Banner

Ballister + Switchback

1 maart 2013, KC BELGIE (Hasselt)

Guy Peters - foto's: Ronny Wertelaers - 02 maart 2013

Eindelijk nog eens zwaargewichten spotten in Hasselt. Hoewel er misschien geen echte publiekstrekkende ronkende naam op de affiche stond, wisten de liefhebbers van het potige werk gisteren waar ze moesten zijn. Met een paar sleutelspelers uit Chicago weet je dat je je kan verwachten aan bruisende actie, maar voor de rest is het altijd een beetje afwachten, zeker met een band op het programma die z’n debuut maakt.

De voorbije jaren is het trio Ballister – saxofonist Dave Rempis, cellist Fred Lonberg-Holm en drummer Paal Nilssen-Love – uitgegroeid tot een naam die met wat ontzag wordt uitgesproken. Door drie sterke albums (het in eigen beheer uitgebrachte, uitstekende Mi Casa Es En Fuego is nog niet afgekoeld) en een reputatie voor licht ontvlambare concerten werd halsreikend uitgekeken naar de komst van de drie geweldenaars. Ze zijn niet alleen thuis in de wereld van de potige jazz en vrije improvisatie, maar hebben via een hele resem projecten (Chicago Tentet, Vandermark 5, etc.) al heel wat ervaring opgebouwd. Dat zou dus gaan knallen.

Aanvankelijk was dat zeker het geval. Vanaf die eerste snaredrumslag ging het er met een directe agressiviteit aan toe, die nog het duidelijkst van al was in Rempis’ gespannen kaken. Het leek wel alsof hij het mondstuk van zijn tenorsax aan flarden wilde bijten. Met lang aangehouden, schrille klanken creëerde hij een intensieve, bijna hysterische spanning die nog wat opgejut werd door het raggende geklieder van Lonberg-Holm en vooral het woelige octopuswerk van Nilssen-Love, die erop los rammelde in z’n kenmerkende pose: het hoofd afgewend naar rechts, een verbeten trek rond de mond en maar razen.

De ingrediënten die hun albums de moeite maken waren allemaal aanwezig: de energie, de horizontaal uitgebouwde dynamiek, het gedreven spel, maar verrassend was misschien wel dat nu meer werd teruggeschakeld en gewerkt met een paar ingetogen open passages die dichter dan ooit bij het jazzterrein aanschurkten. Het was een beetje jammer dat je om de nuance van Lonberg-Holms spel te horen helemaal op de eerste rijen moest postvatten, maar er werd gemusiceerd met een imposante focus, waardoor de twee lange stukken, elk goed voor vijfentwintig minuten, geen seconde verveelden. Klasse van een stel muzikanten die niet lijken te weten wat een offday is.

Dan was het vooral afwachten wat het kersverse kwartet Switchback zou brengen. Hoewel enkele leden al samengespeeld hadden (drummer Klaus Kugel en rietblazer Waclaw Zimpel o.m. op twee opmerkelijke albums met Undivided), was het nog nooit gebeurd in deze bezetting. Aanvoerder/saxofonist Mars Williams zou bassist Hilliard Greene voor dit optreden zelfs nog niet gezien hebben. En toch leek hij er alle vertrouwen in te hebben. Overmoed door zolang mee te blazen in rockbands? Geenszins, want de vier zouden een compacte set spelen die uitblonk in frisheid en verrassing.

Hoewel er zeker wat energie was overgebleven na het concert van Ballkister, kozen Williams en co. zeker niet voor de makkelijkste (of meest voorspelbare) weg, die van de brute force. De kleine man van Chicago haalde z’n hele arsenaal boven, van tenor-, alt- en sopraansax tot een fluitje, maar de beweeglijkheid was constant. Het samenspel met (bas-)klarinettist Zimpel bleef daarbij voor verrassingen zorgen. Hoewel er geen sprake was van competitiviteit, ging het er soms behoorlijk intens aan toe, met instrumenten die rond elkaar strengelden in hypergeconcentreerde geluidsclusters. Het had de onvoorspelbaarheid en textuurvariaties van de vrije improvisatie, maar de jazz was steeds binnen handbereik.

Het was afwachten of de wat aparte stijl van Kugel, vaak het soort majestueuze, ritualistische spel dat pas echt tot z’n recht komt in repetitieve stukken met een overkoepelende spanningsboog, ook nu zou aanslaan, maar dat was zeker het geval. Met een secuur en trefzeker spelende Greene, die koos voor een transparante speelstijl met vaak eenvoudige ideeën of motiefjes die meteen bleven hangen, leek het goed te klikken. Het lange eerste stuk begon duidelijk wat onwennig, maar aan het einde besefte je getuige te zijn geweest van een wel heel geslaagd muzikaal aftasten, een rondgang waarin elk van de vier z’n draai gevonden had. Die verrassing viel ook van de gezichten af te lezen.

Het tweede stuk klonk daardoor al meer zelfzeker, terwijl de afsluitende derde, een ingetogen stukje lyriek dat Williams op gang bracht met een mooi stukje op de duimpiano, een knap einde naaide aan deze prachtperformance. En zo zag je maar weer hoe boeiend die geïmproviseerde muziek kan zijn in handen van topmuzikanten: een spel waarbij chaos en voorspelbaarheid steeds om de hoek loeren, maar waarin de stukjes, als waren ze gestuurd door magneten, telkens weer in verrassende posities belandden die gewoonweg klopten. Je moet als muzikant (en als programmator) een risico durven te nemen, maar als het lukt is de voldoening onbetaalbaar. Ook voor het publiek.

E-mailadres Afdrukken