Banner

Kodaline

27 februari 2013, Botanique (Rotonde)

Toon Heylen - foto's: Robin Duo - 28 februari 2013

Is het fel gehypete Kodaline nu een band die niet verder raakt dan voorspelbare melodramatische ballads, of een groep die het komende jaar een grote doorbraak te wachten staat? Allebei, wellicht.

Een album hebben ze nog niet, deze vier jonge Ieren. Maar aan The Kodaline EP hadden ze genoeg om eind vorig jaar een plek op de BBC’s Sound of 2013 longlist te claimen. Dat het slechts bij een nominatie bleef, hoeft de hype allerminst in de weg te staan. Daar zorgde hun eerste single “All I Want”, met de hulp van een opvallende video, in geen tijd voor. Naar het debuutalbum In A Perfect World, dat verwacht wordt in juni, wordt dan ook behoorlijk uitgekeken.

 

In de Brusselse Rotonde mochten de jonge honden komen bewijzen dat ze meer zijn dan de zoveelste Coldplay-variant waar ze vaak voor versleten worden. Voor die vergelijking zorgen in de eerste plaats de songs, die - “All I Want” op kop - steevast intiem beginnen, maar gaandeweg aanzwellen in bombast en heel veel grote emoties meekrijgen. Een andere factor die het onmogelijk maakt om in een review van Kodaline de naam Coldplay niet te noemen, is de stem van zanger Steve Garrigan. Die leunt bij momenten dicht genoeg tegen de stem van Chris Martin aan om zelfs Gwyneth Paltrow in de war te brengen.

 

Hij moet wat ellende meegemaakt hebben, die Steve Garrigan. Hij vertaalt keer op keer zijn gebroken hart naar sentimentele smeekbedes en huilbuien, liefst zo dramatisch mogelijk. Vooral wanneer hij aan de piano staat, lijkt hij zijn oude hartzeer nog steeds niet verwerkt te hebben en mag het allemaal wat meer zijn. De pianoballad “All Comes Down To You” is zo ’n tranentrekker die weliswaar illustreert dat Garrigan over een indrukwekkende stem beschikt, maar die bij het publiek wel héél nadrukkelijk kippenvel wil opwekken.

 

Kodaline wijkt niet graag af van een vaste songstructuur: elk nummer vat breekbaar aan, tot drums en gitaren voor een overweldigend vervolg zorgen en de stem van Garrigan voluit kan gaan. Die aanpak werkt aanvankelijk wel, maar zorgt er al snel voor dat hun set variatie mist. De enige echte afwisseling kwam er bij een prima cover van Sam Cookes “Bring It On Home To Me”, dat het viertal a capella bracht, zonder versterking maar met ritmisch vingergeknip.

 

Iets nieuws heeft Kodaline niet uitgevonden. Maar door allerlei succeselementen van de huidige stadionpopgroepen te bundelen, komt de band wel tot een formule die ook hen heel wat succes zal opleveren. De groep gaat verder waar Coldplay gestopt is toen het “Clocks” schreef (het begin van de oooh’s en de yeah’s), voegt hier en daar de weidse gitaarsound van The Edge toe en kleeft er een romantische tekst op die tienermeiden op hun gekafte schoolboeken neerpennen of als facebookstatus posten wanneer het even wat minder gaat. Niet zelden zoekt Kodaline de rockballads van de jaren ’90 op, wij moesten op een bepaald moment zelfs aan “Iris” van de Goo Goo Dolls terugdenken.

 

Toch kun je niet ontkennen dat Kodaline over enkele sterke troeven beschikt. Voor een groep met het groen nog achter de oren, die nog geen album uit heeft en duidelijk nog podiumervaring mist (de gênante stiltes bij gebrek aan bindteksten), kunnen deze heren wel degelijk prima popsongs schrijven. Ze zijn niet voor niets in die longlist van BBC terechtgekomen, want in zowat de helft van de tien songs die de Rotonde te horen kreeg, zit een potentiële radiohit. Zo heeft de volgende single “High Hopes” alles om door een groot publiek te worden omarmd. Wie vorig jaar Snow Patrol de volle wei van Werchter zag inpakken, weet hoe ver radiovriendelijke melodramapop kan reiken. Dat lijkt ook Kodaline goed te hebben begrepen.

E-mailadres Afdrukken