susana Santos Silva uitnodigden. Goed drie maanden later staat die opnieuw in de Oostendse club met LAMA, het trio dat ze vijf jaar geleden oprichtte met bassist Gonçalo Almeida en drummer Greg Smith, waar ze recent een tweede album (Lamaçal) mee uitbracht, in samenwerking met Chris Speed. Die was er deze keer niet bij, maar niet getreurd: ook zonder hem was dit het soort concert waarmee je wat extra publiek voor het genre kan winnen.

LAMA is een van die bands die zich in de buurt van het kruispunt tussen toegankelijke en experimentele jazz ophouden. Er wordt gespeeld met een frisse, avontuurlijke spirit en ruimte voor persoonlijke vrijheid, maar tegelijkertijd is de sfeer vaak dromerig, filmisch en charmant, zonder uit te monden in goedkope effecten, kleffe thema’s of andere voorgekauwde kost. Dat je te maken hebt met drie sterke muzikale persoonlijkheden bewaakt de puurheid en de alertheid, maar het is vooral als collectief dat de drie zich van hun beste kant laten zien.

Dat LAMA een band is met een heel consistent verhaal werd immers snel duidelijk. Hoewel er regelmatig wordt gespeeld met dynamiek en een slingerbeweging wordt gemaakt tussen meer introverte en wat krachtiger stukken, blijft de identiteit herkenbaar. De eerste set was voorbehouden voor materiaal uit debuutalbum Oneiros (2011), terwijl de tweede enkel materiaal van Lamaçal bevatte. Grote stijlbreuken vielen er echter niet te rapen. Het meest in het oog springende kenmerk, dat gebruik van elektronica (loops, kraakgeluidjes, echo-effecten, etc), werd ook steeds smaakvol en ten dienste van het geheel gebruikt.

Drummer Smith mocht meteen openen met een elektronisch bewerkte drumaanloop, maar het werd geen lesje in epateren, want het is vooral het compacte samenspel van het trio dat opviel. Daarin was veel ruimte voor herhaling en subtiele exotische invloeden, met regelmatig een wat vaag dromerige sfeer waarin vooral Almeida en Santos Silva regelmatig teruggrepen naar eenvoudige ideeën en solo’s die het niet moesten hebben van patserige virtuositeit of technische hoogstandjes, maar van efficiënte ideeën.

Zo werden de ritmes regelmatig bewerkt als klei, gingen ze door kleine ingrepen versnellen en vertragen, en kreeg je regelmatig flarden uit de werelden van broeierige popmuziek te horen. In “Dr. No” leidde het tot een prachtig contrast tussen een zwoel wentelende ritmesectie en het coole spel van Santos Silva. Terwijl Almeida regelmatig uitpakte met een bezwerend ostinato, toonde Smith dat hij bovenal een melodisch drummer is, die soms zelfs een parcours volgde dat parallel liep met dat van Santos Silva.

De tweede set werd stijlvol op gang getrokken door het elegante “Overture For A Wandering Fish”, al werd het nog overschaduwd door een prachtige versie van “Moby Dick”, waarvoor de goedgevulde club collectief de adem inhield. Terwijl nieuwsgierige passanten op de dijk binnengluurden, liet de trompettiste horen dat je weinig noten nodig hebt om een maximum effect te bereiken. Al bij elkaar was het concert een aardige rit om uit te zitten (de twee sets waren samen toch goed voor meer dan 100 minuten), maar o.m. het handenspel van Smith in “Cachalote”, de uiteenlopende technieken en lyriek van Santos Silva, en de hypnotische drive van “Manta” zorgden ervoor dat je bij de les bleef. Het donkerder, drone-achtige bisnummer “Tarantino” was een knap orgelpunt.

De eerste bedenking die we ons achteraf maakten was dan ook dat dit het soort band is dat je veel te weinig te zien krijgt op onze grote jazzfestivals. Zonder platte toegevingen te doen of een ingestudeerde show op te voeren (vooral Santos Silva stond erbij met een opvallende bedeesdheid) kregen ze het voor mekaar dat het publiek uit hun hand at en misschien wel een van die prima albums aanschafte. En wie weet welk welke reis zich daarna afspeelt, al willen we niet eens beweren dat LAMA een tussenstation is naar ander en beter. Nee, dit is moderne jazz die bevestigt dat we ons helemaal geen zorgen moeten maken over de toekomst van het genre. Een mooiere seizoensopener kon Vrijstaat O. zich dan ook moeilijk wensen.

E-mailadres Afdrukken