Banner

Nas

24 maart 2013, AB

Gowaart Van Den Bossche - 25 maart 2013

Tweeëntwintig jaar is het ondertussen al geleden dat Nasir Jones, kortweg Nas, zijn eerste opgenomen verzen de wereld in stuurde. Zijn openingslijnen op Main Source’s posse cut “Live At The BBQ” zijn niet minder dan legendarisch, en de plaat Illmatic die hij drie jaar later uitbracht is zonder enige twijfel een van de grootste klassiekers in het hiphopgenre.

alt

Niet meer dan terecht dan ook dat de zaal van de Ancienne Belgique afgelopen zondag afgeladen vol zat voor het soloconcert van deze nog steeds bijzonder actieve hiphoplegende. Nochtans is zijn discografie sinds dat eerste teken van leven er een van bijna even veel gemiste kansen als voltreffers geweest. It Was Written, The Lost Tapes en in mindere mate Stillmatic kan u zonder meer aankopen, maar al die andere platen raden we alleen aan voor de liefhebber. Zijn meest recente worp, het semiconceptuele Life Is Good (tegelijkertijd verwerking van de scheiding van Kelis en een tevreden terugkijk op het verleden), is echter mogelijk zijn beste plaat sinds Stillmatic gebleken, en dat vanavond overwegend uit die plaat werd geput, is dan ook een meevaller van formaat. Om die reden was deze tour waarschijnlijk al meer de moeite dan zijn tours voor pakweg Street’s Disciple (als u het ons vraagt Nas’ slechtste plaat) of zelfs het recente Hiphop Is Dead moeten geweest zijn. Nummers als “Loco-Motive” en “Bye Baby” kunnen zelfs zonder meer tot zijn beste werk gerekend worden.

Over twintig jaar kan een mens bovendien al eens nostalgisch gaan doen en dat is iets dat Nas rijkelijk doet in zijn liveshows. Zo wordt het ondertussen stokoude maar nog steeds opzwepende “Live At The BBQ” met veel goesting gebracht, passeert bijna elk nummer uit Illmatic de revue en verwijst Nas verschillende keren naar grote helden als Notorious B.I.G., Tupac en naar het nummer “The Bridge” (het nummer dat Queensbridge, Nas’ thuiswijk in New York, op de kaart zette in hiphopland). Daarenboven werd de avond bij wijze van opwarming door DJ Green Man ingezet met een korte aaneenrijging van harde hiphopklassiekers (“Ante Up”, “Simon Says”, “C.R.E.A.M.”, etc.), waarna Nas onder luid gejuich het diep bonkende “The Don” inzet. De verknipte reggaesample, de zware bassen (die hier weer sterk mochten primeren op de melodie, om een of andere reden typisch voor hiphopconcerten in de AB helaas) en Nas’ opruiende raps zetten meteen het feestje goed in.

En dat feestje stopte in feite zo goed als nooit in het daaropvolgende anderhalf uur. Nas bracht niet minder dan 36 van zijn nummers, redelijk eerlijk gespreid over die gehele twintig jaar, en steeds gebracht in blokken van vijf à zes nummers waarna golven van extatisch gejuich de decibelmeter van de AB fameus de hoogte in joegen. Zesendertig nummers mag veel lijken, maar van slechts een handvol nummers werd de volledige versie gebracht. Bij de meeste songs werd reeds na een vers overgeschakeld naar een volgend nummer, en bij een handvol nummers viel zelfs niet meer dan een hook (“Nastradamus”, “Street Dreams”, “Shoot ‘Em Up”) of enkele seconden van de beat (“Halftime”) te horen. Nas heeft namelijk het luxeprobleem een bijzonder uitgebreide catalogus te hebben, die ondanks de onevenwichtige kwaliteit ervan toch opvallend veel individuele klassiekers bevat. Na “Stillmatic” (dat het laatste halfuur van de show inzette), waarin Nas rapte “They thought I’d make another Illmatic / but it’s always forward I’m moving / son, here’s another classic”, werd dan ook quasi elk volgend nummer aangekondigd als “another classic”, wat nog niet eens ver van de waarheid afzat.

Toont Nas immers op plaat nogal eens een gebrek aan selectievermogen, dan is dat live niet het geval en laat hij de stinkers uit zijn discografie volledig achterwege. Zelfs uit de verguisde platen I Am… en Nastradamus werden wijselijk alleen de betere nummers gelicht. De hoogtepunten haalde hij ook uit bijna al zijn platen, met enkel geen vertegenwoordiging van Street’s Disciple (terecht), Untitled (minder terecht) en The Lost Tapes (spijtig maar begrijpelijk aangezien het in feite om een compilatie van onuitgebracht materiaal gaat). Subtiliteit was anderzijds niet echt aan de orde: Nas kwam om een hiphopfeestje te brengen en werd daarin kundig bijgestaan door DJ Green Man en een multifunctionele sidekick die zowel de drums als de keyboards bespeelde en de meer dan verdienstelijke zang voorzag. Voor de meeste nummers was die aanpak perfect, maar voor “One Mic” zorgde dat helaas voor een ietwat rommelige uitvoering, waarin Nas ook zelf verschillende van zijn lijnen liet vallen, terwijl de golvende dynamiek die het nummer tot een van de grote hoogtepunten op Stillmatic maakte hier ietwat verloren ging.

Uiteindelijk kunnen we echter niet meer dan enkele randbemerkingen van die aard noteren voor dit concert. Nas bracht immers perfect wat van hem verwacht werd: een hiphopfeestje volgestouwd met klassiekers, gebracht aan een tempo en met een setopbouw, hoe weinig inventief dan ook (de setlist blijkt exact dezelfde te zijn als diegene die hij al tijdens de hele tour brengt), dat ervoor zorgde dat de show zo goed als niet in elkaar stuikte. Bovendien toonde hij hier aan dat hij zonder twijfel nog relevant te noemen is, wat ook Life Is Good vorig jaar al bevestigde en wat bijlange niet van al zijn generatiegenoten kan gezegd worden.

E-mailadres Afdrukken