Banner

Bert Dockx - ‘A Track’

12 + 13 april 2013, Concertgebouw Brugge

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 13 april 2013

Toen Bert Dockx een tijd geleden de centrale gast was in een aflevering van De Canvasconnectie, kwamen Muziekcentrum Cactus en Concertgebouw Brugge aandraven met het idee om de artiest een parcours te laten samenstellen voor het More Music festival. Het werd een persoonlijke rit langs allerhande inspiratiebronnen, waarbij werk van bevriende kunstenaars wordt gepresenteerd, naast talloze muziek- en filmfragmenten en een handvol concerten, zowel van eigen bands Flying Horseman en Dans Dans, als ander goed volk op dag twee.

VRIJDAG 12 APRIL

Op vrijdag vond werd het muzikale luik beperkt tot een concert van Flying Horseman. Hoewel de nadruk duidelijk nu even op Dans Dans ligt (volgende week verschijnt het tweede album I/II en er volgen nog een aantal releaseconcerten) en Flying Horseman even van de podia zal verdwijnen om de opvolger van Twist voor te bereiden, voelde dit concert niet aan als een verplicht nummertje. Integendeel, het had er alles van dat het zestal nog eens even wilde demonstreren wat er de voorbije jaren allemaal gecreëerd was, en dat met een tachtig minuten durende set die zinderde van de intensiteit en het ongeduld over het nieuwe materiaal enkel nog maar aanscherpte.

Voor de eerste helft van de set werd in Twist gedoken. Zoals gewoonlijk werd geopend met het tweeluik “T.M.L.” en “Ghostwriter”, broeierige muziek van de nacht die de weg bereidde voor de behoorlijk heftig donderende combinatie van “Revolutionary Road” en “Memorial”, tot hiervoor voor ons het kroonjuweel van de band, maar deze keer in gezelschap dat even overtuigend was. In “Back Where I Started” zaten de stempartijen van de zussen Maieu prominenter dan ooit in de geluidsmix, maar het maakte de hypnose er enkel indringender op. Dat terwijl Dockx en Warmoeskerken de gensters van hun verstrengelde gitaarwerk deden spatten en drummer Bravo in de weer was met stokken, brushes, koebel en de blote handen.

Met het tweede luik van het concert werd een tocht via de toekomst naar het recente en iets minder recente verleden afgelegd. Was nieuwe song “Landlord” eind vorig jaar nog wat gehuld in aarzelende onzekerheid, dan kon het zich nu moeiteloos meten met de bekende kleppers. En het liet meteen ook een heel ander geluid horen, met meer licht, nadruk op hypnotiserende ritmes, de soberheid van kosmische kraut en hier en daar jengelende toetsen die zo weggelopen leken van bij Pere Ubu. Daarna werd verschoven naar debuutalbum Wild Eyes, met een driftig stampend “Landmark/Lament” en het titelnummer, dat in intensiteit enkel nog gepakt werd door afsluiter “Twist”. Daartussen zat een van de beste versies van “America Is Dead” die we al hoorden.

Kortom: ondanks het feit dat Flying Horseman aanvankelijk niet op z’n plaats leek in de statige kamermuziekzaal, stelde de band snel orde op zaken met een knappe sound en gedreven performance, en zorgde zo meteen voor een eerste hoogtepunt voor ‘A Track’. Het wordt dan ook uitkijken naar het nieuwe album, dat dit najaar zal verschijnen.

ZATERDAG 13 APRIL

Logistieke ongemakken op dag 2. Na het concert van Fred Van Hove werd het publiek verzocht om via het café op het gelijkvloers te passeren, om daar dan te horen te krijgen dat terug naar boven gaan voor het parcours geen optie was. Het volgende concert vond trouwens pas plaats om 21u. Uiteindelijk, zo’n drie kwartier later, toch met een leger Sinead O’Connor-fans de trappen op, en mogen vaststellen dat Dockx een mooie reeks inspiratiebronnen verzameld had. Zo was er heel wat van Philippe Werkers: een paar installaties en ‘Scan’, waarbij scans worden getoond van gefilmd materiaal dat door dit procédé van beweging een verwrongen stijl krijgt, al even verontrustend als de bandfoto’s die Werkers maakte van Flying Horseman. Van dezelfde kunstenaar: een hilarische videoclip voor Dans Dans’ “Freedom Suite”, waarin Gregg Wallace (de kale van MasterChef) zo’n vijf minuten lang, met onaflatend enthousiasme, eten in z’n mond propt.

Verder was er ook heel wat artwork (posters, affiches, albumhoezen) en een muur vol kribbels van Dockx zelf. Daaruit konden we afleiden dat de song “Memorial” in premature versie door het leven ging als “Requiem For A Dreamer”. Ook werden oerversies van teksten getoond, net als vinylbestellingen, setlists en mogelijke songvolgordes voor het debuut van Dans Dans. Het gaf een mooi inzicht in de creatieve machinaties die komen kijken bij het maken, opnemen en uitbrengen van muziek. Ook keuze te over bij de muur vol “Zomerhits” van Wim Lots. De tekenaar maakte een kleine vijfhonderd tekeningen van revolvers en geweren, waarvan een grote selectie in de trappenhal hing in al z'n obsessieve glorie. Eentje daarvan zou uiteindelijk op de hoes van de nieuwe Dans Dans-release belanden en op z’n minst één songtitel bepalen (“Muskiet”).

In een verborgen lokaaltje werd een reeks speelfilmfragmenten getoond, samen goed voor een reis van een dik uur cinema via pioniers als Buster Keaton en Murnau, bekendere namen als Polanski en Haneke en cultregisseurs als Rohmer en Olmi, met vooral een goede vertegenwoordiging van de Franse film. Een eclectische bende waar we een handvol veelbelovende tips uitgehaald hebben. De verzameling kortfilms (van o.m. Buñuel, de Brothers Quay en Stan Brakhage) en documentaires was al even eclectisch. Vooral die laatste, met een combinatie van excentriciteit, humanisme en engagement, was bijzonder geslaagd. En daartussen viel er nog muziek te beluisteren (zowel een gevarieerde keuze van Dockx als een mix etnische muziek van Lots), viel er poëzie te lezen en hing er een ets van Fred Bervoets.

Voor we dat parcours bekeken, pikten we een soloconcert van pianist Fred Van Hove mee. Die wordt door heel wat kenners tot de sleutelfiguren van de vrije improvisatie gerekend. Hij was erbij toen de Europese frontlinie het zootje aan flarden blies in 1968, vormde met Bennink en Brötzmann een van de legendarische trio’s van het genre en perfectioneerde gaandeweg zijn hoogst individuele en dus ook herkenbare speelstijl. Nergens zo ritmisch als Cecil Taylor, zo verfijnd aansluitend bij de jazztraditie als von Schlippenbach of zo intellectualistisch als Irène Schweizer, maar toch een beetje van dat alles, met een been in de Europese traditie en een lyrische insteek die doorheen een improvisatie van drie kwartier overeind bleef.

Het blijft indrukwekkend om hem stelselmatig een geheel te zien uitbouwen. Zonder duidelijke wegmarkeringen, maar toch zeer coherent, vaak meeslepend en prikkelend. Van Hove is niet de man van de radicale zotheid of het brute gebaar, maar als hij over de tweede helft dan toch eens beukte in het lage register, met een denderend dronemoment tot gevolg, dan ging je spontaan denken aan het zwaar dreunende werk van een Keith Tippett. Het spelletje met de balletjes in de piano zorgde even voor een stijlbreuk die je uit de dagdroom haalde, maar was van korte duur. Het gebeuren van ervoor werd hernomen en even creatief voortgezet. Een voorspelbaar goed concert.

De mooiste verrassing kwam echter van percussionist Eric Thielemans. Sinds die de jazz de rug heeft toegekeerd om zich helemaal toe te leggen op hyperpersoonlijke muziek die compleet sui generis is, is zijn publiek er vermoedelijk niet op gegroeid, maar geniet hij ongetwijfeld meer van zijn vrijheid. En dat is dan ook de indruk die je overhoudt aan een performance van Thielemans: die is zo spontaan en persoonlijk, zo naturel, dat het soms aanvoelt alsof je staat te kijken naar iemand die zich staat te amuseren in zijn hobbykamer zonder zich bewust te zijn van de getuigen. Met een kolossale op z’n zijkant gelegde basdrum, waarop een resem speeltjes gelegd was, ging hij van start: ratelend, ritselend en rammelend, eindeloos variërend met snelheid, klanken en patronen.

“Ik ga wat rondwandelen tussen mijn materiaal”, kondigde hij voor z’n concert aan, en zo gebeurde. Een centraal opgestelde snare drum bleef uiteindelijk onaangeroerd, maar aan de drumkit liet hij wel een stukje muzikale poëzie horen, met zijdelingse kletsen tegen de toms en cimbalen en lang aangehouden roffels op snare drum en floor tom waarmee zolang gevarieerd werd dat het leidde tot pure extase. Een tweede beurt aan de basdrom leidde tot een mantra die iets had van een indianenritueel, terwijl hij het tijdens zijn korte uitsmijter met brushes aan de drumkit deed. Thielemans heeft een reputatie van hoogst eigenzinnige en soms moeilijk doordringbare muziek, maar dit was eenvoudigweg een prachtige demonstratie, dichterlijk en boeiend van de eerste tot de laatste seconde.

Voor het voorlaatste concert was de samensteller het opnieuw in eigen rangen gaan zoeken. Het duo Mittland och Leo bestaat uit Milan Warmoeskerken (ook gitarist/toetsenist bij Flying Horseman) en Joke Leonare (o.m. grafisch artieste die de hoes voor Twist en de Navigate-EP ontwierp) en samen brengen ze, in Dockx’ woorden, een “dromerig, surrealistisch synthbad”. Een prima omschrijving, want de doorgaans compacte songs ontpopten zich tot de ideale Instagrammuziek: een beetje retro, wat wazig, ietwat kitscherig en met een forse scheut melancholie. Hoewel de songs redelijk eenvoudig zijn, hadden ze vaak melodieën van het soort dat redelijk snel onder de huid kruipt. Had Nicolas Winding Refn zijn Drive net iets minder cartoonesk gemaakt, met een iets minder sterke voorkeur voor bruut geweld en de fluo synthpop van Kavinsky & co, dan had hij gerust kunnen aankloppen bij Mittland och Leo. Met hun plastieken beats en zweverige melodieën zijn de songs soms erg inwisselbaar en vluchtig, maar het bleef een half uur fascineren.

Hoewel Dans Dans z’n officiële releaseconcert op 14 april in Antwerpen speelde, mocht dit beschouwd worden als een avant-première, of op z’n minst een generale repetitie, waarmee moeiteloos overtuigd werd. Het trio vulde vijf kwartier met tien songs uit zijn nieuwe cd/2lp, die net als de debuutplaat (die eigenlijk nog maar een goed jaar geleden verscheen) gevuld werd met covers en (nu wat meer) eigen werk. De gehanteerde werkwijze is intussen bekend, dus ook deze keer presenteerde het trio een hele boterham instrumentale rock-‘n-roll die zich begaf langs psychedelische omwegen, met blues en pop flirtende melodieën en sferen, en de openheid en het risico van de freejazz. Met soms erg repetitieve grooves, die soms op het juiste moment omslaan naar een volstrekt andere gedaante, weet de groep nog altijd indruk te maken. Voor de visuele prikkeling werd gezorgd met een projectie van Lots’ revolvercollectie.

Het startte dromerig/hypnotisch met Dockx’ “Au Hasard” (tevens de albumopener), maar daarna volgde de set een eigenzinnig parcours dat hen eerst voerde via Mingus’ “Meditation (For A Pair Of Wire Cutters)”, een compositie die het janusgezicht van de muzikant mooi liet horen met een simpel tweenotenaccent op bas, maar ook ontspoorde passages en plots opduikend jazzgepomp. Er zat funk en groove in, maar de band hakte er ook aardig op los met de vunzige energie van een echt powertrio. Het op rollende toms springende “Muskiet” aarzelde tussen surf en country, werd nog wat sneller dan op plaat gespeeld en werd dan weer opgevolgd door het erg verschillende “Yesterday Is Here”, een juweeltje van Tom Waits dat verstopt zit op Franks Wild Years en recent nog gemolesteerd werd door Scarlett Johansson, maar nu gloeide met een tedere, lyrische warmte.

Wat er daarna gebeurde, was soms even verrassend als straf: Robert Wyatts “East Timor” werd de pure improvisatie in gestuurd, met Dockx die er op los rotzooide met zijn cassettespelertje, terwijl Jacques’ “Gazelle”, een hoogtepunt op de plaat, ook nu uitgroeide tot een topper met een vet ronkende baspartij in de bronstige climax. Tijdens de kliederende cover van Ornette Colemans “Mothers Of The Veil” fungeerde Jacques ook als de stoorzender, met knoopjesdraaierij die de gitarist al helemaal over de rooie deed gaan. Afsluiten gebeurde dan weer met het bekende “The Sicilian Clan”, terwijl Sun Ra’s “Ancient Ethiopia” in de bisronde beelden opriep van een sensueel heupwiegende Liz Taylor in Manciewicz’ Cleopatra.

Alles waar Dans Dans intussen een reputatie voor heeft uitgebouwd -- creatieve covers, hypnotiserende ritmes en hyperintens gitaarwerk -- was nu aanwezig. Het was niet helemaal de complete verrassing en overdondering die het optreden van Flying Horseman wél was, daarvoor bleef er nog wat marge over, maar als dit nog maar de aanloop was naar de echte voorstelling in de thuisbasis, dan is het goed mogelijk dat het dak daar eraf gevlogen is. Laat maar weten of dat daadwerkelijk het geval was.

E-mailadres Afdrukken