Banner

LES NUITS: Sóley + Rebekka Karijord

7 mei 2013, Botanique

Tom De Moor - 09 mei 2013

Op de dinsdagnuit werd de Rotonde ondergedompeld in oestrogeen, meer bepaald van het noordelijke soort. Of de strijd om de sterkste sekse ultiem beslecht werd, laten we even in het midden, maar op het vlak van selectie van de kortste weg naar hart en traanklieren konden de teelbaldragenden enkel eervol het hoofd buigen voor zoveel rakends.

Vreemd genoeg trok het gros van het publiek richting Rotonde voor de eerste naam op het menu: IJslands schattigste exportproduct Sóley. Uitgedost als het lieve zusje van Daria won zij-die-vroeger-ongetwijfeld-in-de-modder-geduwd-werd alle harten met haar aanstekelijke naïviteit en gekunstelde Engels. O ja, en stiekem ook met haar songs. De naakte pianomelodieën à la “Killed Clown” vielen bij momenten wat monotoon uit, maar wanneer ze een lift van haar bandleden kreeg, groeiden ze uit tot kleine, fijne sprookjesballades die in het intimistische kader warm floreerden. Bij momenten leek ze de minder hippe reïncarnatie van Klima (“Fight Them Soft”), dan weer een akoestische versie van Au Revoir Simone (“Smashed Birds”). Tegen de uit eigen stemsamples opgetrokken finale wist ze met haar speelgoedindie alle harten te laten smelten en kon ze afscheid nemen van een vertederde Belgische afvaardiging. Te weinig weerhaakjes om van veel blijvenswaarde te spreken, maar alleszins een puike opwarmer voor de Noorse storm die er stond aan te komen.

Met een van de albumaanraders van 2012 onder de arm en de herinnering aan een sterke set op Crossing Border in het achterhoofd had Rebekka Karijord heel wat anticipatie waar te maken. Vanavond betrad ze nogmaals uitgedost in een cape met een kerstboomdosis aan rinkelende accessoires de bühne om de set te openen met het mystieke “Prayer” -- never change a winning team; het is uiteindelijk de perfecte inleiding tot haar universum. Wat volgde, overtrof zowaar de superlatieven van de vorige live-ervaring.

Zowat elke emotie die vooraf al authentiek geuit en beleefd werd, kreeg in deze set nog tientallen diepere dimensies bij. Doorleefd stemwerk, zware percussie en bruisende energie maakten elk nummer tot een ware belevenis. Des te tastbaarder sijpelde de schmerz doorheen de spaarzame orkestratie van “Bandages”, des te emanciperender klonk de introspectieve mijmering “Wear It Like A Crown”, des te heviger kolkte de verheerlijking van het nu-moment doorheen het zwaar bedrumde mantra van “Use My Body While Its Still Young”. Eén keer vlakte Karijord haar melodie af, zij het met een positief eindresultaat: het overolijke “Multicoloured Hummingbird” groeide in een tragere instrumentatie van Paul Simon-afdanksel tot bont gekleurd lentelied uit. Niet alleen muzikaal spatte de emotie sterker van het podium; Karijord beleefde elk nummer tot in de diepste kelders van haar ziel: op een dik uur tijd zagen we haar pijnlijk eerlijk breken, gracieus overeind krabbelen en met volle teugen het levensgenot vieren.

Nog één taak heeft Rebekka op haar to do-lijstje staan alvorens ze de wereld kan veroveren: een grondig overleg met haar begeleidingsband plannen. Het instrumentale luik verzorgden ze con brio, maar qua stemgebruik vielen ze te dunnetjes uit om de zware koorsecties van de plaat over te nemen. Wanneer een van hen de loepzuivere hoge noten van het adembenemende “Ode To What Was Lost” begon te besmeuren, moesten we ons toch even bedwingen om geen klein gevaarlijk object zijn richting uit te keilen. Op deze ene valse noot na zagen wij in Karijord een rasperformer die haar eigen stem ontwikkeld heeft en blijft versterken. Met wat ze dinsdag live toonde, stak ze haar goede vriendin Ane Brun voorbij qua vocale capaciteit en liet ze Florence Welch een poepie ruiken met een uitmuntende evenwichtsoefening tussen bombastische dramatiek en authentieke emotie.

E-mailadres Afdrukken